U heeft mij gevraagd om hier vanavond te spreken over de toestand van onze zorg en om maar meteen met de deur in huis te vallen: het is met onze zorg niet best gesteld. We hebben te maken met personeelstekorten. Vooral in de langdurige zorg voor ouderen en gehandicapten.

Veel van onze zorginstellingen worden heel slecht bestuurd en de raden van toezicht zijn bevolkt door bobo’s uit het ons-kent-ons-circuit met te weinig verantwoordelijkheidsgevoel en nog minder kennis van zorg. Financieel wanbeheer en soms schrijnende misstanden zijn hiervan het gevolg en de Inspectie is niet meer dan een papieren tijger.


En misschien wel het meest zorgelijke van alles is de regering. Die kiest ervoor om alles door een roze bril te bekijken en schermt liever met internationale rapporten waaruit zou blijken dat onze zorg in vergelijking met andere landen zo slecht nog niet is, dan zich te concentreren op de zorgelijke ontwikkeling die zich recht voor onze ogen voltrekt.

Bij dit alles moet U bedenken dat we aan de vooravond staan van een periode waarin de druk op de zorg nog veel groter zal worden dan hij nu al is. De eerste babyboomers gaan nu met pensioen en ik gun hen stuk voor stuk een gelukkige en gezonde oude dag, maar een feit waar niemand omheen kan is dat het aantal ouderen dat zorg nodig heeft in de toekomst flink zal stijgen terwijl de beroepsbevolking die deze zorg moet verlenen juist gaat krimpen.

De PVV is een zuinige partij. Wij willen schrappen in de overheidsuitgaven, met name die voor de ‘linkse hobby’s’. De overheid moet op dieet, en de belastingen moeten omlaag. We hebben een Tegenbegroting, door het CPB doorgerekend, waarmee dit lukt. Maar in de zorg moet er geld bij, en ook dit is op onze alternatieve begroting gelukt.

Eén miljard zou er, als wij het dit jaar voor het zeggen hadden, meer uitgegeven moeten worden voor zorg. Voor meer handen aan het bed, meer hulpmiddelen en meer programma’s tegen doorliggen, ondervoeding en uitdroging. We hebben meer zorgprofessionals nodig, en ze moeten beter beloond worden, met name voor overwerk.

We kunnen de personele problemen niet oplossen met louter de efficiëncy-maatregelen waar ons kabinet zoveel van verwacht in de prognoses voor de toekomst. Natuurlijk moeten we efficiënter worden waar dat mogelijk is. Maar met name in de langdurige zorg voor ouderen is de rek er uit. Sterker nog, we zien steeds vaker de tot het uiterste opgerekte draadjes knappen, met mensonterende gevolgen voor de allerzwaksten die afhankelijk zijn van onze zorg. En die als geen ander een goede en warme zorg verdienen omdat het bij de alleroudsten van nu gaat om de generatie die ons land na de oorlog heeft opgebouwd, en waaraan wij dus nu onze historisch gezien unieke welvaart te danken hebben.

Ik sprak eerder dit jaar met een jonge arts die haar baan in een verzorgingshuis opgezegd heeft omdat ze vond niet langer verantwoordelijk te kunnen zijn voor de zorg die haar was toevertrouwd, omdat ze te weinig middelen en verzorgend personeel had. Ze vertelde over een oude man, die aan de gevolgen van een geknapte blaas was overleden, nadat hij wegens personeelsgebrek was vastgebonden op zijn bed.
Door mensonterende en hemeltergende geschiedenissen als deze verweet ik in een kamer debat de regering door het toelaten van personeelstekorten ervoor verantwoordelijk te zijn, dat in ons land oude mensen een marteldood sterven. Ik gaf de kamerleden nog de gelegenheid om dit te weerleggen maar het bleef stil.

Doorgaans zijn de reacties die ik bij zoiets krijg zijn inmiddels voorspelbaar: het gaat telkens om incidenten, er gaat ook heel veel goed.
Hemeltergend was ook de uitspraak van de tuchtraad in de zaak van mevrouw Emons, de moeder van de hier aanwezige Coby en Dikkie, dat de dienstdoende arts niet hoeft te worden opgeroepen alvorens een veronderstelde dode de koelcel wordt binnengereden. Mevrouw Emons stierf in de koelcel van het verpleeghuis en werd de volgende ochtend door de begrafenisondernemer in foutushouding doodgevroren gevonden.

Tot op de dag van vandaag kunnen er geen excuses vanaf door het verpleeghuis en de diensdoende arts de heer Vahrmeijer, nee, die laatste wijzigde gewoon de tijd van overlijden in het dossier. Geen excuses, nog geen schrijntje blijk van een schuldgevoel, alleen ontkenning. “In de doofpot ermee!”, moet het management hebben gedacht dan gaat deze schandvlek wel weg, maar NEE, de zussen Emons gaan door, door totdat de waarheid boven tafel is en het recht heeft gezegevierd en ik wens ze vanaf deze plek alle kracht toe en ik steun ze. Door dik, door dun, door alles heen.

Maar er is meer mis in het REC/Monteverdi in Zoetermeer. 25 aangiftes en klachten bij de politie. Vader met beide armen vol bijtwonden, moeder gestikt in broodje pindakaas. Geconstateerd een niet-natuurlijke dood, verpleeghuisarts tekende voor een natuurlijke dood. En het REC? Zij dreigen met een kort geding!

Het gaat in de zorg allang al niet meer om incidenten. Officiële onderzoeken hebben dit jaar aangetoond dat het vastbinden binnen veel verzorgende instellingen een alledaagse praktijk is. Maar de praktijk is dan ook dat ‘s nachts een verpleegster alleen verantwoordelijk is voor 20 of 30 demente bejaarden…

Ook de officiële cijfers van doorligwonden en ondervoeding in verpleeg- en verzorgingshuizen zijn schrikbarend, veel hoger dan in onze buurlanden, en een duidelijk gevolg van een tekort aan aandacht. Van de verantwoordelijke politiek wel te verstaan.

Het probleem is dan ook het totale gebrek aan leiderschap van staatssecretaris Bussemaker. Zij legt bij iedere misstand de verantwoordelijkheid bij het betreffende verpleeghuis zelf. Nou, dat is lekker makkelijk! Dit gebrek aan leiderschap is zo stuitend dat het ene na het andere spoeddebat over mensonterende zorg uiteindelijk leidt tot: niets. Ze wenst er niet over te gaan.

Het gevolg is dat managers met dollartekens in de ogen de verpleeghuizen zijn binnengetrokken en weerzinwekkende toestanden zoals 24-uursluiers en geïmpregneerde washandjes inmiddels gemeengoed zijn geworden. Weet u wat dat zijn 24-uursluiers en geïmpregneerde washandjes?

Een 24-uursluier betekent dat wanneer iemand vanmiddag heeft ontlast dat hij of zij daar nu nog in zit, ermee naar bed gaat, de hele dag nog in diezelfde luier plast, morgenochtend erin ontbijt en dan ergens in de middag weer een nieuwe krijgt. Voor de volgende 24 uur. Verschrikkelijk.

Geïmpregneerde washandjes zijn ooit bedacht voor de stervensfase met het idee om de stervende niet meer te hoeven belasten met wassen. Goed bedoeld dus. Inmiddels zijn ze ontdekt door de managers met dollartekens in de ogen voor de normale verpleeghuisbewoners. Dus niet meer onder de douche of met een waskom gewassen maar met alleen nog geïmpregneerde washandjes. Zo gaan die dingen in ons hoogontwikkelde land.

Hoe gemakkelijk zou de staatssecretaris dat leiderschap wel kunnen tonen? Voor het verblijf van een oudere in een verpleeghuis betalen we als samenleving gemiddeld 60.000 euro per jaar. Dat is veel geld, hoewel het op voorhand al 5% te kort is. Maar als we met zijn allen zo veel geld geven voor zorg voor onze allerkwetsbaarsten dan mogen we daar als samenleving in de persoon van de staatssecretaris toch iets voor terugverlangen: vakbekwame basiszorg met respect voor het individu en vooral: rechten voor verpleeghuisbewoners.

Mevrouw De Vries met de respectabele leeftijd van 86 jaar wil graag elke dag douchen, maar daar is geen tijd meer voor. Voor een sigaretje moet ze met rolstoel en al naar buiten. Maar buiten? Daar is ze al in geen maanden meer geweest. Wat zou ze graag nog eens een kerkdienst bijwonen, maar ook dat kan niet meer. Het huis moet steeds meer bezuinigen en moet nu zelfs extra geld gaan vragen voor het wassen van haar kleding. En het koekje bij de koffie? Dat is iets van vroeger.
 
Nee, Saban de brute pooier die honderd vrouwen 'brandmerkte’ heeft het (als we hem ooit nog te pakken krijgen) een stuk beter in de gevangenis. Hij heeft het recht om elke dag een uur buiten te luchten. Hij heeft recht op 7,5 uur recreatie en 1,5 uur sport per week. Kleding en schoeisel? Helemaal gratis. Zijn bajessalaris is onlangs nog verhoogd en zijn cel staat wel blauw van de rook. En dit alles staat letterlijk vastgelegd in de wet!
 
Ons voorstel is heel simpel. Geef onze ouderen in het verpleeghuis, de mensen die nog bloembollen hebben moeten eten in de oorlog, meer rechten dan gevangenen nu hebben, en pak de rechten van gevangenen af. Geef de ouderen het recht dat ze elke dag onder de douche mogen en elke dag naar buiten. Geef die ouderen die niks hebben misdaan het recht dat ze mogen roken op hun eigen kamer en geef ze meer verpleegsters dan dat er bewakers zijn in de gevangenis!

Staatssecretaris Jet Bussemaker kreeg van ons letterlijk 69 kansen om de telefoon te pakken of in de auto te stappen en de verantwoordelijken in de kraag te vatten voor de misstanden op de afdeling De Branding van Huis in de Duinen te Zandvoort, maar verzaakte dat. Bewust vermoedelijk. Ze schaarde zich samen met de lokale PvdA-wethouder achter de totaal incapabele directeur die in zijn beleid koos voor repressie en onderdrukking van de verpleegsters en het keer op keer onder het tapijt vegen van de misstanden om de door het management gewenste ‘rust’ te doen terugkeren. Rust? Terugkeren naar een periode waarin (zware) mishandeling, verwaarlozing, vernedering en slechte zorg de sfeer begrijpelijkerwijs totaal had verziekt? Wie verzint dat?!

Hierbij slechts één van de vele voorbeeld uit de zes verklaringen van de voormalige medewerkers, ik citeer: “Meneer zei tegen ons: “Wat zijn jullie lief voor mij”. Mijn collega en ik schrokken ontzettend omdat de heer helemaal onder de blauwe plekken zat wij vroegen aan hem: “Hoe komt u aan al die blauwe plekken op uw arm”, meneer raakte licht van slag en hij zei: “Er kwam een grote man binnen en die heeft dit gedaan en ik weet niet waarom of wat ik verkeerd heb gedaan” en gaf aan dat hij bang was dat hij weer binnen zou komen.” Konden zij hiermee bij het management terecht? Nee.

De voormalige verpleegsters – en het afdelingshoofd dat direct werd ontslagen toen ze één van de boosdoeners op de mishandelingen aansprak – vonden ondanks dat ze nog steeds last hebben van slapeloze nachten en zorgen om de achtergebleven bewoners, elders in de zorg een fijne betrekking. Maar de rust is niet teruggekeerd. Anderhalf jaar later liggen er nieuwe meldingen van misstanden bij de Inspectie.

Wanneer ik het over deze zaken heb is de gebruikelijke reactie dat ik incidenten opblaas, maar ook is me nu twee jaar achter elkaar (eerst door de PvdA en het afgelopen jaar door de ChristenUnie) bij de Algemene Beschouwingen over de Zorg verweten dat ik met mijn aandacht voor de misstanden, in plaats van voor alles wat wel goed gaat, de zorgsector een slechte naam bezorg. Daardoor zou dan misschien de bereidheid om in de zorg te werken kunnen afnemen waardoor ik verantwoordelijk zou worden voor nieuwe problemen in de toekomst.

Dit is natuurlijk de wereld op zijn kop. Van mensen die zelf in de zorg werken krijg ik nooit klachten dat ik hen een slechte naam bezorg. Integendeel, wij ontvangen veel steunbetuigingen van artsen en verpleegkundigen en verhalen uit hun eigen praktijk zijn juist de basis van onze inzet. Ik heb grote waardering voor de mensen die in de praktijk onder moeilijke omstandigheden hun best blijven doen om onze ouderen de liefdevolle aandacht te geven die zij verdienen. Ik begrijp dat het voor hen ook hartverscheurend is dat zij naast de primaire zorgtaken zelden nog tijd vinden om met hun patiënten een praatje, of eens een uitstapje te maken.

Ik heb het afgelopen jaar ook veel aandacht gevraagd voor de problemen in de top van onze instellingen. We zagen in de afgelopen periode een reeks van grote zorginstellingen in financiële problemen komen. Bij de Zeeuwse Ziekenhuizen was er sprake van een uit de hand gelopen fusieproces, bij Het Orbis in Zuid Limburg was de oorzaak een nieuw gebouwd ziekenhuis van marmer waarbij de toch al exorbitante bouwkosten volledig uit de hand liepen, bij Philadelphia deed het bestuur hobbyaankopen als kastelen die zakelijk onverantwoord bleken, en bij Meavita was sprake van een onbetaalbare uitdijende bureaucratie.

Over al deze kwesties werd in de Kamer gedebatteerd, en ik heb daarbij consequent aandacht gevraagd voor het onderliggende probleem bij al deze “incidenten”: wanbeleid en falend toezicht, veroorzaakt door een totaal verziekte bestuurderscultuur in onze zorg-, en trouwens al onze non-profit en semioverheidsinstellingen.

Bestuurders verdienen in deze sector vaak schandalige bedragen, maar in plaats van in te zien dat ze daarmee voor een grote verantwoordelijkheid beloond worden gedragen ze zich al te vaak als zonnekoningen, omringen zich met een uitgebreide staf die ze het eigenlijke werk laten doen, en houden zich zelf bezig met bobopraktijken als allerlei eervolle en/of lucratieve bijbanen in andere instellingen of maatschappelijke organisaties. De raden van toezicht worden bevolkt door lieden uit dezelfde elitaire kaste, waarbij opvallend vaak de dominante figuren ex-toppolitici zijn die soms vele tientallen van dergelijke verantwoordelijke functies tegelijk bekleden.

Op een vraag van een journalist antwoordde minister Klink dat hij de verantwoordelijken voor de problemen zoals bij Philadelphia (een zorginstelling met 600 locaties voor gehandicaptenzorg die de zorg uit het oog verloren was en zich bezig hield met allerhande vastgoedprojecten) niet ter verantwoording ging roepen maar dat zijn collega-CDA-minister Hirsch Ballin werkte aan een wet. Zijn partijgenoot de CDA-er Elco Brinkman was de verantwoordelijke bij Philadelphia en Hirsch Ballin was er commissaris. Zo is het ons-kent-ons-kringetje weer rond!

Om deze funeste cultuur te doorbreken hebben we twee voorstellen gedaan. Het eerste was om bestuurders en toezichthouders ook in hun eigen portemonnee verantwoordelijk te houden voor financieel wanbeleid en falend toezicht. Wat we nu zien is dat falende bestuurders soms vertrekken, maar dan met een gouden handdruk of riante ontslagregeling waar soms vele door hun fouten onbetaalbaar geworden zorgprofessionals van betaald hadden kunnen worden. Mijn insteek is dat bij grote salarissen ook grote verantwoordelijkheden horen, en dat wanneer die niet waargemaakt blijken niet alleen de baan maar ook de inkomens onverdiend waren, en teruggevorderd kunnen worden.

Ons tweede voorstel, dat ik meerdere malen per motie heb ingebracht, was om het aantal bijbanen in de non-profit en semi-overheid te maximeren. Ik dacht dat drie nevenfuncties wel het maximum zijn waarbij je mag verwachten dat de verantwoordelijkheden ook zorgvuldig genomen kunnen worden. Hierdoor zou meteen plaatsgemaakt worden voor werkelijke deskundigen in de Raden van Toezicht, bijvoorbeeld gepensioneerde artsen en verpleegkundigen.

Zoals gezegd werden de bestuurlijke misstanden door de verantwoordelijke bewindspersonen en hun gevestigde partijen, net als de misstanden op de werkvloer, afgedaan als incidenten. Maar ook hier werd onze stelling dat er sprake is van een structurele problematiek dit jaar bevestigd door onafhankelijke onderzoekers, ditmaal van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg, die ook concludeerden dat de problemen structureel en niet incidenteel zijn.

De analyse en oplossingen waar de raad mee kwam waren ons toch onvoldoende doortastend, en in een paar interviews en in een opiniestuk in Trouw reageerde ik op het rapport door mijn eerder binnenskamers gedane voorstellen publiekelijk te herhalen en te onderbouwen.

Toch gebeurde er iets opmerkelijks. Twee weken later besteedde Eenvandaag twee opeenvolgende uitzendingen aan de bijbanencultuur. Hierbij werden onder anderen twee vooraanstaande autoriteiten ten tonele gevoerd. Professor en ex-minister  Rick van der Ploeg kwam met een vrijwel identieke analyse als de mijne, een aantal van dezelfde voorbeelden, en dezelfde oplossing van maximering van het toegestane aantal bijbanen. Hij werd hierbij volledig ondersteund door Morris Tabaksblat, opsteller en naamgever van een code die voor het bedrijfsleven eenzelfde maximum regelt. Ook PvdA kamerlid Staf Depla mocht zijn instemming met dit plan betuigen.

Weer enkele weken later kwam de RVZ haar rapport dat aanleiding was voor mijn eerdere reactie toelichten, en in die toelichting werd allereerst het plan van maximering aan de eigen plannen toegevoegd. Er ontstond ter plekke kamerbrede consensus over een idee dat enkele maanden daarvoor, komende van ons, een paar keer met grote meerderheden werd afgewezen.

Maar ook nu, toen ik nogmaals namens mijn fractie het voorstel deed om die maximering politiek te regelen, was er geen instemming van de regeringspartijen. Zij hadden een ander plan, namelijk om de organisaties zelf die maximering in hun gedragscode te laten opnemen. Vervolgens zou zo’n code door ministeriële bevestiging kracht van wet worden. Weer wat later kwam de SP met een motie om maximaal 5 bijbanen toe te staan, en die werd aangenomen.

Ik vertel dit verhaal niet alleen om beetje om op te scheppen dat onze analyse en oplossingen uiteindelijk zijn overgenomen, maar vooral omdat het typerend is voor de manier waarop voorstellen van een oppositiepartij door regering en regeringspartijen behandeld worden.

Hilbrand Nawijn heeft toen hij minister was het parlement ooit één groot ritueel genoemd, vanwege de voorspelbaarheid in het debat van zowel coalitie als oppositie. Hij werd om die uitspraak fel aangevallen door de toenmalige oppositieleiders Thom de Graaf en Jan Marijnissen.

Deze twee heren leverden door deze kritiek overigens een staaltje van optimale ironie, omdat zij beiden (de Graaf in een D66 congrestoespraak, Marijnissen in een boek) in vrijwel identieke bewoordingen dit verschijnsel eerder aan de kaak hadden gesteld.
Maar toen zij vanuit de oppositie werden geconfronteerd met een minister die hun eigen ideeën durfde te uit te spreken was de Tweede Kamer te klein. De minister had de kamer geschoffeerd. Schande.

Een treffender illustratie van ritueel gedrag hadden ze niet kunnen geven. De oppositie is tegen de minister, waar het maar kan. Op dezelfde manier neigen de regering en de regeringspartijen voorstellen van de oppositie te bekijken, vooral als ze komen van een partij als de PVV.

Ik heb de afgelopen jaren 155 moties ingediend namens mijn fractie maar daarvan zijn er welgeteld twee aangenomen omdat men daar echt helemaal niet omheen kon. Maar ook die twee worden niet uitgevoerd. Dit wil niet zeggen dat niets van wat wij inbrengen doordringt, maar als het gebeurt gaat het wel tergend langzaam, na veel tegenspartelen en meestal pas nadat een partij van buiten onze analyses ondersteunt.

Nog een voorbeeld hiervan was onze kritiek op het functioneren van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Ik heb in mijn eerste jaar als Kamerlid geconstateerd dat die niet goed functioneert. De inspectie is een grotendeels papieren proces waarbij zorginstellingen zelf vragenlijsten invullen op grond waarvan de inspectiedienst oordeelt. Bezoeken van de inspectie zijn er wel, maar worden van tevoren aangekondigd. Als er klachten bij de inspectie binnenkomen stuurt die ze zelfsrechtstreeks door naar de directie van de instelling waarover de klacht gaat.

Ons eerste voorstel om de inspectie te verbeteren was de introductie van zogenaamde ‘mystery guests’, incognito inspecteurs die van binnenuit een instelling beoordelen.

In eerste instantie was staatssecretaris Bussemaker ronduit tegen dit plan, maar na verloop van tijd heeft ze schoorvoetend toegezegd het idee uit te voeren. Wat overigens nog niet gebeurd is. Ik ben op een betere inspectie blijven aandringen, en heb daar een groot deel van mijn laatste Algemene Beschouwingen aan besteed. Dit leverde in eerste instantie niets op. Maar toen een paar weken later de Nationale Ombudsman met een zeer kritisch rapport over de inspectie kwam werd men op het ministerie toch wakker.

Hetzelfde verschijnsel heb ik als Statenlid in Noord Holland meegemaakt. Ik ontdekte snel dat ik uit de normale ambtelijke papierberg geen inzicht kon verkrijgen in de vraag of de honderden miljoenen euro aan subsidies verantwoord werden besteed. Ik vermoedde natuurlijk al van niet.

Maar toen wij na een lange strijd met de ambtenarij en een beroep op de Wet Openbaarheid Bestuur een flink aantal individuele subsidiedossiers had weten te bemachtigen bleek daaruit snel dat de verslaglegging heel slecht was, en dat in het subsidiebeleid nauwelijks gestuurd werd op werkelijke, meetbare resultaten.

De ambtenarij schrok wel een beetje toen een volksvertegenwoordiger werkelijk aandacht toonde voor hun werk. Ook de nationale pers toonde interesse voor onze bevindingen. Maar mijn collega’s in de Statenzaal bleven slapen, in het volste vertrouwen dat zonder dat zij hun controlerende taak uitvoerden de zaakjes wel afdoende geregeld waren… Tot achtereenvolgens een officiële accountantsrapportage en de Rekenkamer aantoonden dat het inderdaad een grote puinhoop was bij de subsidies.

Van alle subsidies bleek maar 6% te voldoen aan alle wettelijke eisen en eisen gesteld in provinciale verordeningen. Van de rest was de helft door gebrekkige documentatie niet te beoordelen, en de andere helft bevatte aantoonbare onrechtmatigheden. Bedenk hierbij dat een volkomen rechtmatige subsidie nog niet wil zeggen dat het geld goed is besteed.

Ik heb ook voor het vraagstuk van de doelmatigheid veel aandacht gehad en veel specifieke voorstellen gedaan, zoals dat bij elke subsidie verwacht mag worden dat tevoren een meetbaar en maatschappelijk nuttig resultaat wordt geëist, en dat van het resultaat naar vooraf afgesproken normen afhangt of en hoeveel wordt betaald.

Aan de kwestie van doeltreffendheid zijn we in Noord Holland ondanks onze inspanningen nooit toegekomen, maar aandacht voor het proces en controle kwam er na jaren, en met wat hulp van buitenaf, uiteindelijk wel. En de provincie gaat (met het oog op deelname van de PVV aan de eerstvolgende statenverkiezingen?) nu dan toch eindelijk 45 miljoen euro bezuinigen op subsidies.

Bij mijn laatste voorbeeld van weerstand tegen onze initiatieven waarbij onverwachte hulp van buitenaf opdook is de uitkomst nog niet binnen, maar het is nu al een opmerkelijk geval.

We kennen in ons land een gruwelijke, maar helaas bloeiende criminele industrie van loverboys die zich, soms gewoon op schoolpleinen, op heel jonge meisjes van een jaar of 16 richten.

Het is voor mij onverdraaglijk, dat in ons land gevangen criminelen het beter hebben dan onze bejaarden. Saban Baran, de brute pooier die honderd vrouwen misbruikte, tot prostitutie dwong, mishandelde, mismaakte en brandmerkte, mocht zomaar een dagje weg om zijn waarschijnlijk voor dat doel bij een van zijn slavinnen verwekte baby te bezoeken. Mijn maag keert er bij om….

Die meisjes worden eerst een paar jaar door die pooiers en hun vrienden misbruikt, om op hun achttiende verjaardag achter een raam te belanden (omdat dat in ons land vanaf 18 jaar volkomen legaal is) en het geld te verdienen waarmee de schurken hun ‘lifestyle’ kunnen onderhouden. Het is een misvatting dat deze loverboys in eerste instantie altijd heel romantisch te werk gaan, met cadeautjes en liefdesverklaringen. Vaak gaat het vanaf het begin met intimidatie en geweld.

Ons voorstel om de toegestane leeftijd voor prostitutie te verhogen van 18 naar 21 zal niet in één klap een einde maken dit verschijnsel. Daar is meer voor nodig, en samen met mijn collega Raymond de Roon heb ik een volledig actieplan ontwikkeld. Maar het verhogen van die leeftijd alleen zal het wel al een stuk moeilijker maken om aan die heel jonge meisjes ook veel geld te verdienen.

Ons voorstel werd in de Tweede Kamer afgewezen door een meerderheid, waaronder de PvdA en GroenLinks. Maar wat zien we gebeuren? De PvdA en GroenLinks in Amsterdam vinden het wel een goed plan, en willen nu die leeftijd zelfs verhogen naar 23 jaar. Ik ben zeer benieuwd hoe de stemming nu gaat uitpakken als mijn initiatiefwetsvoorstel hierover wordt behandeld. Misschien zijn we trouwens niet van de linksen afhankelijk, want CDA en CU steunen dit plan al, en de VVD heeft inmiddels ook toegezegd het idee te willen ondersteunen en zullen zich hopelijk net als ons na een zorgvuldige afweging heen zetten over het liberale bezwaar dat we de vrije beroepskeuze voor dit speciale beroep voor jonge vrouwen drie jaar moeten opschorten. Het bezwaar waar de linkse partijen zich achter verschuilen – dat het zal leiden tot meer illegale prostitutie – is ook niet terecht, immers de opsporing moet beter maar met ons voorstel kunnen als we meisjes aangetroffen worden in het illegale circuit – vrijwillig danwel onvrijwillig – uit de prostitutie worden gehaald. En dat is winst.

 - gerichte voorlichting aan alle meisjes op de middelbare schoolleeftijd
 - bestrijding verknipte vrouwbeeld dat in bepaalde vooral islamitische kringen bestaat.
 - gerichte interventies door Bureaus Jeugdzorg bij vermoeden van problemen met loverboys
 - scherper en actiever opsporingsbeleid loverboys
 - strafverhoging gedwongen prostitutie
 - minimumstraffen gedwongen prostitutie
 - betere opvang slachtoffers loverboys
 - preventieve hechtenis loverboys
 - financieel kaalplukken loverboys na veroordeling
 - waarborg aangifte kunnen doen zonder vrees voor represailles
 - waarborg veilige verblijfsplek na aangifte
 - naming & shaming loverboys
 - denaturaliseren en uitzetten bij dubbel paspoort loverboys

Politiek is vaak een bezigheid die veel geduld vergt, maar het geeft ook veel voldoening je in te zetten voor een betere samenleving, en om daar af en toe ook werkelijk aan te kunnen bijdragen. Het is heel hard werken, want alleen aan het doorgronden van de door de ambtelijke molen geproduceerde papierbrij heeft een normaal mens al een ruime dagtaak. Het is wel nodig je weg in ‘de stukken’ te kennen. Wie verdwaalt wordt genadeloos afgestraft.

Maar het is vooral belangrijk om daarnaast je voelhorens in de echte wereld uit te steken, om te weten wat er werkelijk speelt. En als je vervolgens denkt te weten hoe het beter moet, moet je je nooit laten ontmoedigen door aanvankelijke tegenwerking. Daar kun je beter op rekenen en toch blijven volhouden met argumenten en voorbeelden, en je weet nooit van tevoren waar vroeg of laat een lampje gaat branden, en bij wie uiteindelijk het kwartje valt en welke meerderheid je weet te vangen voor je voorstellen.

Ik ben bijzonder blij hier vandaag uitgenodigd te zijn door de Lijst Hilbrand Nawijn. U zet zich maatschappelijk in voor een politieke organisatie die niet bij de gevestigde orde hoort, en waarbij U niet hoeft te verwachten door trouwe arbeid opgenomen te worden in de lucratieve banenmachine van de elite, die met belastinggeld wordt betaald. Maar de ware beloning voor idealisme is niet in geld uit te drukken. Een beter land, en een beter Zoetermeer, daar is het ons om te doen.

Ik wens U een goede campagne toe, en veel zetels, invloed en successen in de komende raadsperiode.