Spreektekst Wim Kortenoeven in het algemeen overleg over de Raad Buitenlandse Zaken van 19 januari 2012
Voorzitter,Op 9 januari werd in de door de Palestijnse Autoriteit bestuurde delen van Judea en Samaria herdacht dat Al-Fatah 47 jaar geleden werd opgericht. Dat was in 1965 en toen was er nog geen sprake van ‘bezette gebieden’.
Israel veroverde Judea en Samaria, de bakermat van de Joodse beschaving, pas in juni 1967 op de toenmalige bezetter van die gebieden: Jordanië. En pas nadat het Jordaanse leger als eerste het vuur had geopend.
De doelstelling van Al-Fatah was en is na 47 jaar nog steeds niet de bevrijding van ‘gebieden’ maar de gewelddadige vernietiging van de Joodse staat. Dat staat nog steeds met zo veel woorden in de statuten van de organisatie. Al-Fatah is de belangrijkste fractie binnen de Palestijnse Bevrijdingsbeweging PLO. En de PLO vormt weer de basis van de Palestijnse Autoriteit. Al-Fatah, de PLO en de Palestijnse Autoriteit worden alle drie voorgezeten door Mahmoud Abbas.
Tijdens de herdenking van 9 januari werd in Ramallah een toespraak gehouden door de moefti Mohammed Hoessein, de belangrijkste religieuze leider binnen de Palestijnse Autoriteit. Hoessein werd destijds aangesteld door Mahmoud Abbas zelf en hij sprak op een officiële bijeenkomst van de Palestijnse Autoriteit. En deze werd live uitgezonden door de tv-zender van de Palestijnse Autoriteit.
Hoessein werd aangekondigd door een gespreksleider die de volgende woorden sprak: “Onze oorlog met de afstammelingen van apen en varkens”, dat zijn de Joden, voorzitter, “is een religieuze oorlog. Lang leve Fatah!”.
De moefti Hoessein zei vervolgens, en ik citeer: “47 jaar geleden begon de revolutie. Welke revolutie? De moderne revolutie in de geschiedenis van het Palestijnse volk. Maar in feite is Palestina in haar geheel een revolutie, vanaf het moment dat kalief Omar kwam en Jeruzalem veroverde, tot aan het einde der tijden. De betrouwbare Hadith zegt… (een hadith is een uitspraak of handeling die wordt toegeschreven aan Mohammed, voorzitter).
De betrouwbare hadith zegt:
‘Het uur van het laatste oordeel zal niet komen tot jullie de Joden bevechten. De Joden zullen zich achter stenen en bomen verstoppen. En dan zullen de stenen en bomen uitroepen: ‘o moslim, o dienaar van Allah, achter mij zit een Jood, kom en dood hem!’” Einde citaat.
Voorzitter, deze passage, die oproept tot het vermoorden van alle Joden, ook die in Rotterdam en Amstelveen, staat ook in artikel 7 van het handvest van de terreurorganisatie Hamas.
Op veel plaatsen in de Arabische wereld en met grote regelmaat wordt deze hadith als opdracht aan de bevolking toegespeeld.
Bijvoorbeeld in Egypte. Op 14 januari werd op de Egyptische televisiezender Al-Rahma een preek uitgezonden van de kinderprediker Mohammed Osama, waarin de hadith werd gereciteerd met de toevoeging: “Door de aanbidding van Allah zullen wij onze vijanden overwinnen en de Joden verslaan”.
Ik hoor graag van de minister hoe hij deze twee voorbeelden van ophitsing beoordeelt.
Is deze officiële ophitsing van de Palestijnse Autoriteit tot genocide op het Joodse volk verenigbaar met een vredesproces? Of met goede betrekkingen met Nederland?
Welke actie gaat de minister ondernemen in de richting van Abbas? En wat gaat de minister doen, bilateraal of via Brussel, aan het doen annuleren van de officiële doelstelling van Al-Fatah en daarmee die van de PLO en van de Palestijnse Autoriteit: namelijk de vernietiging van de Joodse staat?
En wat gaat de minister doen tegen de ophitsing tot geweld in de moskeeën en via de televisiezenders van Egypte? Biedt het associatieverdrag met Egypte hier mogelijkheden?
En tenslotte: waarom heeft de minister op schriftelijke vragen van mij over een vergelijkbaar incident in Koeweit geantwoord dat de Koeweitse overheid daar niets mee te maken had? Ook dat incident werd op de door de staat gecontroleerde tv uitgezonden. Is de minister alsnog bereid de Koeweitse regering daarop aan te spreken? En is hij bereid met de Europese bondgenoten een onderzoek te laten doen naar de verspreiding, via satellietzenders, van dit soort ophitsing naar Nederland en de rest van Europa? Graag een reactie.
Voorzitter, hoe beoordeelt de minister de islamisering van de Egyptische politiek? Op 22 december zei hij op BNR Nieuwsradio dat hij optimistisch was over een goede afloop van de Arabische Lente. Ook zei hij niet bang te zijn voor islamisering van de regio. Hij ziet het niet gebeuren dat er in de regio een ‘islamitische Iranisering’ plaatsvindt. Meent de minister dit werkelijk? Hoe beoordeelt hij dan het verkiezingsresultaat in Egypte? Graag een inhoudelijke reactie.
Voorzitter, ik rond af met enkele korte opmerkingen en vragen.
Iran. Mijn fractie is content met de voortrekkersrol die de minister tot nu toe op zich heeft genomen met betrekking tot het sanctieregime. Wij hopen dat hij die voortrekkersrol blijft vervullen.
Wat is de stand van zaken met betrekking tot het internationale onderzoek naar de dood van de schrijver Rafiq Taghi?
Syrië. De val van het misdadige Assadregime lijkt nabij. Maar dat kan ook gevaarlijke bijeffecten hebben. Met name de Hezbollah-factor is hier aan de orde. Hoe verstaan de minister en zijn Europese collega’s zich met de Libanese regering en UNIFIL, die helemaal niets ondernemen om uitvoering te geven aan VN-Veiligheidsraadresolutie 1701?
En wat wordt in concreto ondernomen om de overdracht van Syrische zware wapens aan Hezbollah tegen te gaan?
Turkije. In de geannoteerde agenda wordt geen aandacht besteed aan de Turkse chantagepolitiek ten aanzien van Frankrijk en de NAVO. Waarom niet?
Kazachstan. Hoe beoordeelt de minister het verloop en de uitslag van de recente parlementsverkiezingen in dat belangrijke land? En hoe beoordeelt hij de reactie van president Nazarbajev op het rapport van de OVSE ter zake?
Dat was het, voorzitter.
