Nederland weer van ons

Voorzitter,

Alvorens de inhoud van het wetsvoorstel te bespreken, eerst een korte inleiding over de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, hierna: de RSJ.
De RSJ heeft twee taken:
1. het adviseren van de minister en staatssecretaris over de toepassing en uitvoering van beleid en regelgeving op het terrein van strafrechtstoepassing en jeugdigen en
2. een rechtsprekende taak: de RSJ beslist over beroepschriften van gedetineerden, ter beschikking gestelden en jeugdigen.
De RSJ hanteert als toetsingscriteria, kort gezegd, of de overheid op een juridisch correcte wijze en in overeenstemming met beginselen van goede bejegening te werk is gegaan.

Sinds de instelling van de RSJ zijn er diverse ontwikkelingen geweest, waaronder ontwikkelingen in de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, die gevolgen hebben voor de uitoefening van de taken van de RSJ. Deze ontwikkelingen hebben geleid tot diverse aanpassingen in de organisatie van de RSJ, zoals het overhevelen van de toezichthoudende taak van de RSJ naar de Inspectie Veiligheid en Justitie. Ook de RSJ zelf heeft in de verschillende ontwikkelingen aanleiding gezien de organisatiestructuur op een aantal punten te wijzigen.

Het wetsvoorstel dat we vandaag bespreken, vormt het sluitstuk van deze organisatorische wijzigingen, opdat zowel de adviserende als de rechtsprekende taak van de RSJ verder worden versterkt. Daartoe worden er drie wijzigingen voorgesteld:

1. een scherpere scheiding tussen enerzijds de adviserende functie en anderzijds de rechtsprekende functie: het worden twee aparte gelijkwaardige afdelingen;
2. de toetsingsgronden voor de rechtspraak van de RSJ worden aangevuld. Meer expliciet wordt vastgelegd dat ook de belangen van slachtoffers en nabestaanden en de veiligheid van de samenleving meegewogen moeten worden in de beslissingen van de RSJ;
3. de mogelijkheid voor de procureur-generaal bij de Hoge Raad om cassatie in het belang der wet in te stellen tegen de uitspraken van de RSJ

In het verleden hebben beslissingen van de RSJ op z'n zachtst gezegd niet op de sympathie van de PVV kunnen rekenen. Om een paar voorbeelden te noemen:
1) het proefverlof van Volkert van der Graaf. Zelfs de staatssecretaris wilde hier niet aan, maar de beroepscommissie van de RSJ bepaalde op 10 december 2013 dat aan Volkert van der Graaf verlof moest worden verleend. En zo geschiedde.
2) hoewel de staatssecretaris zelf ook heeft aangegeven dat hij het hier niet mee eens was, kon door een uitspraak van de RSJ in 2011 de tot levenslang veroordeelde kindermoordenaar Koos H. verkassen van de gevangenis naar een lichter regime in de TBS.

Voorzitter, en zo kan ik nog wel even doorgaan want deze lijst van uitspraken is niet limitatief. Voor de liefhebber: kijk vooral eens naar het filmpje dat de RSJ hierover zelf op YouTube heeft gezet. Te vinden via de link op de website van de RSJ. Ook ben met de, laat ik het zo zeggen 'wereldvreemdheid' en soms zelfs bemoeizucht van de RSJ geconfronteerd. Op een werkbezoek in een gevangenis zag ik een meterslange klimop langs de muur. Nadat ik vroeg waar dit voor diende, vertelde men mij dat dit een advies was van de RSJ, omdat gevangenen volgens de RSJ de seizoenen moeten kunnen zien.

Maar goed, het wetsvoorstel lijkt op het eerste oog zo slecht nog niet. Zoals ik al eerder heb opgemerkt, bepaalt het wetsvoorstel dat voortaan de belangen van slachtoffers en nabestaanden meer expliciet als toetsingsgrond meegenomen bij de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbenemende en vrijheidsbeperkende straffen en maatregelen. Dit is wat de PVV betreft hard nodig. Laat ik dit met het volgende voorbeeld onderbouwen. Een kamermeerderheid vond in 2007 dat tot levenslang veroordeelden geen recht op verlof hebben. Een poging om de verlofmachtiging van de meervoudig moordenaar Cevdet Yilmaz via deze wet in te trekken mislukte echter. De RSJ stak er een stokje voor: een nieuwe wet zou niet toepasbaar zijn op oude zaken. En tegen die uitspraak was geen beroep mogelijk. In 2009 ontnam de toenmalige staatssecretaris Yilmaz zijn verlofregeling, omdat uit onderzoek onder nabestaanden en slachtoffers bleek dat zij zich ernstig gekwetst voelen door het verlof dat Yilmaz krijgt. Maar ook hier kwam de RSJ weer tussen. De RSJ oordeelde dat een crimineel de kans op verlof alleen ontnomen kan worden als er nieuwe feiten of omstandigheden aan het licht komen, waardoor het verlof niet toegekend had mogen worden.

Wat de PVV betreft staan de belangen van slachtoffers altijd bovenaan, en we zullen het natuurlijk nooit zeker weten, maar de kans is zeer wel aanwezig dat het voorgaande niet zou zijn gebeurd als de RSJ gehouden was de belangen van de slachtoffers en/of nabestaanden als toetsingsgrond bij de beoordeling mee te wegen. Het oordeel van mijn fractie is dan ook dat het wetsvoorstel nodig is en kan zij op basis daarvan dus instemmen.

Helemaal tot slot een woord van dank aan de staatssecretaris dat hij naar aanleiding van een vraag van de PVV-fractie in het wetsvoorstel de verplichting heeft opgenomen voor de leden en de buitengewone leden van de RSJ om al hun betrekkingen en nevenbetrekkingen te vermelden. Op die manier wordt transparantie over de (neven)betrekkingen van de leden en buitengewone leden van de RSJ ook wettelijk gewaarborgd.

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 2730 gasten

donaties

doneer

Nederland
English