Nederland weer van ons

Voor dit algemeen overleg staan meerdere punten op de agenda en ik wil beginnen met de verbetering van het aangifteproces. De Minister komt met de gebruikelijke opsomming van o.a.: aangifte via internet, 3D-aangifte, aangifte op locatie, telefoni-sche bereikbaarheid, terugkoppeling over wat er met de aangifte is gebeurd. Er komt zelfs een proef met de aangifte van een misdrijf via een app. Verder wordt er geïn-vesteerd in kennis en expertise van de intake en servicemedewerkers. De eerste resultaten worden uiterlijk eind 2015 verwacht.

De PVV steunt al deze maatregelen, maar merkt wederom op dat het probleem vooral is dat mensen geen aangifte doen, omdat ze denken dat er toch niets mee gebeurt. Daarom is het ook van belang dat de pakkans, het ophelderingspercentage en de straffen omhoog gaan. Uit een enquête van het Eenvandaag opiniepanel blijkt dat 70% van de slachtoffers van woninginbraak niets van de politie hoort over of de dader is gepakt of dat er überhaupt onderzoek is verricht, terwijl de minister aangeeft dat het percentage tijdige terugmeldingen voor woninginbraken in 2014 gemiddeld op 95% ligt. Kan de minister dit verschil verklaren? Nu we het toch over woninginbraken hebben wil de PVV wijzen op de Duitse oplossing voor inbrekers. Duitsland zet buitenlandse inbrekers het land uit met een verbod om zich ooit nog in Duitsland te vertonen. Zij worden vervolgens in eigen land berecht. Het werkt met name bij Oost-Europese inbrekers goed. De PVV wil van de minister weten of hij bereid is dit ook te doen in Nederland te doen. Mijn fractie overweegt een motie op dit punt.

Bij het voorgaande speelt ook mee dat uit een onderzoek van de Inspectie Veiligheid en Justitie is gebleken dat de parate kennis van de bevoegdheden bij de agenten in de basispolitiezorg, ook wel aangeduid met "blauw op straat", onvoldoende is. Het betreft onder mee de basisbevoegdheden staande houden en aanhouden, onderzoek aan lichaam en kleding, binnentreden en doorzoeken. Dit is een alarmerende conclusie, want dit kan tot gevolg hebben dat zaken 'stuk' gaan. Ten eerste, omdat onrechtmatig verkregen bewijs niet mag worden gebruikt, ten tweede, omdat bewijsstukken kunnen blijven liggen. In de brief van 24 maart jongstleden geeft de minister terecht aan dat de vrijblijvendheid van het op peil houden van de vakkennis gaat verdwijnen. De aangekondigde maatregelen zijn in de ogen van de ACP echter volstrekt onvoldoende. Met verwijzing naar de brieven van de ACP van 8 april jongstleden dan ook twee vragen de vraag aan de minister: 1. Gaat de minister op korte termijn komen met een plan van aanpak in een poging het achterstallig onderhoud in te lopen? En 2. Voor een goed functionerende politie is onderwijs en permanent onderhoud van de vakkennis een absolute voorwaarde. Wat gaat de minister in dat kader doen gelet op de enorme bezuiniging op het politieonderwijs?

In het verlengde daarvan nog twee vragen aan de minister naar aanleiding van het boek van oud-rechercheur Michiel Princen. Hij stelt dat rechercheurs, door hem aangeduid als "de frontsoldaten van de rechtsstaat" pover zijn opgeleid met als quote: "de misdaad is georganiseerd, nu de politie nog." Vraag aan de minister: hoe zit het met het opleidingsniveau van de recherche? En de tweede vraag: klopt het dat de recherche niet altijd aan de slag gaat met "panklare dossiers" die worden aangeleverd door bijvoorbeeld interne fraude- en security-afdelingen van grote bedrijven, banken en verzekeringsmaatschappijen?

Dan kom ik bij het overzicht van de huisvestingslocaties van de politie welke de mi-nister op verzoek van de Kamer heeft gestuurd omdat veel politiebureaus worden gesloten. De toegankelijkheid van de politie blijft volgens de minister gewaarborgd door bereikbaar te zijn via meerdere kanalen. Uit de cijfers van de Nationale Politie blijkt echter dat de politie in 215 gemeenten niet binnen 15 minuten ter plaatse is. Het komt er op neer dat maar liefst 6 miljoen mensen in een gemeente wonen waar de politie bij een noodmelding niet op tijd is. Uit de antwoorden op de door de PVV gestelde schriftelijke vragen blijkt dat dit juist is. Dan is het leuk en aardig dat de politie over het algemeen aan de gestelde norm voldoet, maar hoe gaat de minister er voor zorgen dat de politie ook in deze gemeenten op tijd komt? Niet alleen omdat in noodsituaties iedere seconde telt, maar ook om daders op heterdaad te betrappen, maar dan moeten ze wel op tijd zijn. Graag een reactie.

Ook hetgeen we uit de media konden vernemen dat de politie in driekwart van de meldkamers te weinig mankracht heeft werkt niet bevorderlijk, diplomatiek gezegd. In gewoon Nederlands: er komen mensenlevens op het spel te staan. Mag ik er van uitgaan dat de minister dit per direct gaat oplossen?

Dan kom ik bij de evaluatie van het Landelijk Expertisecentrum Diversiteit (LECD). Hieruit blijkt dat het LECD een belangrijke aanjaagfunctie heeft vervuld op de the-ma's: diversiteit, omgangsvormen, multicultureel vakmanschap en discriminatie. Een divers personeelsbestand is een voorwaarde voor een effectieve aanpak van criminaliteit maar bijvoorbeeld ook van discriminatie en jihadisme. De PVV is het hier niet mee eens. Niet een divers personeelbestand maar een personeelsbestand met geschikte personen ongeacht huidskleur of geslacht zorgt voor een effectieve aanpak van criminaliteit. Wat vindt de minister van de mededeling van korpschef Bouman dat het aantal agenten met een allochtone achtergrond flink moet groeien: "dat is niet een streven, het móét". De PVV wil de garantie van de minister dat de meest geschikte persoon agent wordt, niets meer en vooral niets minder. Ook op dit punt overweegt mijn fractie een motie.

Het is de PVV ter ore gekomen dat mensen die werkzaam zijn in de beveiliging daar-naast niet aan de slag kunnen als politievrijwilliger. De reden zou zijn dat deze activiteiten niet verenigbaar zijn. De PVV wil van de minister weten of dit klopt. Mijn fractie begrijpt dat niet iedereen politievrijwilliger kan worden, maar het kan toch ook niet zo zijn dat de beveiliging hier standaard van is uitgesloten. Veel beveiligers werken in onregelmatige diensten en zijn hierdoor flexibel in te zetten. Daarbij levert het wellicht een nog betere samenwerking tussen deze vakgebieden op. Graag een reactie.

Tot slot drie punten los van de agenda. Ten eerste een vraag over de zorgen van de medewerkers van de Forensische Opsporing over de draagplicht van het nieuwe operationele politie-uniform. Deze mensen zijn belast met het onderzoek op een plaats delict en het veilig stellen van sporen c.q. sporendragers en zijn niet bewa-pend. Hetzelfde geldt voor de politievrijwilligers. Ook zij hebben deze zorgen. Met de toename van geweld tegen agenten en het advies van de minister en de korpschef naar aanleiding van de toenemende dreiging van terrorisme, inhoudende dat politieagenten die in uniform naar huis gaan hun dienstwapen mee moeten nemen, zijn de medewerkers van de Forensische Opsporing er terecht niet gerust op het politie-uniform te dragen. Het antwoord dat het dragen van het uniform "niet verplicht is" is onvoldoende, zeker gezien het feit dat de minister in deze antwoorden aangeeft dat politieagenten het uniform dienen te dragen om "als zodanig kenbaar te zijn."

Ten tweede de grote onrust en onvrede die heerst onder 1300 agenten die verant-woordelijk zijn voor de veiligheid op het spoor, de snelwegen en het water. Snel-wegagenten moeten nu meevaren op politieboten, agenten van de waterpolitie zitten op de trein en spooragenten zitten in snelle politieauto's. Door iedereen overal in te zetten gaan specialismes en specifieke kennis verloren en wordt het inefficiënt. Nu schijnt het dat de Landelijke Eenheid, waar de Dienst Infrastructuur onder valt, deze zorgen kent en hierover in gesprek is met medewerkers en de ondernemingsraad. Kan de minister aangeven hoe deze gesprekken zijn verlopen? Laat duidelijk zijn dat mijn fractie van mening is dat specialismen behouden dienen te blijven, hetgeen betekent dat de betreffende agenten ook dat werk moeten blijven doen en niet ten behoeve van andere, daarbuiten liggende werkzaamheden ingezet moeten worden. In dit kader dan ook de opmerking dat de agenten steeds meer tijd kwijt zijn aan de problematiek rondom verwarde personen. Om hier een einde aan te maken, heeft de korpsleiding (Henk van Essen) gepleit voor de inzet van "wijk-ggz'ers." Gaat de minister gehoor geven aan dit verzoek?

Tot slot de door mij aangehouden motie inzake de strafbaarstelling van het voorhan-den hebben van inbrekerswerktuigen. In het weekend van 28 maart jongstleden heeft de politie 2000 controles uitgevoerd in een actie tegen rondreizende bendes. agenten hebben 75 verdachten aangehouden en hebben veel spullen in beslag genomen waaronder inbrekerswerktuigen. Tijdens het wetgevingsoverleg politie op 17 november 2014 heeft de minister een onderzoek toegezegd naar aanleiding van genoemde motie die als doel heeft de inbeslagname van inbrekerswerktuigen te vergemakkelijken. Naar verwachting zou het onderzoek in juli 2015 gereed zijn. Kan de huidige minister dit bevestigen en kan hij mogelijk al de stand van zaken op dit punt aangeven?

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 2770 gasten

donaties

doneer

Nederland
English