Nederland weer van ons

Zoals bekend gaat de implementatie van de nationale politie niet vlekkeloos en dan druk ik me nog zachtjes uit. De Minister heeft daarom een herijkingsnota opgesteld waarover de PVV eerder al heeft gezegd dat er bij de politiebonden geen draagvlak voor is vanwege het ontbreken van een visie en de minister om die reden terug had gemoeten naar de tekentafel. Helaas is dit niet gebeurd, maar misschien kan de mi-nister bevestigen dat dit, net als de cao, inmiddels wel met naar tevredenheid van de politiebonden is geregeld?

Dat is een bruggetje naar de brief van de minister een brief waarin hij ingaat op de voortgang, recente ontwikkelingen en aanvullende maatregelen bij de herijkingsnota, want de conclusies van de herijking staan nog steeds overeind. Dat is logisch, dit probleem los je niet 1, 2, 3 op. Dit staat ook duidelijk in de brief over de evaluatie van de Politiewet 2012. Gelukkig heeft het personeel inmiddels duidelijkheid over hun voorgenomen plaatsing. Dit is in beginsel goed nieuws voor de betrokkenen, met uit-zondering van degenen die het niet eens zijn met de nieuwe functie of de omschrijving daarvan. De daarvoor geldende procedures lopen echter nog, dus dat moeten we verder afwachten.

Wat de PVV wel zorgen baart is dat na onderzoek is gebleken dat de bijbehorende invoering van één landelijke meldkamerorganisatie (LMO) niet binnen de geplande tijd en binnen het geplande budget kan worden gerealiseerd. Mijn fractie constateerde eerder dat er al gaten zitten in de herijkingsnota. Nu blijkt dat weer iets niet haalbaar is volgens de planning. Daarnaast heeft de landelijke recherche in de media duidelijk gemaakt dat de politie onmogelijk nieuwe opsporingstaken kan uitvoeren als de bezuiniging van € 40 miljoen op de ict overeind blijft. Voorbeeld: het op afstand binnendringen van computers en smartphones dat wordt geregeld in wetsvoorstel computercriminaliteit III. Zonder al een inhoudelijke uitspraak te doen over de wense-lijkheid van het binnendringen van computers, wil mijn fractie weten welke tekorten er ontstaan door deze ontwikkelingen en hoe de minister deze gaten gaat dichten. Graag een reactie.

In het verlengde van dit onderwerp het volgende. Van de werkvloer hoor ik geluiden over de onderbezetting van de meldkamers. In Zuid-Holland (zuid) wordt dit ‘opgelost’ door een aantal agenten van de basiseenheid een zogenoemde duobaan te geven: 18 uur op straat en 18 uur op de meldkamer. Dit kan toch niet de bedoeling zijn, want zo zijn de agenten dus minder op straat aanwezig. Is de minister dit met mijn fractie eens en zo ja, wat gaat hij hier aan doen?

In dat kader ook een opmerking over de brief van de minister over de beschikbaarheid van politievoertuigen voor wijkagenten. Erkend wordt dat de politievoertuigen ongelijk verdeeld zijn over de politie-eenheden en dat een betere verdeling over de politie-eenheden noodzakelijk is. Er komt binnenkort een Strategisch Voertuigenplan voor de periode 2016–2020. Wordt hierbij ook het laatste bericht betrokken dat agenten meer tijd kwijt zijn om arrestanten naar een bureau of cellencomplex te brengen vanwege het sluiten van een groot aantal politiebureaus? In dergelijke gevallen zijn de agenten en de voertuigen namelijk ook niet inzetbaar.

De hoge instroom van vluchtelingen en terroristische dreigingen zijn twee onderwerpen die in toenemende mate een wissel op de politieorganisatie trekken. Dat erkent de minister ook in zijn brief van 23 november 2015 (agendapunt 6, pagina 2). gebleken is dat dit als gevolg heeft dat de vervolging van daders van zogenoemde high impact crimes (diefstal, inbraak, straatroof) onder druk komt te staan. De plaatsvervangend korpschef heeft letterlijk gezegd: zo kan het zijn dat er aangifte wordt gedaan van een straatroof waarbij het slachtoffer de dader goed heeft gezien, maar dat daar toch geen prioriteit aan wordt gegeven.” Op de conclusie van de journalist, inhoudende “dat is een pijnlijke constatering”, werd geantwoord: de komst van vluchtelingen kost veel capaciteit. We kunnen dat niet laten liggen. Asielrecht is ook een recht.” Dat moge zo zijn, maar bestrijding van zogenoemde high impact crimes is één van de topprioriteiten van de minister en het is niet aan de korpschef om het beleid van de minister eigenhandig te veranderen, ondanks het bekende spreekwoord “nood breekt wet.” Gaat de minister extra capaciteit regelen of vindt hij het wel best dat zijn speerpunten blijven liggen en slachtoffers het nakijken hebben?

Met betrekking tot de contourennota wil mijn fractie opmerken dat de Kamer pas in mei 2016 wordt geïnformeerd over lange termijnmaatregelen. Van de korte termijn maatregelen steunt mijn fractie het werven van specialisten en het verhogen van de parate kennis van het strafprocesrecht. Uiteraard is het wel zaak dat de kwaliteit niet alleen op orde moet worden gebracht, maar dit vervolgens ook zo moet blijven. Aan-gezien wij het graag kritisch en op de voet willen blijven volgen, de vraag aan de mi-nister: is er al zicht op het verschijnen van het onderzoeksresultaat van de Inspectie Veiligheid en Justitie over het in werking brengen van de opsporing in de basisteams en de districtsrecherche? In de brief van de minister staat namelijk dat dit “naar ver-wachting in januari 2016” verschijnt.

In de Contourennota staat de volgende zin: “de politieorganisatie kenmerkt zich over het algemeen door een cultuur waarbinnen het voeren van een professioneel gesprek over het vak niet vanzelfsprekend is en politiemedewerkers het lastig vinden om elkaar aan te spreken op zaken die minder goed gaan.” En dat nu net de kern van de zaak. Met oogkleppen op, kom je geen stap vooruit. Wat gaat de minister hier nu specifiek aan doen? Een cultuurverandering is iets van de lange adem en gaat niet in een korte termijn, maar een paar opleidingen alleen gaan hier ook geen verandering in brengen. En de uitstroom van specialisten wordt ook niet voorkomen door leidinggevenden een nadrukkelijke rol te laten spelen bij de integratie van specialisten. Kortheidshalve verwijs ik naar in dat kader naar het boek van oud rechercheur Michiel Princen (“De gekooide recherche” met name p. 241 ev.).

Dan nog een opmerking naar aanleiding van de Contourennota. Het meer inzicht geven in de outcome-resultaten (wat is het maatschappelijke effect/ rendement van de opsporing en vervolging) is, zoals de minister aangeeft, inderdaad belangrijk, maar niet belangrijker dan de output-resultaten (aantal onderzoeken, aantal veroordelingen, afpakresultaat). De outcome-resultaten kunnen hier deels op gebaseerd zijn. Als burgers vernemen dat het oplossingspercentage hoog is, hebben zij misschien meer vertrouwen in politie en justitie. Het meenemen van outcome-resultaten in cri-minaliteitseffectrapportages is leuk, maar niet zolang de output-percentages misleidend zijn. Zo is het oplossingspercentage niet het aantal daadwerkelijk opgeloste zaken waarin iemand veroordeeld is. Het criterium is namelijk dat er tenminste één verdachte in die zaak is. Dat is natuurlijk niet hetzelfde. Gaat de minister hier rekening mee houden en zo ja, hoe? Graag een reactie.

Dank voor de brieven met de tussenstand van het onderzoek naar de aanwezigheid van de vereiste Verklaringen van Geen Bezwaar (VGB) voor medewerkers in ver-trouwensfuncties naar aanleiding van de politieambtenaar (“politiemol”) die wordt verdacht van het lekken van informatie. Hierover staat een apart debat gepland op korte termijn, dus vanwege de (korte) spreektijd ga ik mijn inbreng bewaren voor het plenaire debat. Dan hebben we ook een volledig beeld.

Tot slot, in de media verschijnen de laatste tijd berichten over politiekleding die is gestolen na een woninginbraak. Niet dat het geen mooie uniformen zijn, maar dit kan niet anders dan bedoeld om daarna misdrijven te plegen. Heeft de minister zicht op de omvang van dit probleem?

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 2390 gasten

donaties

doneer

Nederland
English