Nederland weer van ons

Voorzitter,

”We staan aan de vooravond van wat ons te wachten staat” en “er is geen enkele reden om gerust te zijn.” En: “Als er geen extra geld komt, gaat de kwaliteit van ons werk achteruit en dat krijgen we in de toekomst keihard terug.”

Citaten van de voorzitter van het college van Procureurs-Generaal naar aanleiding van de presentatie van het jaarrapport van het Openbaar Ministerie (mei 2016). Hij liet er geen misverstand over bestaan dat de bodem van de kas van het Openbaar Ministerie is bereikt. Er zijn de komende jaren miljoenen extra nodig wil het OM haar werk kunnen blijven doen. Maar de alarmerende woorden gingen daar niet eens over. Die citaten verwijzen naar de verandering in de criminaliteit de laatste jaren: de zware georganiseerde criminaliteit, corruptie en de oprukkende cybercriminaliteit. Om die criminaliteit aan te kunnen, moet er per jaar minimaal € 40 miljoen bij.

Ook de korpschef sprak nog niet zo lang geleden vergelijkbare woorden: “cybercrime is een groot gevaar. Voor de integriteit van de samenleving, maar ook voor het vei-ligheidsgevoel bij burgers.” En “georganiseerde criminaliteit en cybercrime zijn tot op heden nauwelijks meetbaar. Dat zijn juist de misdaadvormen waar ik me ongerust over maak, vooral omdat we onvoldoende kunnen monitoren hoe die zich ontwikkelen” (interview Telegraaf, 8 oktober 2016).

Woorden van mensen uit de praktijk en waar mijn fractie het roerend mee eens is. Hoe anders dan het mantra vanuit het ministerie dat de criminaliteit is gedaald. Telkens moet ik de minister er op wijzen dat het gaat om de geregistreerde criminaliteit en dat is iets heel anders. Dat zijn namelijk de misdrijven waarvan burgers aangifte hebben gedaan bij de politie. Na lang zeuren hebben we nu een rapport waaruit blijkt dat de aangiftebereidheid de laatste jaren onverminderd laag is: slechts 19%. De minister probeerde nog te redden wat er te redden valt door te verwijzen naar een ander meetinstrument voor de criminaliteitscijfers en wel de Veiligheidsmonitor. Ook dit is niets meer of minder dan de burger een rad voor ogen draaien en wel om vele redenen. De belangrijkste:
1. de onderliggende slachtofferenquêtes zijn slechts steekproeven waarop de respons al enige tijd dalende is;
2. er zijn veel misdrijven niet in de enquête opgenomen, waaronder de zoge-noemde slachtofferloze delicten, ofwel delicten zonder een direct slachtoffer: hennepplantages, rijden onder invloed (zonder ongeval), productie van XTC, dumpen van drugsafval en bepaalde vormen van cybercrime;
3. en de enquête onder bedrijven is al enige jaren niet meer gehouden, dus mis-drijven waar bedrijven slachtoffer van worden, blijven volledig buiten beeld.

Op deze manier komen we niet verder, daarom een voorstel van mijn kant: is de mi-nister bereid om onderzoek te laten doen naar een nieuw, dan wel aanvullend meet-instrument? Ik verwijs naar het boek van een ter zake deskundige: “Economie van misdaad en straf” van de heer Van Velthoven waarin hij stelt dat we niet kunnen te-rugvallen op slachtofferenquêtes. Hij stelt een andere methode voor: de vangst/hervangstmethode. Ik ga hier maar niet verder over statistiek, maar als de minister met mij van mening is dat een nieuw of aanvullend meetinstrument noodzakelijk is, dan zal ik hem het boek geven. En anders overweeg ik een motie, want meten is weten, maar wel met het juiste instrument.

Waar ook nog steeds tegen beter weten in aan wordt vastgehouden, is de taakstelling op de gehele veiligheidsketen. Ondanks waarschuwingen van alle kanten, de politie, het OM, de rechterlijke macht, de advocatuur dat het niet haalbaar is, er wordt niet van afgeweken. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn de uitgaven aan veilig-heid sinds 2009 vrijwel gelijk gebleven. Het ministerie van V&J besteedde in 2015 even veel (of: even weinig) aan veiligheid. Alsof de wereld in die tijd niet is veranderd. Nu de oogkleppen dankzij de oppositiepartijen op een klein kiertje staan, is er geld bijge-komen. Dat wordt dan ook meteen aangeduid als extra geld of een extra investering. Het is echter een minder grote bezuiniging en dat is heel wat anders. En de politie kreeg er gratis en voor niets een enorme schoffering van de minister van Financiën bij die aangaf wel klaar te zijn met dat gebedel met de toevoeging dat ze maar eens aan het werk moesten gaan in plaats van in de media te vragen om geld. Zijn collega van V&J deed er nog een schepje bovenop door geen afstand van die woorden te nemen. Dat kost geen geld, alleen een beetje moeite, maar de minister deed niets. De minister verschuilt zich achter de geformuleerde doelstelling: de ontwikkeling van de politie tot een slimme, flexibele en adaptieve organisatie.

Maar eerlijk is eerlijk, mijn fractie is het eens met die doelstelling: een slimme en flexibele organisatie. Niet voor niets besteedt mijn fractie in het verkiezingsprogramma minimaal € 1 miljard aan de politie.

Onder het mom “nieuwe ronde, nieuwe kansen”, heb ik de begroting voor 2017 zo objectief mogelijk bekeken. Het begint veelbelovend. Het kabinet heeft besloten om vanaf 2017 structureel € 450 miljoen extra in te zetten voor maatschappelijke prioriteiten en het oplossen van knelpunten. Hiervan is een bedrag van € 221 miljoen voor de politie als investering in de prestaties en € 10 miljoen ter versterking van de gebiedsgerichte inzet. Dat er geld bij komt, is niet meer dan normaal, gezien wat we van de politie vra-gen. Maar waarom is de risicoparagraaf van de begroting van de Nationale Politie niet meegenomen in de begroting van het ministerie zelf? Ik noem grote 3 risico’s: een hoog ziekteverzuim, het huisvestingsplan en het achterblijven van de uitstroom van medewerkers. En de financiële resultaten hiervan zijn al ingeboekt, want de politie krijgt in 2021 € 250 miljoen minder dan in 2016. Met het miskennen van de geconstateerde financiële risico’s kan je nu al zeggen dat de politie financieel op zeer dun ijs loopt. Gaat de minister dit nog oplossen? En zo nee, accepteert de minister dus dat het eigen vermogen van de politie gevaar loopt? De opmerking in de schriftelijke antwoorden dat er rekening mee wordt gehouden zodra een dergelijk risico zich voordoet, is niets meer of minder dan de kop in het zand steken. De minister moet het eigen vermogen vervol-gens weer aanvullen, dus waarom dit risico lopen in plaats van deugdelijk financieel beleid te voeren? En als het mobiel werken een prioritair thema is, wordt de versnelde uitrol van de benodigde mobiele telefoons met de MEOS-app door de minister betaald? Naar verluidt kost dit € 15 miljoen. Waar staat dit in de begroting?

Mijn voornaamste punt van kritiek op het bedrag van € 221 miljoen is dat het geen rekening houdt met de huidige en de toekomstige situatie. De minister schrijft namelijk “met deze € 221 miljoen worden de ambities/prestaties zoals opgenomen in het inrichtingsplan van de politie duurzaam betaalbaar gemaakt.” Het inrichtingsplan is een plan van 4 jaar oud en gebaseerd op de toen geldende situatie. In de tussentijd is wel het een en ander gebeurd. De eis van de minister dat de politie ook “adaptief” moet zijn, moet blijkbaar uit het eigen vermogen komen. Of gaat de minister hier hopelijk toezeggen dat hij, net zoals zijn voorganger deed, in een oude sok nog wat geld heeft gevonden? Er moet namelijk meer financiële ruimte zijn voor vernieuwing. De technologische ontwikkelingen staan namelijk niet stil en criminelen ook niet.

En niet alleen geld, maar waar blijven ook de instrumenten die de politie nodig heeft?
Het wetsvoorstel dat de politie de bevoegdheid geeft om in computers van verdachten te kunnen kijken (Computercriminaliteit III), is eindelijk ingediend, maar daar was een motie voor nodig. Maar er liggen nog genoeg onderwerpen die opgepakt moeten worden:
1. wat wordt er gedaan nu duidelijk is dat met behulp van het digitale meisje Sweetie gelokte pedofielen niet veroordeeld worden?
2. waar blijft het wetsvoorstel over het gebruik van camerabeelden gemaakt door particulieren naar aanleiding van een aangenomen motie van de PVV en het CDA? Vaststaat dat het opsporen van verdachten met het tonen van beelden veel sneller gaat;
3. in een aantal eenheden worden bodycams gebruikt, bijvoorbeeld Den Haag. Maar kan informatie uit zo'n bodycam wel gebruikt worden in een strafzaak?;
4. en op 25 en 26 november jongstleden is op initiatief van het ministerie een zo-genoemde appathon gehouden met als doel het ontwikkelen van een nieuwe app die agenten op straat moet gaan ondersteunen bij het maken van ge-luidsopnamen van bijvoorbeeld slachtoffers, getuigen en mogelijke verdachten. Maar ook hier de vraag: mag op deze manier vergaarde informatie gebruikt worden in een strafzaak?
Volgens het ministerie vormen multimedia zoals film, audio en foto’s een steeds belangrijker onderdeel bij de opsporing van verdachten en het juridische proces dat hierop volgt. Dat ben ik met het ministerie eens, maar naar mijn mening blijven de juridische aspecten op zijn minst onderbelicht en blijft de noodzakelijke wetgeving dus uit. Sinds het zogenoemde Zwolsmanarrest (HR 19 december 1995, NJ 1996, 249) is artikel 3 Politiewet alleen bij een beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer voldoende als wettelijke grondslag. Er zal dus naar een andere juridische basis gezocht moeten worden. Gaat de minister dit ook doen bij de onderwerpen die ik zojuist heb genoemd? Anders lopen we het gevaar dat er straks wel bevoegdheden zijn, maar strafzaken ‘stuk’ gaan vanwege onvoldoende wette-lijke grondslag.

Niet alleen regeren is vooruitzien, maar ook investeren is vooruitzien. In het algemeen overleg politie op 6 oktober jongstleden zei de minister letterlijk: “we zullen de komende jaren zeer, zeer fors moeten investeren in de aanpak van cybercrime. De politie zal op relatief korte termijn over heel veel mensen moeten beschikken die ervaren zijn op het gebied van cybercrime.” Maar wat schetst de verbazing: er wordt slechts € 1,5 miljoen gereserveerd voor de bestrijding van cybercrime. En dit is blijkbaar alleen bedoeld voor meer mensen, maar de technologie kost toch ook geld? Met veel gevoel voor understatement spreekt de minister zelf van een “bescheiden bedrag.” En nog erger: “er moet terughoudendheid worden betracht met nieuwe ambities.” De minister slaat de waarschuwingen van de korpschef en de voorzitter van het college van P-G dus in de wind. Criminelen zullen lachen om de terughoudendheid met nieuwe ambities. Gaat de minister op de kortst mogelijke termijn zijn eigen ambitie op dit punt fors opschroeven en samen met beide heren tot een oplossing komen? Of misschien kan de minister eens gaan praten met Ronald Prins van Fox-IT naar aanleiding van zijn interview onlangs in het Tijdschrift voor de Politie met de veelzeggende titel: “Online is de pakkans nihil.”

Het Openbaar Ministerie krijgt er vanaf 2017 structureel € 13 miljoen bij om, ik citeer: “beter in te kunnen spelen op diverse extra taken in de samenleving.” Nog niet de helft van wat de voorzitter van het college van Procureurs-Generaal nodig zegt te hebben, namelijk € 40 miljoen. De minister gaat er ook volledig aan voorbij dat het Openbaar Ministerie, net als de politie, er veel meer werk bij heeft gekregen vanwege de terroristische dreiging. Heeft de minister de beste man wel gesproken? Ook hij heeft gewezen op de toenemende cybercrime. De in de Nota van wijziging genoemde bedragen zijn namelijk onvoldoende, net als de structurele investering van € 15 miljoen die er vorig jaar bij is gekomen, dus de vraag: wordt er nog geld gevonden?

Maar laat ik op de vooravond van de verkiezingen, met het eindpunt van de termijn van deze minister in zicht, hem ook iets geven. Zijn voorganger grossierde in het overnemen van PVV-voorstellen en plakte er zijn eigen sticker op. Het laatste voorbeeld: het wetsvoorstel inzake de meerdaadse samenloop. Simpel gezegd: de mogelijkheid om straffen te kunnen stapelen. 99% overgenomen van de PVV die hier over al een initi-atiefvoorstel had ingediend. Laat ik nu eens aardig zijn en de minister een ander initiatiefwetsvoorstel aanbieden: de groepsaansprakelijkheid. De situatie dat verdachten elkaar de schuld in de schoenen schuiven en het OM met een bewijspro-bleem opzadelen, behoort dan tot het verleden. Dit initiatiefwetsvoorstel is ook al in-gediend, de antwoorden op de ingediende vragen zijn ook al klaar, dus de minister kan er zo mee verder. Ik zou het het liefste zelf doen, maar vanwege de PvdA-boycot van onze voorstellen, ongeacht de inhoud, heeft het geen kans van slagen. Aangezien de minister met die club in de coalitie zit, kan hij er wel voor zorgen dat het voorstel de eindstreep haalt. En zoals gezegd, het hele pakket is al klaar. Ik hoef er alleen maar een strikje om te doen.

Dan een ander punt. In juli van dit jaar is een agent veroordeeld tot 2 jaar gevange-nisstraf voor het schieten op een auto in een poging de bestuurder te arresteren die probeerde weg te rijden. De agent voelde zich bedreigd, vreesde voor zijn leven en dat van een collega waarna hij heeft geschoten. In de media lezen we steeds vaker dat agenten zich bij de strafrechter moeten verantwoorden als geweld is gebruikt bij de aanhouding. De minister is bezig met een wetsvoorstel en dat wacht ik af, mits het niet te lang duurt. En ondanks dat alvast twee opmerkingen. In de meeste gevallen waarin de politie geweld moet toepassen, is sprake van aanhoudingen. Geweld is natuurlijk ultimum remedium, maar daar ligt dus wel ook een rol bij degene die wordt aangehouden. Er wordt altijd eerst gewaarschuwd. Geweld of verzet tegen de aan-houding is een keuze en dient wat mijn fractie betreft te worden meegenomen in de beoordeling van het optreden van de betreffende agent(en). Sinds 2008 is nav een arrest van de Hoge Raad het negeren van een ambtelijk bevel helaas geen strafbaar feit meer (HR 29 januari 2008, NJ 2008, 206) , maar wat mijn fractie betreft, moet dat veranderen. Is de minister bereid om dit mee te nemen bij het wetsvoorstel? Ten tweede het volgende. In geval van politieel geweld geldt een speciale procedure ogv artikel 17 Ambtsinstructie. Daarin staat dat de geweldsaanwending onverwijld door de betreffende politieagent aan zijn meerdere wordt gemeld, die op zijn beurt dit binnen 48 uur aan de OvJ moet melden. De OvJ beslist over de status van de agent: verdachte of getuige. Ik ben het eens met de korte termijnen, maar wat mij verbaast, is dat het vervolgens soms wel twee jaar duurt voordat de agent hoort of hij wordt vervolgd en zo ja, wat de strafeis wordt, dan wel wat het vonnis wordt. Ik begrijp dat zorgvuldigheid voor snelheid gaat, maar zo kan een agent niet werken en heeft dat invloed op de werkvloer. Is de minister dat met mij eens en zo ja, wat gaat hij hier aan doen of is hij bereid ook dit bij het wetsvoorstel mee te nemen? Zo nee, dan zal ik zelf aan de slag te gaan met deze punten en met een voorstel komen. En ik heb ook een motie klaar liggen. De agenten op straat moeten hun werk kunnen doen en verdienen steun daar waar zij ingrijpen als dat nodig blijkt te zijn. Zoals zo vaak is gezegd: agenten doen een stap naar voren waar wij als burgers een stap terug doen.

Afrondend, er komt geld bij voor de strafrechtketen en dat is maar goed ook. Helaas is het te weinig om de huidige taken van politie en justitie te financieren en toekomstige ontwikkelingen te kunnen volgen. Hopelijk komt de minister nog tot inkeer en gaat hij met de minister van Financiën om tafel zitten. De minister moet zijn volledige gewicht maar eens in de schaal gooien. Op dat punt wint hij het vast en zeker….

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 4800 gasten

donaties

doneer

Nederland
English