Nederland weer van ons

Uit het onderzoek van de Inspectie Veiligheid en Justitie over de betrouwbaarheid van politiecijfers ter verantwoording van de aanpak van zogenaamde high Impact Crimes (HIC) blijkt dat zowel de aantallen als de percentages van de betreffende misdrijven betrouwbaar zijn. Wel stelt de Inspectie dat de politie vanaf 2016 nadere maatregelen moet nemen om de zuiverheid van de oplossingspercentages te kunnen blijven garanderen. Het onderzoek naar de betrouwbaarheid van politiecijfers was een toezegging aan mijn fractie. Ten eerste gaat het onderzoek alleen over High Impact Crimes. Dat was en is een prioriteit van de vorige en de huidige minister. Dat vertekent dus het beeld. Ten tweede is het rapport gebaseerd op een steekproef. Dat er geen sprake zou zijn van het verondersteld wegschrijven van aangiftes van woninginbraken onder diefstal uit schuurtjes (1 van de voorbeelden die ik heb genoemd) kan niet gebaseerd worden op een steekproef. Dus mijn fractie blijft hier kritisch, mede omdat we regelmatig door de werkvloer zelf op dit probleem ben gewezen.

Dan een ander punt van kritiek in het verlengde hiervan. De minister geeft in dezelfde brief de definitie van ophelderingspercentage: een misdrijf waarbij tenminste één verdachte bij de politie bekend is. Het doet er niet toe of deze ontkent, voortvluchtig is, wel of niet wordt vervolgd/veroordeeld. In normaal Nederlands betekent dit dat er geen opgehelderd misdrijf is. Opgehelderd betekent in gewoon Nederlands dat er een dader is die (onherroepelijk) is veroordeeld. Daarom helpt het ook niet om te roepen dat het ophelderingspercentage omhoog moet als je die verkeerde definitie hanteert. Bij de begroting heb ik het dan ook maar weer eens gevraagd met daarbij de motivering: meten is weten. Dat was de minister met mij eens. Sterker nog, ik citeer de minister: “Mevrouw Helder en ik delen dat motto, maar de Nobelprijs hebben wij samen nog niet in de wacht gesleept.” Maar ik wil geen Nobelprijs, ik wil weten wat de omvang van de criminaliteit is. De vraag was dan ook: waarom geen nieuw of aanvullend meetinstrument zodat we eindelijk weten (beter dan nu) wat de omvang van de criminaliteit is en wat het aantal opgehelderde misdrijven is? Ik heb er zelfs een motie over ingediend. Maar geen verrassing hier: VVD en PvdA hielden het tegen. Ofwel: we weten het niet en we willen het ook niet weten. Als de minister nu toch van standpunt verandert, dan hoor ik dat graag, want, je raad het al: meten is weten.

Een ander punt, waarbij ook geldt: meten is weten: het geweld tegen hulpverleners. In het verleden is daarover afgesproken dat het Openbaar Ministerie voor die situatie een dubbele strafeis aan de rechter voorlegt. Kan de minister aangeven welke straffen zijn opgelegd in 2016 voor geweld tegen agenten? Zo kunnen we in de gaten houden of de focus wel blijft op het eisen, maar vooral ook opleggen van een hogere straf. Want we weten het allemaal: alleen een dubbele straf eisen, is niet voldoende. Ten eerste moet er geen mogelijkheid zijn voor de rechter om een lagere straf op te leggen als hij/zij vindt dat de privacy van de dader is geschonden als bij de opsporing gebruik wordt gemaakt van camerabeelden. In dat kader twee vragen:
1. waar blijft het wetsvoorstel inzake het gebruik van camerabeelden gemaakt door particulieren?
2. kan de minister bevestigen dat het gebruik van camerabeelden, gemaakt door bodycams van de betreffende politieagent, niet zal leiden tot een lagere straf, ofwel: is de juridische basis van het gebruik van die beelden in orde? Ik ben bang van niet, maar ik krijg graag ongelijk op dit punt. ik heb dit bij de begroting ook al gezegd en gewezen op het Zwolsmanarrest van de Hoge Raad, maar de minister heeft daar niet op gereageerd. Dus graag alsnog een reactie.
Kort en goed: er moet een voldoende juridische basis zijn voor het gebruik van came-rabeelden zodat strafvermindering niet tot de mogelijkheden behoort. Dat is geen schending van de onafhankelijkheid van de rechter (want dat onterechte verweer zie ik inmiddels van 10 km afstand aankomen), maar gewoon een wettelijke basis die door het parlement is gelegd.

De andere oplossing is dat er een ondergrens moet zijn voor de op te leggen straf als de dader volgens de regels is veroordeeld. Ofwel: minimumstraffen voor gewelds-misdrijven. Dat roept mijn fractie al jaren en dat blijf ik doen. Ook dit is geen aantasting van de onafhankelijkheid van de rechter want oom dit is een wetgevingsproces dat via het parlement verloopt. Alle partijen die nu roepen dat de opgelegde straffen in individuele gevallen te laag zijn, weten dit ook. Een reactie van de minister is leuk, maar ook die ken ik al jaren. Maar ik blijf het toch zeggen, want ook bij de aangiftebereidheid is me dit na jaren zeuren gelukt. Er ligt een rapport en daar maakt nu iedereen dankbaar gebruik van.

Tot slot, het WODC onderzoekt wat de meerwaarde van de handpalmafdrukken voor de opsporing en vervolging is. Ook dit was een toezegging aan mijn fractie. Voor de zomer 2017 wordt de Kamer geïnformeerd over de onderzoeksresultaten. Allemaal leuk en aardig, maar die meerwaarde is al jaren een feit. Ik heb dat gehoord tijdens een werkbezoek in 2011 (!). Dat apparaat staat daar sinds die tijd stof te vangen, terwijl het in het verleden haar nut heeft bewezen. Dus in plaats van belastinggeld te verspillen met een onderzoek, het verzoek aan de minister om ter plekke te gaan kijken en zich te laten informeren. Scheelt tijd en geld.

Helemaal tot slot, de minister heeft toegezegd om met de organisatie van politievrij-willigers en de bonden aan tafel te gaan. In december zullen de bonden en de poli-tievrijwilligersorganisatie worden uitgenodigd voor een voortzetting van het overleg. Inzet is dat de politievrijwilligers op een adequate, positieve en goede manier moeten worden ingebed in de politieorganisatie. Is er al een datum geprikt?

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 2945 gasten

donaties

doneer

Nederland
English