Nederland weer van ons

Als eerste het eindverslag van het onderzoek naar Italiaanse maffia in Nederland Het onderzoek heeft bevestigd dat de Italiaanse maffia in Nederland actief is. Er kan echter geen betrouwbare indicatie van de omvang van deze activiteiten in Nederland worden gegeven. Waarom niet? Op basis van het onderzoek zijn een aantal aanbevelingen geformuleerd. De minister schrijft dat de een aantal aanbevelingen reeds onderdeel zijn van andere (wetgevings)trajecten met een bredere scope dan alleen de aanpak van de maffia. Welke trajecten dat zijn en wat daarvan de stand van zaken is, wordt niet vermeld. Kan de minister dat vandaag toelichten?

Dat is een bruggetje naar de Toekomstagenda Ondermijning, want mogelijk zal de minister die wetgevingstrajecten bedoelen. Eindelijk hebben we de actie-agenda aanpak ondermijning ontvangen. Klinkt veelbelovend, maar gezien de reactie van de Taskforce Brabant/Zeeland weet ik nu al dat het niet voldoende is. Een aantal vragen:
1. waarom wordt de sluitingsbevoegdheid van de burgemeester niet verruimd qua onderwerp, ofwel: ook de bevoegdheid om een pand te sluiten bij vondst van één/meerdere wapens (zonder vergunning)?
2. waarom geen restbepaling in de Opiumwet voor onbekende stoffen waarvan redelijkerwijs vermoed kan worden dat die geen ander doel hebben dan be-standdeel voor drugs? Ik verwijs naar een aangenomen motie van voormalig collega Elissen van 28 maart 2012 (verzoek tot een generieke strafbaarstelling);
3. waarom alleen het strafmaximum verhogen t.a.v. lidmaatschap van een criminele organisatie? Waarom geen ondergrens (minimumstraf)?
4. de minister zegt in een interview dit weekend: “de overheid moet een beetje zijn als Lucky Luke die een geterroriseerde buurt binnenrijdt. Mensen moeten zien dat de overheid er keihard tegenin gaat. Mooie woorden, gaat de minister de gevraagde “patsersaanpak” steunen? Zo ja, hoe?

Tot slot op dit onderwerp het Ondermijningsfonds. Helaas nog steeds geen woord over een aparte strijdkas waar afgepakte criminele winsten in worden gestort en welke door de gemeenten mogen worden gebruikt voor de aanpak van ondermijning en georganiseerde criminaliteit. De minister heeft in een debat van 6 juni 2017 beloofd de Kamer begin 2018 te laten weten of met een “andere invulling van de businesscase zo’n afpakfonds toch rond te rekenen zou zijn.”

In het verlengde daarvan een vraag naar de stand van zaken van het onderzoek van het WODC naar de kosten en baten van het integraal afpakken en de mogelijkheden voor het (beter) registeren van deze kosten en baten. De minister schrijft in zijn brief van 28 november 2017 dat hij de uitkomsten van het onderzoek in de eerste helft van volgend jaar verwacht en met de Kamer zal delen.

Dan het Nationaal Dreigingsbeeld georganiseerde criminaliteit 2017-2021 en WODC-onderzoek naar liquidaties. Maar liefst 50% van de onderzochte verschijningsvormen van georganiseerde criminaliteit wordt aangeduid als een dreiging voor de komende vier jaren. Waar blijft de beleidsreactie van de minister? En waarom is ladingdiefstal niet aangemerkt als ernstig gezien de actualiteiten? (*).

Tot slot het rapport over de liquidaties waar als één van de zorgpunten wordt genoemd dat de gebruikte zware vuurwapens eenvoudig in Nederland zijn te verkrijgen. Door gebrek aan capaciteit bij de recherche is het doorrechercheren (en daarmee het vinden en inbeslagname van deze wapens) al jarenlang niet mogelijk. Voldoende en gekwa-lificeerde rechercheurs zijn noodzakelijk. Wat gaat de minister doen?

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 5310 gasten

donaties

doneer

Nederland
English