Nederland weer van ons

Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet  verzelfstandiging Informatiseringsbank in verband met het gebruik van het persoonsgebonden nummer bij onder meer de uitwisseling van leer- en begeleidingsgegevens van leerlingen.

Voorzitter,

Als er iets is dat bij het basisrepertoire behoort van een school en van het onderwijs als geheel, is het de verslaglegging rond het onderwijsleerproces van de leerling. In de dagelijkse praktijk van het onderwijs zijn er ook hier weer interessante verschillen te zien. In het PO en het VO zien we dat er de laatste jaren grote verbeteringen zijn geweest. Scholen en schoolbesturen hebben geïnvesteerd in geautomatiseerde leerlingvolgsystemen, bijna altijd ontwikkeld door marktondernemingen.

Die hebben producten geleverd die over het algemeen doen wat ze beloven:  op een klantvriendelijke manier leerlingdata opslaan, bewaren en opleveren als dat nodig is. Hier heeft de marktwerking zegenrijk werk gedaan dat een adequaat product heeft opgeleverd. In Rotterdam bijvoorbeeld wordt met een redelijke mate van tevredenheid gewerkt met weliswaar verschillende producten per onderwijswerkgever, maar in ieder geval zijn die producten compatibel. Zo worden goed bijgehouden elektronische dossiers met de leerling meegestuurd naar het vervolgonderwijs, volgens protocollen tussen PO en VO, waarbij er op wordt toegezien dat leerlingen niet digitaal en zelfs fysiek “verdwijnen”. Uitschrijvingsbewijzen worden op die manier pas verstrekt als het inschrijvingsbewijs van de vervolgschool is ontvangen. Eenvoud, goede afspraken en protocollen, goede inlogprocedures en inlogprotocollen, draagvlak bij leraren die het belang van goede registratie inzien, discipline bij het werken met de systemen en systemen die doen wat ze moeten doen. Dat zijn de basisvoorwaarden die gesteld moeten worden aan geautomatiseerde leerlingvolgsystemen. In PO en VO is de zaak grotendeels op orde, al valt er nog veel te verbeteren bij individuele scholen en schoolbesturen. Dat betekent voorzitter dat de doorlopende leerlijnen van PO naar VO veel positieve ondersteuning ondervinden van de inzet van de geautomatiseerde systemen. Vooruitgang noemen we dat en dat is iets om heel blij van te worden. Alle leerlingen, maar zeker de aandachtsleerlingen in brede zin, hebben hier baat bij. Adequate opvang, aangepaste trajecten en allerlei andere vormen van maatwerk kunnen in een vroeg stadium worden ingezet.

Maar daarna gaat het fout voorzitter. De informatieketen wordt abrupt onderbroken, met alle gevolgen van dien, op het moment dat die vmbo’ers naar het mbo gaan. Op papier niet voorzitter. Op papier is alles in orde. Er zijn indrukwekkende systemen, vaak in eigen beheer ontwikkeld en geïmplementeerd, die om de paar jaar vervangen worden door een geheel ander, nog verder verbeterd systeem, waar iedereen dan weer mee moet leren werken. De werkelijkheid laat echter vaak een ander beeld zien voorzitter. De leerlingen komen terecht in de massaliteit, de onpersoonlijke leeromgeving en de chaos van de ROC’s. En net als  andere aspecten van basisadministratie is ook het leerlingdossier daar bijna nergens goed op orde. Ik denk daarbij aan de aanwezigheidsregistratie en de roosters.

Waar leerlinggegevens wel worden vastgelegd en meegaan met de leerling naar volgende klassen of groepen en zelfs naar vervolgonderwijs in het hbo, is dat vaak het resultaat van de inspanningen van één of enkele goedwillende leraren of directieleden die er veel tijd en aandacht in stoppen om dit in te zetten en, belangrijker nog, door te zetten. Kenmerkend daarbij is dat zo’n systeem weer verwatert op het moment dat de betrokken onderwijsmensen ergens anders heen gaan, waarna na jaren van ongemak het wiel weer opnieuw uitgevonden wordt door de volgende bevlogen leraren en ook dan weer een inadequaat, vierkant wiel oplevert. Om moedeloos van te worden voorzitter.

Er zijn goed aangestuurde ROC’s waar de zaken goed zijn geregeld, niet breeduit, maar wel in branches of afdelingen. Maar de meeste ROC’s, zitten wat verslaglegging aangaat nog steeds diep in het digitale duister van de jaren zeventig van de 20e eeuw. Schriftjes met goedbedoelde aantekeningen die gaan rondzwerven, overal heen, behalve naar de docenten die ze nodig hebben. Langdurige leerlingbesprekingen waar van alles over de leerlingen gewisseld wordt, maar te vaak in de anekdotische sfeer en bovendien bijna nooit volgens een format dat eenduidigheid borgt en uitnodigt tot effectieve vervolgactie. Dossiers die rondslingeren op bureaus, geleend worden en nooit meer worden teruggebracht, lege hangmappen omdat iemand de inhoud even nodig had. Voorzitter, op te veel ROC’s is het papieren leerlingvolgsysteem en administratieve nachtmerrie. Dat is ook zo voorzitter, omdat er veel functiewisselingen zijn, juist op het gebied van leerlingzorg en juist op dat gebied is er nog een grote slag te maken wat betreft de professionalisering. Zo kan het gebeuren voorzitter dat heel veel over leerlingen en hun leerresultaten bekend is, en over hun persoonlijke omstandigheden, de gezinsperikelen, medicatie, justitieel verleden, allerhande aandachtspunten, maar dat deze informatie vaak niet  terechtkomt op de plek die er toe doet: bij de leraren, de leerlingbegeleiders, decanen, maatschappelijk werkers, die wel een formele verantwoordelijkheid hebben om leerlingen te begeleiden.

Anno 2010 is er in het mbo nog steeds sprake van heel veel hobbyisme; hobbyisme gestoeld op de beste bedoelingen, met heel veel liefde vormgegeven. Maar voorzitter, volstrekt ontoereikend en onprofessioneel. Het dode-bomen-leerlingarchief in de ROC’s heeft zijn langste tijd gehad en dat is maar goed ook.

Omdat ik uit de onderwijspraktijk kom, verbaas ik me niet over de achterstand die er op dit belangrijke vlak is, maar eigenlijk is het van de gekke dat er in de loop van 30 jaar onderwijsvernieuwingen en bestuurlijke drukte in het mbo nog altijd geen landelijke standaard is ontworpen en geïmplementeerd. Zoveel kennisinstituten, die door zoveel geld overeind worden gehouden, zoveel raden en commissies, zoveel gewichtige onderwijsorganisaties. En tot op de dag van vandaag is er geen adequaat geautomatiseerd landelijk leerlingvolgsysteem dat zo belangrijk is om de doorlopende leerlijnen te monitoren, om leerlingen effectief te verwijzen, om de vinger aan de pols te houden, wat toch een kerntaak is van ons onderwijs. Elke groot onderwijsconglomeraat heeft zijn eigen wiel uitgevonden: slechte wielen vaak, ik zei het al, en veel en veel te duur.

Het gebrek aan standaardisatie en adequate automatisering in het mbo past eigenlijk in het rijtje absurditeiten waarin het eeuwige falen van C2000 thuishoort, het levensbelangrijke communicatiesysteem van politie, brandweer en andere hulpdiensten. De echte mensen die hier buiten lopen begrijpen dit soort dingen eenvoudig niet. En terecht voorzitter. Die mensen hebben gelijk. Zet het persoonsgebonden nummer van een leerling in om alle gegevens die betrekking hebben op de onderwijsloopbaan slim en efficiënt te communiceren met alle partijen in het primaire proces en met de leerlingbegeleiders in de brede zin. Ook in het mbo. Doe dat slim en dus gestandaardiseerd. Doe dat één keer en evalueer vervolgens het systeem met alle stakeholders om daarna op details te perfectioneren. Wij juichen de betrokkenheid van CFI, IBG en de inspectie toe en vooral ook de betrokkenheid van het College bescherming persoonsgegevens dat zich over de privacyaspecten buigt. De PVV-fractie ondersteunt deze wetswijziging dan ook van harte .

Dank u voorzitter.

 

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 4015 gasten

steun ons ideal

donaties

doneer

Nederland
English