Nederland weer van ons

Eerste termijn

Voorzitter,
Het was even wakker worden, vz. Want zo vaak sta ik hier niet sinds dit kabinet is aangetreden. In maart 2011 hadden we met de cie OCW zes debatten over onderwijszaken, in 2012 acht debatten. Nu zijn zitten we in maart 2013, vz., en is dit debat het eerste (!) debat van de maand. Ook de portefeuille OCW komt onder dit Kabinet kennelijk niet op stoom. Maar goed, we buigen ons nu over de Cito-toets die opgewaardeerd zou moeten worden tot een centrale eindtoets voor het basisonderwijs. De Citotoets is ingeburgerd op de grote meerderheid (85 procent) van de basisscholen, maar tot nu toe was het onderwijs niet verplicht de toets bij het Cito af te nemen. Deze Wet voorziet erin dat de toets voortaan de 'landelijke eindtoets' wordt genoemd.

Vz., voor de PVV is de invoering van een eenduidig eindpunt een cruciaal element in de doorgaande leerlijn en toetslijn over de gehele breedte van het onderwijs. Heel belangrijk, misschien wel een kroonjuweeltje. In Rutte 1 deelde de VVD dit kroonjuweel met ons. Beide partijen onderschreven de absolute noodzaak om in het primair onderwijs in de eerste plaats de kinderen en de ouders en in de tweede plaats het vervolgonderwijs objectieve informatie te geven over de capaciteiten van de leerling. Heel belangrijk voor de leerling en de ouder want verkeerde matching met het vervolgonderwijs leidt tot onzekerheid, tot een chaotische leerlijn, tot afstromen, tot zittenblijven en daarmee tot teleurstelling en vertraging van de ontwikkeling van talenten. Heel belangrijk ook voor de basisschool zelf, want leraren daar willen graag advies geven omdat ze met hun leerlingen meeleven, hen het beste kennen en het beste voor hen willen. Maar leraren zijn ook maar mensen; ze vinden het altijd moeilijk om slechtnieuwsgesprekken te voeren met ouders, vaak assertieve ouders die denken er goed aan te doen om zgn te vechten voor hun kind, dwz ervoor te zorgen dat het hoogst mogelijke advies eruit rolt. Ik neem het die leraren ook niet kwalijk dat er regelmatig wordt toegegeven aan ongewenste druk. Want het is heel moeilijk om die te weerstaan, hoe professioneel je ook bent. Daarom ook is het voor leraren zo belangrijk om hun advies niet leidend te laten zijn, maar de centrale eindtoets leidend te laten zijn en het advies van de school als extra informatie toe te voegen die in twijfelgevallen de schaal naar boven of naar beneden laat doorslaan. Leraren willen daarom ook het geobjectiveerde oordeel van een eindtoets. Een externe objectieve toets dient transparantie te waarborgen waardoor we een meer gestandaardiseerd beeld krijgen van onze basisschoolleerlingen. En voorzitter, met nadruk op het woord 'objectief'. Alleen aan het oordeel van de school valt het niveau van een leerling niet te meten. Een praktijkvoorbeeld: de gemeente Amsterdam heeft in de jaren tachtig een externe toets afgeschaft met het argument dat leerkrachten een 'goed' advies geven. Het gevolg, vz., was dat daarna leerlingen in Amsterdam elk jaar een hoger advies kregen, terwijl de voorspellende kracht van dat advies elk jaar geringer werd. Het heeft veel moeite gekost om de overgang van basis- naar voortgezet onderwijs in Amsterdam weer op het spoor te krijgen, onder andere door herinvoering van een Citotoets. Prof. Dronkers zegt: 'Zonder harde externe toetsing werkt geen enkele instelling goed (denk maar aan banken). Het creëert alleen mist, en dat is alles behalve wat we nodig hebben in het onderwijsveld als we dat meer kwalitatief, productief en effectief willen vormgeven. Het voortgezet onderwijs heeft juist behoefte aan een zo duidelijk mogelijk beeld van de leerlingen die binnenstromen. Vo-scholen weten dan bij binnenkomst hoe leerlingen op het gebied van taal, rekenen en andere vakken ervoor staan. Hoe zij zich hebben ontwikkeld gedurende de basisschoolcarrière. Al die taalachterstanden in het basisonderwijs, hoe kun je die als bekwame school of docent aanpakken als je niet precies weet met wat voor achterstand of niveau een leerling de school binnenkomt?

In theorie was de CITO-toets een adviserend instrument. Dat klopt. Het advies van de school weegt nu meer dan de het CITO-advies. Maar in de praktijk is het nu anders. Je komt geen VO-school binnen zonder CITO-score en het advies van de basisschool wordt meegenomen in twijfelgevallen, als een stukje achtergrondinformatie van een leerling, als er bijzondere omstandigheden waren. Wij waren tevreden met die praktijk, niet met de formele positie van de CITO-toets. Maar als het nu zo wordt dat de inschrijving in het VO wordt gedaan zelfs voordat de CITO-toets wordt afgenomen, dan haalt dat de ziel uit ons idee van een verplichte centrale eindtoets. Dan klopt zelfs de naamgeving niet meer. Laten we het dan een Wet op een Vrijblijvend Eindadvies noemen. U begrijpt dat de PVV hier grote moeite mee heeft, vz. De eindtoets opschuiven in het schooljaar kan op onze steun rekenen. Nu gaat veel kostbare onderwijstijd verloren met maanden die besteed worden aan de musical, die langzamerhand tot het vaste repertoire van de basisschool groep 8 is geworden. Met een complete industrie daaromheen die goed geld verdient aan het aanleveren van complete spectaculaire theatervoorstellingen. Heel leuk allemaal, maar hoort hier nu onderwijstijd aan vermorst te worden? Wij denken van niet vz. Dus laten we de eindtoets opschuiven, maar laten we dan met de VO-raad in gesprek gaan om de aanmeldingen ook op te schuiven. De logistiek moet echt worden aangepast. Want wij willen perse niet dat leerlingen zich inschrijven, gebaseerd op het bindende advies van de school, wat dan maanden later alsnog wordt ondersteund door de dan vrijblijvende niveaubepaling van de eindtoets. Waarbij dan ook nog geldt dat als er een discrepantie is tussen het advies van de school en het CITO automatisch het hoogste advies telt. Vz, dat haalt de ziel uit ons idee van een eindpunt van het PO, waarbij objectief wordt vastgesteld wat het vervolgtraject van de leerling wordt, aangevuld met waardevolle informatie uit de school zelf. Wij hopen dat wij de kamer ervan kunnen overtuigen dat het leerling- en onderwijsvolgsysteem geïntegreerd met de conclusies van de eindtoets, die wij zien als een geheel, leidend worden bij de inschrijving in het VO en dat het advies van de leraar daarbij als extra informatie wordt meegenomen.

Vz, juist in ons grote onderwijsverhaal spelen de doorlopende leerlijnen van de ene onderwijsverdieping naar een hogere een cruciale rol.
Ik heb het al vaak uitgelegd hoe wij daarin staan. Kijken we naar PO, VO, mbo en hbo, dan zien wij dat alleen het VO goed functioneert als het gaat om gegarandeerde eindniveaus. Daar is het civiel sterk. En waarom? Omdat alleen daar tucht heerst die wordt opgelegd door een objectieve landelijke normering waaraan scholen gewoon keihard moeten voldoen. Duidelijkheid en transparantie zijn optimaal. In het PO, het mbo en het hbo bestaat die absolute norm niet. In het mbo en hbo is die heel hard nodig, want we hebben gezien waar het daar toe heeft geleid: tot kwaliteitsverlies, tot ruimte voor perverse prikkels, zelfs tot een systeemcrisis in het hbo met de diplomafraudes.

In het PO hebben we geen hard eindexamen nodig. Dat kan ook niet.
Wat hebben wij beoogd met onze inzet bij dit wetsvoorstel:

1. Het CITO-systeem dat nu in 85 % van de scholen wordt gebruikt heeft grote voordelen. Het neemt leraren veel werk uit handen, het is onderdeel van een prachtig leerlingvolgsysteem, het meet groei van leerling en van school. Wat wij willen is dat een dergelijk instrument voor alle scholen verplicht wordt en dat het in de praktijk leidend is bij de verwijzing naar het VO.

2. Wij willen een uniformering van de toetsen en geen uitwijkmogelijkheid naar aangepaste toetsen voor leerlingen die het cognitieve niveau niet goed aan zouden kunnen. Een makkelijke toets werkt stigmatiserend, het wordt al gauw een allochtonentoets genoemd en het is neerbuigend voor leerlingen in plaats van uitdagend. Dus eenduidig toetsen en dan mag er in de toets zelf natuurlijk best een niveau-opbouw zitten. Dat is nu al zo en dat is terecht. Over de kinderen uit de elite of middenklasse maken wij ons geen zorgen. Zij gaan al maandelijks naar de bibliotheek, zij gaan al naar theatervoorstellingen in hun vrije tijd, zij gaan al naar musea met oma. Kortom, zij zijn en stuk minder afhankelijk van scholen omdat zij thuis al cognitieve (en sociaal-culturele bagage) meekrijgen. Het gaat ons juist om die leerlingen die zwakker zijn, die die bagage niet of nauwelijks meekrijgen vanuit hun thuisfront. Die leerlingen horen wij verder te helpen met hun achterstand. Die leerlingen kunnen óók vooruit. Maar wat in de weg staat is die cultuur van versluieren en wegkijken. Niet versluieren en wegkijken vz, maar meten en weten. Daar hebben de "zwakkere" leerlingen wat aan. Ben je onder de maat bij lezen en schrijven? Jammer, maar dan weten we het wel en dan kunnen we er een traject op zetten. Dat is wat we moeten doen ipv alle leerlingen het gevoel te geven dat ze kanjers zijn. Want vz, onderwijs is OOK discrimineren tussen slimme en minder slimme, tussen handige en praktische leerlingen en leerlingen met twee linkerhanden. Leer jezelf kennen, je mogelijkheden, je talenten en zwakke punten. Daar heeft het onderwijs een kerntaak liggen.

3. Daarom ook vz, als derde punt, zouden we graag meer techniek in de cito-eindtoets geïntegreerd willen zien.. Dan moet daar wel een volwaardig leertraject aan vooraf gaan. We maken daar niet alleen onze praktische leerlingen blij mee, maar ook het bedrijfsleven dat te kampen heeft met grote tekorten in de technische sector. Kan de staatssecretaris hier op reageren?

4. Als 4 e punt vz, willen wij dat de Verplichte Eindtoets ook wordt wat hij qua naamgeving belooft te zijn: een eindtoets die consequenties heeft. En die dus leidend is bij de inschrijving in het vervolgonderwijs, aangevuld door het professionele advies van de leraar. Maar het advies van de school is ondersteunend, en de scores van de toets is leidend.

5. Over de openbaarmaking van de Citoscores gaat mijn volgende punt vz. Wij zijn in principe voor openheid en transparantie, ook hier. Concurrentie op kwaliteit kan heilzaam zijn, ook in het onderwijs. Maar dan moeten de cijfers wel aangekleed zijn. Een kaal gemiddelde van de citoscores zegt helemaal niets. Een witte basisschool in het deftige Kralingen met een gemiddelde van 537 (laag HAVO) levert zeer onder de maat maar met diezelfde score levert een zwarte PO-school op Rotterdam Zuid een topprestatie. Dus vz, wij zeggen: maak het pas openbaar als dat de gemiddelde score is aangehaakt aan een nulmeting, bijvoorbeeld op basis van de vooropleiding van de ouders. Prof. Dronkers kan hier vast uitkomst bieden.

6. Als laatste punt licht ik nog graag ons eigen amendement toe, vz. De PVV laat de keuze aan de scholen zelf over het afnemen van een toets biologie en/of natuurkunde. Maar het vak Nederlandse geschiedenis dient in ieder geval afgesloten te worden met verplichte toets. Want dit vak legt de basis voor de identificatie met Nederland, of je nou autochtoon bent of allochtoon. De Nederlandse geschiedenis, die gedeelde normen, waarden en cultuur en de toekomst die je met elkaar deelt en hebt te delen, dat noem je modern burgerschap van worteling in de eigen gemeenschap. Daar is een grote behoefte aan in deze diffuse chaotische samenleving . Ik doe dan ook beroep op alle partijen omdat van alle kanten het beeld zich opdoet van een versplinterende samenleving waarin groepen op zich zelf optrekken en zich geen deel voelen van het gezamenlijke Nederland. Als je dan vandaag de dag iets positiefs wilt bijdragen aan integratie dan moet je wel instemmen met dit amendement. Alleen al bij verbondenheid met Nederland zou je al moeten instemmen met dit amendement.

Op deze zes punten wil ik graag en reactie van de staatssecretaris.

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 2410 gasten

donaties

doneer

Nederland
English