Nederland weer van ons

Voorzitter,

In 4 minuten terugkijken op een heel jaar. Dat valt niet mee. Vandaar dat ik op enkele punten wil inzoomen. Dat zijn: de motivatie en betrokkenheid van Nederlandse leerlingen, vernieuwingen in het onderwijs, de essentiële rol van schoolleiders en het ontbreken van de doelmatigheid van onderwijsgeld.

Onze leerlingen zijn onvoldoende betrokken in 1 op de 5 lessen voortgezet onderwijs: Onderwijsinspecteurs zien regelmatig lessen waar een groot deel van de leerlingen niet actief betrokken is. In het voortgezet onderwijs gaat het om 21 procent van de lessen, in het basisonderwijs om 9 procent. Waarom raken leerlingen minder gemotiveerd, vz.? Omdat belonen leidt tot minder motivatie, zegt de PVV. Dit baseer ik niet op eigen aannames, maar op wetenschappelijk onderzoek naar motivatie (Bert van Dijk, 'Beïnvloed anderen, begin bij jezelf', 2007). Graag een reactie van de bewindspersonen. Verbeteringen zouden moeten leiden tot resultaat in de klas: systemen binnen scholen zijn een doel op zich, investeringen komen niet in de klas terecht en opbrengstgericht werken wordt te weinig toegepast. Professionalisering van leraren wordt overgeslagen en de vernieuwingen worden van bovenaf opgelegd. De PVV zegt: erken de leraar als eigenaar van zijn vak waarbij de manager een dienende rol heeft aan de onderwijsprofessionals en benader de leerkracht niet als uitvoerder). Zijn de bewindspersonen het met mij eens? Graag een reactie. Er ligt een belangrijke rol voor schoolleiders: hij/zij is DE essentiële schakel tussen het schoolbeleid en het dagelijks werk. Dit geldt niet alleen voor de implementatie van schoolbeleid in de klas, maar ook voor het inpassen van initiatieven van docenten op schoolniveau. De inspectie ziet dan ook dat op scholen waar de schoolleider goed functioneert, beter onderwijs gegeven wordt. Zijn de bewindspersonen van plan dit mee te nemen en hier iets mee te doen? Graag een reactie. Overzicht doelmatigheid van onderwijsgeld ontbreekt: in hoeverre extra middelen worden uitgegeven aan het primaire proces is nog steeds niet inzichtelijk genoeg. Enerzijds worden met regelmaat extra middelen ingezet, in de achterkamers wordt veel extra geld vrijgemaakt voor onderwijs, maar anderzijds is het kennelijk nooit genoeg vz.! Kijk naar de voortdurende lethanie die opstijgt uit het onderwijsveld dat er niet genoeg geld beschikbaar is. Maar veel erger, en heel concreet vz. is de vaststelling op pag. 51 van de Hoofdlijnen Uit het Onderwijsverslag: zowel onderwijskundig als financieel beleid is gericht op de korte termijn; een doordacht beleid voor de middellange termijn waarbij onderwijskwaliteit, strategisch personeelsbeleid en de noodzakelijke financiële condities samenhangen, ontbreekt of is niet transparant. Vz., dat is onverteerbaar. En onnodig. Ik zou van de minister en de stas een toezegging willen vandaag dat een dergelijke passage niet meer voorkomt in het volgende onderwijsverslag. Als de bewindslieden en de Kamer niet kunnen beschikken over basaal inzicht wat er op de middellange termijn wordt gerealiseerd, als het ontbreekt aan basisvaardigheden op het gebied van Governance, dan blijven we met z'n allen in het duister tasten.

Vz., tenslotte graag een reflectie van de bewindspersonen op het afscheid van prof Dronkers. Geen mooi afscheid zeg ik tot mijn spijt want ik had deze eminente hoogleraar onderwijssociologie iets veel beters gegund. Wat mij vooral trof was zijn vaststelling dat er geen opvolger voorhanden is, omdat wat Dronkers neergezet heeft in zijn jaarlijkse vergelijkingsoverzichten waarmee vooral ouders een instrument hadden om redelijk objectief de schoolprestaties te kunnen meten, onderzoekers afschrikt. Je maakt daar namelijk geen vrienden mee, maar wel heel veel vijanden. De onderwijskaasstolp verdraagt nog altijd niet dat er critici zijn die zich niet houden aan de mores die de kongsi van de mainstream onderwijskundigen en de vele bestuurders van de vele gremia. En dat is niet hoopgevend. Graag een reactie van de bewindspersonen. Aldus Dronkers: "Ik sta nog steeds achter het maatschappelijk belang van het maken van dergelijke lijsten door buitenstaanders. Maar het gedoe erom heen, begint mij tegen te staan. Dat kost vele dagen werk, het geeft veel stress en de publieke steun is gering". En dat terwijl onze inspecteur-generaal van het Onderwijs precies aankaart waarom deze schoolcijferlijsten en leerlingvolgsystemen zo belangrijk zijn: "Een leerlingvolgsysteem geeft aan dat een leerling goed is in rekenen, maar structureel onderpresteert in taal. Dit soort systemen zijn een middel voor goed onderwijs; ze moeten geen doel op zich worden. Toch verandert er niets in het aanbod aan die leerling". En DAT is het probleem, niet die Cito-toets aan het eind van groep 8. Dat zou slechts een bevestiging moeten zijn van het eindoordeel van de leerkracht en de behaalde resultaten van de leerling uit het leerlingvolgsysteem. En daarmee een matchingsinstrument voor het vo. Het probleem is dat de Eindtoets geen erkenning kreeg als MIDDEL, het onderwijsveld maakte er op behoorlijk hysterische wijze een DOEL van. En daarmee werd het kind i.p.v. het badwater weggegooid. En dat is eeuwig zonde. De Eindtoets is zo ver doorgeschoven in het schooljaar dat hij niet meer van belang is. We zijn het cirkeltje rond: we onderschatten onze leerlingen, de middelmaat is nog steeds de norm, we leggen de lat liever lager dan dat we meer uit onze kinderen proberen te halen. Maar we staan hier in dit huis steeds maar te roepen dat de lat omhoog moet, maar meten willen we niet. Meten is politiek incorrect verklaard. Zolang we dat niet hersteld hebben, komt het niet goed met onze ambities, integendeel, we zakken steeds verder weg.

Tweede termijn

Voorzitter,

We zien in het onderwijs nog altijd, onuitroeibaar kennelijk, een onderwijscultuur die erin voorziet dat leerlingen onderpresteren. Onderwijskundig gezien is dat de slechtst denkbare cultuur met grote gevaren voor onze economische toekomst, maar erger nog, het houdt het gevaar in voor een tanende middenklasse. De middenklasse lijkt een bedreigde diersoort. Banen voor die groep verdwijnen in hoog tempo. De bankmedewerker met een mbo-opleiding, de technisch controleur in de fabriek, de medewerker telefonie bij KPN die na de havo geen diploma meer heeft gehaald: ze vliegen eruit en er zijn geen nieuwe banen voor ze. Het is een waar slagveld in de middenklasse. En ze betalen ook nog eens te veel belasting over hun inkomen van ongeveer 2500 euro bruto per maand. Het aandeel hoger opgeleiden in de beroepsbevolking is toegenomen, tegelijk zijn hun lonen gestegen. Dat blijkt uit onderzoeken naar het rendement van onderwijs. De ongelijkheid tussen de hoger opgeleiden en de rest is daardoor toegenomen. En juist dat is HET kernprobleem van de nabije toekomst, de segregatie tussen laag en hoogopgeleiden. Die groeiende kloof is van belang voor het beleid. Mocht de vraag naar de gemiddeld opgeleiden relatief blijven dalen, wat moet je dan met de schoolverlaters van mbo 2 en 3? De mensen met mbo 4 maken een goede kans de sprong naar boven te maken, naar het hbo. Maar of dat voor 2 en 3 ook geldt, is de vraag. Onze opdracht nu is om die lagere opleidingen kwalitatief weer op orde te krijgen: beter lezen en rekenen, dat is de kern. Maar aan alle kanten wordt dat door de zelfbenoemde deskundigen in twijfel getrokken. Kortom: bestudering van het Onderwijsverslag 2012-2013 geeft de PVV geen reden tot optimisme.

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 2445 gasten

donaties

doneer

Nederland
English