Nederland weer van ons

Voorzitter,
De PVV-fractie kan zich vinden in de doelstelling van deze richtlijn, die het verder verkleinen van de kans op zware ongevallen bij olie en gasactiviteiten op zee beoogt, n.a.v. de olieramp in de Golf van Mexico. Wij vragen wij ons wel af in hoeverre dit wetsvoorstel concreet bijdraagt aan het bereiken van die doelstelling. Vandaar dat wij een aantal vragen aan de minister hebben om op dit punt meer duidelijkheid te krijgen.
In het wetsvoorstel wordt gesproken van rapporten en verificaties. Kan de minister concreet aangeven wat de verificaties inhouden?
Zijn dat ook visuele inspecties ter plaatse, of blijft het bij een marginale toetsing van een papieren werkelijkheid?
Kan de minister ook een voorbeeld geven van een veiligheidsrisico dat in de nieuwe wet beter wordt gedicht dan in de huidige wet?
En kan de minister aangeven of er risicovolle situaties in Nederland zijn geweest bij olie- en gasactiviteiten, die middels deze extra rapporten en verificaties vermeden hadden kunnen worden?

Als de minister aannemelijk kan maken dat de structurele extra kosten van 6,6 miljoen euro per jaar, die deze richtlijn met zich meebrengt, ook daadwerkelijk leidt tot meer veiligheid, dan kunnen wij instemmen met dit wetsvoorstel.

Dan kom ik bij het amendement op de Mijnbouwwet over de omkering bewijslast. Normaal gesproken is het zo dat wie eist bewijst. Dit uitgangspunt staat in art.150 burgerlijke rechtsvordering, maar datzelfde artikel heeft ook de uitzondering hierop, en ik citeer: 'tenzij uit enige bijzondere regel of uit de eisen van redelijkheid en billijkheid een andere verdeling van de bewijslast voortvloeit', einde citaat. Omkering van de bewijslast komt dus wel degelijk voor en is zeker niet uniek. Denk bijvoorbeeld aan consumentenkoopzaken.

De PVV denkt dat een omkering van de bewijslast in de Mijnbouwwet een goed idee is. Bij geschillen tussen een mijnbouwonderneming en burgers gaat het normaal gesproken om economisch ongelijkwaardige partijen. Het is voor een burger bijna onmogelijk om aan te tonen dat schade is ontstaan door een aardbeving. Omgekeerd beschikt de NAM over veel geld, mensen en expertise om aan te tonen dat schade niet is veroorzaakt door een aardbeving. Die economische ongelijkheid is voor ons een goed argument om de bewijslast om te keren.

Een tweede argument is dat een dergelijke bepaling ook geldt in onze buurlanden en daar niet tot problemen leidt. Kennelijk werkt het in de praktijk best goed en doemverhalen lijken ons dan ook op zijn minst voorbarig.

Een derde argument voor omkering van de bewijslast is dat de minister, ondanks herhaaldelijke en indringende verzoeken van onder andere de PVV, niet is overgegaan op een praktijk van ruimhartige schadevergoedingen en een ruime uitkoopregeling. Burgers moeten nog steeds jaren wachten op schadevergoeding en reparatie. Die situatie is zeer onwenselijk.

Op basis van deze drie argumenten is de PVV in principe voor het amendement om de bewijslast om te keren. Vorig jaar bij het gaswinningsdebat hebben we, in tegenstelling tot de PvdA, ook al voor een motie met deze strekking gestemd. Ik ben blij met deze draai van de PvdA, al moet ik het nog wel zien. Het stemgedrag van de PvdA aangaande de gaskraan was immers ook iets anders dan het PvdA geluid in de media.

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 2620 gasten

donaties

doneer

Nederland
English