Nederland weer van ons

Voorzitter, het heeft even geduurd, maar eindelijk ligt daar dan het wetsvoorstel, dat de omkering van de bewijslast voor de Groningers moet vastleggen. Althans voor een deel van de Groningers, want de Minister is voornemens om de reikwijdte ervan in te perken tot de omstreden contourenkaart. Dat brengt mij bij mijn eerste vraag: erkent de Minister dat er buiten deze contouren ook al aardbevingsschade is geconstateerd? Zo ja, waarom zou voor deze mensen de omkering bewijslast dan niet gelden en voor andere Groningers die schade ondervinden van de gaswinning uit het Groningerveld wel?

Voorzitter, wat de PVV betreft is het klip en klaar dat de contourenkaart niet voldoet om de omkering van de bewijslast af te bakenen. Dat heeft de praktijk reeds uitgewezen. Het is zelfs zo dat er in sommige dorpen buiten de contouren naar verluidt meer aardbevingsschade is dan in sommige dorpen binnen de contouren. Dat kan ook, omdat de mate waarin aardbevingsschade bij woningen optreedt, van veel meer factoren afhankelijk is, dan louter de afstand van de woning tot het epicentrum van de beving. Diverse wetenschappers hebben dat herhaaldelijk in de Kamer uitgelegd. Vandaar dat de PVV een amendement heeft ingediend om de omkering bewijslast uit te breiden tot de hele provincie Groningen; ‘Van Lauwerszee tot Dollard tou, van Drenthe tot aan ’t Wad’.

Voorzitter, dan over naar dat andere wetsvoorstel, de herziening van de mijnbouwwet. Deze herziening kwam voort uit de ontluisterende conclusies van het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. De PVV steunt dit dan ook van harte, maar heeft bedenkingen over de wijze waarop de Minister dit uitgewerkt heeft. Voor de PVV is het namelijk van belang dat burgers vooraf maximale inspraak krijgen bij een nieuwe opsporings- of winningsvergunning en we betwijfelen in hoeverre dat het geval is. We zien dat de inspraak voor gemeentes en waterschappen wordt verbeterd, maar hoe zit dat precies voor burgers zo vraag ik de Minister?

Voorzitter, verder verandert het wetsvoorstel ook niets op het vlak van verantwoordelijkheden voor schade-afhandeling richting bewoners. De huidige mijnbouwwet verplicht de exploitant immers al om schade te vergoeden, maar dat is zoals we in Groningen kunnen zien blijkbaar niet duidelijk genoeg. Waarom is er niet voor gekozen om hier met terugwerkende kracht duidelijkheid aan te brengen?
Dat geldt overigens niet alleen voor Groningen, maar ook voor de Limburgse mijnbouwschade. De PVV heeft bij herhaling moties ingediend om dit vergoed te krijgen, maar ook hier biedt deze herziene mijnbouwwet geen oplossing voor, waarom zo vraag ik de Minister? En als dit dan niet via de wet geregeld kan worden, welke andere mogelijkheden ziet de Minister dan nog om de Limburgse gedupeerden schadeloos te stellen?

Voorzitter, ook voor wat betreft de versterking van de onafhankelijke positie van het SodM vragen wij ons af hoe de Minister dit nu precies invult. Tot op heden waren de adviezen van het SodM vrijblijvend. Als het advies de minister niet beviel, was het mogelijk om dat advies te negeren, door bijvoorbeeld te wijzen op allerlei onderzoeken die nog komen moesten. Kan de minister toelichten in welke gevallen de minister nu af kan wijken van de adviezen van het SodM en onder welke voorwaarden dat eventueel kan? Kan de minister ook toelichten in hoeverre de status van het SodM afwijkt van de status van de ACM als het gaat om de wettelijke verplichting deze adviezen op te volgen en waarom? Graag uw toelichting.

Voorzitter, wat de PVV betreft is het duidelijk dat de aardbevingen, die voortvloeien uit de gaswinning in Groningen, een ingrijpen vanuit de overheid rechtvaardigen. Maar naast Groningen zijn er nog enkele honderden andere locaties in ons land, en vooral op onze Noordzee, waar mijnbouwactiviteiten plaatsvinden. Dit gebeurt veelal probleemloos en deze activiteiten leveren een belangrijke bijdrage aan onze economie en werkgelegenheid. Het voortbestaan van deze activiteiten in Nederland, komt met deze wetswijziging mogelijk onder druk te staan. Want de Minister kan wel stellen dat alleen met zwaarwegende redenen bestaande vergunningen kunnen worden ingetrokken, maar hoe zit dat precies? Kan de minister de term zwaarwegend nader definiëren? Dat is wat ons betreft noodzakelijk om te voorkomen dat linkse klimaatpolitici, al dan niet onder aanvoering van zwaar gesubsidieerde milieuclubs die beweren een zwaarwegend belang te vertegenwoordigen, reeds verleende vergunningen op politieke gronden intrekken. Onze economische welvaart is mede gebaseerd op rechtszekerheid voor investeerders. Als land kunnen we het ons niet permitteren investeerders af te schrikken door onduidelijk te zijn over de vraag wanneer een reeds verleende vergunning wel of niet weer kan worden ingetrokken. Graag horen wij van de minister een verduidelijking van het begrip zwaarwegend.

Voorzitter, afrondend de PVV heeft wat bedenkingen bij beide wetsvoorstellen. De PVV steunt de omkering van de bewijslast van harte, echter met de beperkingen die de Minister in de wet heeft aangebracht is het de vraag of het niet averechts werkt, zoals de Technische Commissie Bodembeweging ook aangaf bij de briefing. Dit probleem kan verholpen worden door mijn amendement hierover, en ik hoop dat dit aangenomen wordt..
Ook wat het andere wetsvoorstel betreft hebben wij nog twijfels. Het is duidelijk dat het wetsvoorstel de grip van de politiek op de mijnbouw versterkt, maar het is voor ons nog maar de vraag of de positie van de burgers daarbij gebaat is.

facebooktwitterinstagrammail

We hebben 5505 gasten

donaties

doneer

Nederland
English