feed-image RSS

Dit verkiezingspamflet is het verkiezingsprogramma van de Partij voor de Vrijheid bij de verkiezingen van 22 november. De basis wordt gevormd door de stukken Een Nieuwe Gouden Eeuw, Klare Wijn, een Nieuw-realistische Visie en de Onafhankelijkheidsverklaring

VERKIEZINGSPAMFLET                                     

Groep Wilders / Partij voor de Vrijheid

Nederland is een prachtig land. Maar het staat onder druk. Om tal van redenen. De politieke elite in Nederland negeert stelselmatig de belangen en problemen van de burger.

Het is nog steeds niet veilig op straat door onvoldoende politie en te lage straffen. Het aantal vreemdelingen dat jaarlijks naar ons land komt is nog steeds excessief hoog. De demografische ontwikkelingen zijn ronduit zorgelijk: de meerderheid van de jongeren in de grote steden is nu al van niet-westerse afkomst. De overheid is veel te groot en heft te veel belastingen zowel op landelijk als gemeentelijk niveau zodat burgers iedere maand opnieuw te weinig van hun inkomen overhouden. En kwetsbare mensen zoals ouderen in verpleeg- en verzorgingshuizen leiden te vaak een mensonwaardig bestaan. Ondertussen wordt een politieke partij voor pedofielen opgericht en worden dierenmishandelaars ongestraft of met hooguit een boete naar huis gestuurd. Dat kan en moet allemaal zoveel beter. Het fatsoen moet terug in onze samenleving.

Daarom zijn er dringend veranderingen nodig. Nederland moet weer een sterk en vitaal land worden. Een land met een kleinere en minder betuttelende overheid en een duurzaam sterkere economie. Een land, waarin naast een kleine doelmatige overheid en het verantwoordelijke individu, ook het maatschappelijke middenveld (maatschappelijke organisaties, verenigingsleven, gezin, kerk, etc.) de rol krijgt die het verdient. Een land dat trots is op zijn eigen identiteit, die identiteit ook durft te benoemen en voor het behoud daarvan durft op te komen, ook binnen het steeds verder uitdijende Europa. Een land dat meer investeert in betere veiligheid voor zijn inwoners, beter onderwijs voor zijn kinderen en menswaardigere zorg voor zijn ouderen. Een land dat crimineel gedrag op straat en islamitisch terrorisme keihard aanpakt en bestraft. Een land met een bestuur dat problemen van de burgers oplost. Een land met politici die meer naar die burgers luisteren en minder met zichzelf bezig zijn. Kortom: een beter en sterker Nederland!

De Groep Wilders / Partij voor de Vrijheid heeft de afgelopen anderhalf jaar een groot aantal voorstellen gedaan om tot zo'n beter en sterker Nederland te komen. In de Onafhankelijkheidsverklaring, het Plan voor een Nieuwe Gouden Eeuw en in Klare Wijn zijn al veel concrete voorstellen te vinden. In Nieuw Realisme hebben wij onze ideologische kaders geschetst. In dit verkiezingspamflet geven wij - kort en krachtig - onze belangrijkste voorstellen weer. Vernieuwende en gedurfde voorstellen die leiden tot een beter en sterker Nederland.

Een Nederland om weer trots op te zijn!

 

I.    Belastingverlaging

  • 16 miljard belastingverlaging voor burgers en ondernemers (fors lagere tarieven inkomstenbelasting en dus hogere koopkracht voor iedereen, te financieren uit bezuinigingen op ambtenaren, Europa, subsidies, ontwikkelingshulp)
  • Miljard extra voor AOW'ers
  • Extra geld voor meer agenten op straat, meer docenten voor de klas en meer verplegend personeel in het verpleeghuis door:
  • - wegsnijden bureaucratie en overhead, en:
    - benutting van een deel mogelijk begrotingsoverschot aan deze drie sectoren
  • Lagere benzineprijzen door terugdraaien ‘kwartje van Kok'
  • Onverkort handhaven hypotheekrenteaftrek
  • Minder ministeries, minder ambtenaren
  • Geen stijging gemeentelijke lasten

 

II.    Keiharde aanpak criminaliteit en terrorisme

  • Hogere straffen voor crimineel gedrag en invoering minimumstraffen voor misdrijven en overtredingen
  • Na drie zware geweldsmisdrijven levenslange gevangenisstraf
  • Afschaffen van de korting op de maximumstraf in geval van poging tot misdrijf
  • Wettelijke verplichting OM tot voordeelsontneming daders bij misdrijven
  • Minder taakstraffen
  • Afschaffen verjaring gewelds- en zedenmisdrijven
  • Geen kwijtschelding deel gevangenisstraf bij goed gedrag
  • Introductie heropvoedingskampen
  • Preventief fouilleren in het hele land
  • Herinvoering jeugd- en zedenpolitie
  • Wettelijk verbod op pedofielenpartij
  • Professionelere hulp voor slachtoffers
  • Einde gedoogbeleid: sluiten coffeeshops, krachtige aanpak thuisteelt en drugsoverlast, geen vrije heroïneverstrekking
  • Denaturalisatie en uitzetting recidiverende (Marokkaanse) straatterroristen met dubbele nationaliteit
  • Introductie van administratieve detentie bij terrorisme
  • 10 jaar geen recht op uitkering bij uitkeringsfraude
  • Niet-Nederlanders die een misdrijf plegen worden direct uit Nederland verwijderd
  • Agressie tegen politiefunctionarissen en andere hulpverleners: 1/3 hogere minimumstraf en 1/3 hogere maximumstraf
  • Kraakverbod
  • Reorganisatie politie: terug van 26 naar 4 politieregio's, plus KLPD

 

III.      Onderwijs en gezin

  • Meer aandacht voor onderwijs, gezin en opvoeding kinderen: veilige scholen, kwaliteitsverbetering lerarenopleiding, normen en waarden terug in gezin en onderwijs, ouders meer verantwoordelijk voor crimineel gedrag van hun minderjarige kinderen (waar van toepassing ook als het gaat om hun eigen verblijfsstatus)
  • Geschiedenis en nationale identiteit prominent in het curriculum van alle scholen
  • Menselijke maat terug in onderwijs: kleinere scholen, primaat bij docenten en ouders
  • Afschaffen tweede fase/studiehuis en VMBO, herinvoering ambachts- en tuchtscholen
  • Sociale dienstverlening/maatschappelijke stage verplicht onderdeel schoolcurriculum voortgezet onderwijs (3 maanden: ouderenbezoek etc.)
  • Handhaving artikel 23 van de Grondwet (vrijheid van onderwijs), maar moratorium van 5 jaar op nieuwe islamitische scholen
  • Wachtlijsten jeugdzorg wegwerken

 

IV.      Immigratiestop / Integratie

  • Immigratiestop niet-westerse allochtonen (Marokkanen en Turken) voor 5 jaar
  • Invoering quotum asielzoekers van maximaal 5.000 per jaar, opvang in eigen regio
  • Nieuw artikel 1 van de Grondwet: christelijk/joods/humanistische cultuur moet in Nederland dominant blijven
  • Moratorium van 5 jaar op bouw nieuwe moskeeën en islamitische scholen
  • Sluiten radicale moskeeën, uitzetten radicale imams
  • Verbod op buitenlandse financiering of buitenlandse bestuurlijke invloed moskeeën
  • Preekverbod buitenlandse imams, verplichting tot spreken van Nederlandse taal in gebedshuizen
  • Afschaffen stemrecht gemeenteraden voor niet-Nederlanders
  • Teksten vanwege de overheid op (voorlichtings- en informatie-)folders uitsluitend in de Nederlandse taal
  • Afschaffen dubbele nationaliteit
  • Geen medische zorg voor illegalen behoudens spoedeisende hulp
  • Naturalisatie pas na 10 jaar rechtmatig verblijf in Nederland gedurende welke periode men volledig moet hebben gewerkt en geen misdrijf mag hebben gepleegd
  • Eerste tien jaar verblijf vreemdelingen in Nederland: geen recht op uitkering
  • Geen verblijfsvergunning voor immigranten die tien jaar voor aanvraag verblijfsvergunning waar ook ter wereld zijn veroordeeld voor een misdrijf
  • Geen export van uitkeringen buiten de EU
  • Uitvoering motie-Wilders inzake burqaverbod in openbare ruimte
  • Verbod hoofddoekjes in publieke functies
  • Bevorderen vrijwillige remigratie

 

V.      Directe democratie: meer invloed van de burgers

  • Meer directe democratie: invoering bindende referenda, te beginnen met (1) Turks lidmaatschap EU, (2) wenselijkheid Euro en (3) Antillen wel of niet in Koninkrijk
  • Invoering districtenstelsel, gekozen burgemeester en gekozen minister-president
  • Afschaffen Eerste Kamer
  • Terugbrengen aantal leden Tweede Kamer van 150 naar 100
  • Afschaffen wachtgeldregelingen voor politici, zelfde sociale zekerheidsrechten als andere burgers. Onmiddellijke invoering sollicitatieplicht voor oud-politici
  • Geen salarisverhoging voor ministers, kamerleden en andere politici/bestuurders
  • Geen overheidssubsidies voor politieke partijen

 

VI.      Zorg / Sociale Zaken

  • Extra geld voor verpleeghuiszorg: minder bureaucratie/overhead en meer handen aan het bed
  • Nette eenpersoonskamers voor ouderen in verpleeghuizen: ouderen zijn geen gevangenen
  • Belastingvrij loon voor vrijwillig werkende 65-plussers
  • Grenzen zo lang mogelijk dichthouden voor Oost-Europese werknemers
  • Werken voor een uitkering
  • Geen fiscalisering AOW, vergroting draagvlak AOW door meer werkenden onder de 65 jaar

 

VII.      Infrastructuur / Ruimtelijk ordening / Energie

  • Meer investeren in wegen en automobiliteit: meer wegen, prioriteit bij knelpunten
  • Geen tolheffing, geen rekeningrijden, afschaffen trajectcontroles
  • Verhoging maximumsnelheid, extra verhoging in avonduren en 's nachts
  • Tweede nationale luchthaven in Flevopolder of in zee
  • Van Groene Hart naar Kloppend Hart: wonen, werken en recreëren
  • Bouw nieuwe kerncentrales

 

VIII.      Europese Unie / Vredesoperaties / Buitenlands beleid

  • Geen nieuwe landen bij Europese Unie
  • Turkije in de EU dan Nederland eruit
  • Afschaffen Schengen-visa, Nederland gaat weer geheel over eigen toelatingsbeleid vreemdelingen
  • Geen nieuwe Europese Grondwet of overdracht nationale bevoegdheden aan Brussel
  • Samenwerking EU vooral economisch, terugbrengen politieke zeggenschap naar nationale parlementen
  • Afschaffen Europees Parlement, sterke beperking Europese Commissie en stoppen met jaarlijkse Nederlandse miljardenafdrachten aan Brussel
  • Minder Nederlandse militaire bijdragen aan internationale (vredes)operaties, alleen nog deelname aan NAVO-operaties
  • Meer prioriteit voor mensenrechten in buitenlands beleid
  • Verhoging efficiency krijgsmacht
  • Verbetering zorg en nazorg thuisfront uitgezonden en teruggekeerde militairen
  • Steun voor strijd tegen internationaal terrorisme zoals Al-Qaida, Hezbollah en Hamas

 

IX.      Dierenrechten/dierenwelzijn

  • Rechten van het dier in de Grondwet
  • Minimumgevangenisstraf voor dierenmishandelaars
  • Na veroordeling dierenmishandeling: levenslang verbod op houden van dieren
  • Meer prioriteit bij politie en justitie voor opsporing en vervolging dierenmishandeling (animal cops)
  • Introductie nationaal alarmnummer voor dieren: 113
  • Strenger naleven verbod op ritueel ‘thuisslachten'

 

Dit verkiezingspamflet was het verkiezingsprogramma van de Partij voor de Vrijheid bij de verkiezingen van 22 november 2006. De basis wordt gevormd door de stukken Een Nieuwe Gouden Eeuw, Klare Wijn, een Nieuw-realistische Visie en de Onafhankelijkheidsverklaring

VERKIEZINGSPAMFLET                                     

Partij voor de Vrijheid

Nederland is een prachtig land. Maar het staat onder druk. Om tal van redenen. De politieke elite in Nederland negeert stelselmatig de belangen en problemen van de burger.

Het is nog steeds niet veilig op straat door onvoldoende politie en te lage straffen. Het aantal vreemdelingen dat jaarlijks naar ons land komt is nog steeds excessief hoog. De demografische ontwikkelingen zijn ronduit zorgelijk: de meerderheid van de jongeren in de grote steden is nu al van niet-westerse afkomst. De overheid is veel te groot en heft te veel belastingen zowel op landelijk als gemeentelijk niveau zodat burgers iedere maand opnieuw te weinig van hun eigen verdiende geld overhouden. En kwetsbare mensen zoals ouderen in verpleeg- en verzorgingshuizen leiden te vaak een mensonwaardig bestaan. Ondertussen wordt een politieke partij voor pedofielen opgericht en worden dierenmishandelaars ongestraft of met hooguit een boete naar huis gestuurd. Dat kan en moet allemaal zoveel beter. Het fatsoen moet terug in onze samenleving.

Daarom zijn er dringend veranderingen nodig. Nederland moet weer een sterk en vitaal land worden. Een land met een kleinere en minder betuttelende overheid en een duurzaam sterkere economie. Een land, waarin naast een kleine doelmatige overheid en het verantwoordelijke individu, ook het maatschappelijke middenveld (maatschappelijke organisaties, verenigingsleven, gezin, kerk, etc.) de rol krijgt die het verdient. Een land dat trots is op zijn eigen identiteit, die identiteit ook durft te benoemen en voor het behoud daarvan durft op te komen, ook binnen het steeds verder uitdijende Europa. Een land dat meer investeert in betere veiligheid voor zijn inwoners, beter onderwijs voor zijn kinderen en menswaardigere zorg voor zijn ouderen. Een land dat crimineel gedrag op straat en islamitisch terrorisme keihard aanpakt en bestraft. Een land met een bestuur dat problemen van de burgers oplost. Een land met politici die meer naar die burgers luisteren en minder met zichzelf bezig zijn. Kortom: een beter en sterker Nederland!

De Groep Wilders / Partij voor de Vrijheid heeft de afgelopen anderhalf jaar een groot aantal voorstellen gedaan om tot zo'n beter en sterker Nederland te komen. In de Onafhankelijkheidsverklaring, het Plan voor een Nieuwe Gouden Eeuw en in Klare Wijn zijn al veel concrete voorstellen te vinden. In Nieuw Realisme hebben wij onze ideologische kaders geschetst. In dit verkiezingspamflet geven wij - kort en krachtig - onze belangrijkste voorstellen weer. Vernieuwende en gedurfde voorstellen die leiden tot een beter en sterker Nederland.

Een Nederland om weer trots op te zijn!

I.    Belastingverlaging

  • 16 miljard belastingverlaging voor burgers en ondernemers (fors lagere tarieven inkomstenbelasting en dus hogere koopkracht voor iedereen, te financieren uit bezuinigingen op ambtenaren, Europa, subsidies, ontwikkelingshulp)
  • Miljard extra voor AOW'ers
  • Extra geld voor meer agenten op straat, meer docenten voor de klas en meer verplegend personeel in het verpleeghuis door het wegsnijden van bureaucratie en overhead en de benutting van een deel van een mogelijk begrotingsoverschot aan deze drie sectoren
  • Lagere benzineprijzen door terugdraaien ‘kwartje van Kok'
  • Onverkort handhaven hypotheekrenteaftrek
  • Minder ministeries, minder ambtenaren
  • Geen stijging gemeentelijke lasten

II.    Keiharde aanpak criminaliteit en terrorisme

  • Hogere straffen voor crimineel gedrag en invoering minimumstraffen voor misdrijven en overtredingen
  • Na drie zware geweldsmisdrijven levenslange gevangenisstraf
  • Afschaffen van de korting op de maximumstraf in geval van poging tot misdrijf
  • Wettelijke verplichting OM tot voordeelsontneming daders bij misdrijven
  • Minder taakstraffen
  • Afschaffen verjaring gewelds- en zedenmisdrijven
  • Geen kwijtschelding deel gevangenisstraf bij goed gedrag
  • Introductie heropvoedingskampen
  • Preventief fouilleren in het hele land
  • Herinvoering jeugd- en zedenpolitie
  • Wettelijk verbod op pedofielenpartij
  • Professionelere hulp voor slachtoffers
  • Einde gedoogbeleid: sluiten coffeeshops, krachtige aanpak thuisteelt en drugsoverlast, geen vrije heroïneverstrekking
  • Denaturalisatie en uitzetting recidiverende (Marokkaanse) straatterroristen met dubbele nationaliteit
  • Introductie van administratieve detentie bij terrorisme
  • 10 jaar geen recht op uitkering bij uitkeringsfraude
  • Niet-Nederlanders die een misdrijf plegen worden direct uit Nederland verwijderd
  • Agressie tegen politiefunctionarissen en andere hulpverleners: 1/3 hogere minimumstraf en 1/3 hogere maximumstraf
  • Kraakverbod
  • Reorganisatie politie: terug van 26 naar 4 politieregio's, plus KLPD

III.      Onderwijs en gezin

  • Meer aandacht voor onderwijs, gezin en opvoeding kinderen: veilige scholen, kwaliteitsverbetering lerarenopleiding, normen en waarden terug in gezin en onderwijs, ouders meer verantwoordelijk voor crimineel gedrag van hun minderjarige kinderen (waar van toepassing ook als het gaat om hun eigen verblijfsstatus)
  • Geschiedenis en nationale identiteit prominent in het curriculum van alle scholen
  • Menselijke maat terug in onderwijs: kleinere scholen, primaat bij docenten en ouders
  • Afschaffen tweede fase/studiehuis en VMBO, herinvoering ambachts- en tuchtscholen
  • Sociale dienstverlening/maatschappelijke stage verplicht onderdeel schoolcurriculum voortgezet onderwijs (3 maanden: ouderenbezoek etc.)
  • Handhaving artikel 23 van de Grondwet (vrijheid van onderwijs), maar moratorium van 5 jaar op nieuwe islamitische scholen
  • Wachtlijsten jeugdzorg wegwerken

IV.      Immigratiestop / Integratie

  • Immigratiestop niet-westerse allochtonen (Marokkanen en Turken) voor 5 jaar
  • Invoering quotum asielzoekers van maximaal 5.000 per jaar, opvang in eigen regio
  • Nieuw artikel 1 van de Grondwet: christelijk/joods/humanistische cultuur moet in Nederland dominant blijven
  • Moratorium van 5 jaar op bouw nieuwe moskeeën en islamitische scholen
  • Sluiten radicale moskeeën, uitzetten radicale imams
  • Verbod op buitenlandse financiering of buitenlandse bestuurlijke invloed moskeeën
  • Preekverbod buitenlandse imams, verplichting tot spreken van Nederlandse taal in gebedshuizen
  • Afschaffen stemrecht gemeenteraden voor niet-Nederlanders
  • Teksten vanwege de overheid op (voorlichtings- en informatie-)folders uitsluitend in de Nederlandse taal
  • Afschaffen dubbele nationaliteit
  • Geen medische zorg voor illegalen behoudens spoedeisende hulp
  • Naturalisatie pas na 10 jaar rechtmatig verblijf in Nederland gedurende welke periode men volledig moet hebben gewerkt en geen misdrijf mag hebben gepleegd
  • Eerste tien jaar verblijf vreemdelingen in Nederland: geen recht op uitkering
  • Geen verblijfsvergunning voor immigranten die tien jaar voor aanvraag verblijfsvergunning waar ook ter wereld zijn veroordeeld voor een misdrijf
  • Geen export van uitkeringen buiten de EU
  • Uitvoering motie-Wilders inzake burqaverbod in openbare ruimte
  • Verbod hoofddoekjes in publieke functies
  • Bevorderen vrijwillige remigratie

V.      Directe democratie: meer invloed van de burgers

  • Meer directe democratie: invoering bindende referenda, te beginnen met (1) Turks lidmaatschap EU, (2) wenselijkheid Euro en (3) Antillen wel of niet in Koninkrijk
  • Invoering districtenstelsel, gekozen burgemeester en gekozen minister-president
  • Afschaffen Eerste Kamer
  • Terugbrengen aantal leden Tweede Kamer van 150 naar 100
  • Afschaffen wachtgeldregelingen voor politici, zelfde sociale zekerheidsrechten als andere burgers. Onmiddellijke invoering sollicitatieplicht voor oud-politici
  • Geen salarisverhoging voor ministers, kamerleden en andere politici/bestuurders
  • Geen overheidssubsidies voor politieke partijen

VI.      Zorg / Sociale Zaken

  • Extra geld voor verpleeghuiszorg: minder bureaucratie/overhead en meer handen aan het bed
  • Nette eenpersoonskamers voor ouderen in verpleeghuizen: ouderen zijn geen gevangenen
  • Belastingvrij loon voor vrijwillig werkende 65-plussers
  • Grenzen zo lang mogelijk dichthouden voor Oost-Europese werknemers
  • Werken voor een uitkering
  • Geen fiscalisering AOW, vergroting draagvlak AOW door meer werkenden onder de 65 jaar

VII.      Infrastructuur / Ruimtelijk ordening / Energie

  • Meer investeren in wegen en automobiliteit: meer wegen, prioriteit bij knelpunten
  • Geen tolheffing, geen rekeningrijden, afschaffen trajectcontroles
  • Verhoging maximumsnelheid, extra verhoging in avonduren en 's nachts
  • Tweede nationale luchthaven in Flevopolder of in zee
  • Van Groene Hart naar Kloppend Hart: wonen, werken en recreëren
  • Bouw nieuwe kerncentrales

VIII.      Europese Unie / Vredesoperaties / Buitenlands beleid

  • Geen nieuwe landen bij Europese Unie
  • Turkije in de EU dan Nederland eruit
  • Afschaffen Schengen-visa, Nederland gaat weer geheel over eigen toelatingsbeleid vreemdelingen
  • Geen nieuwe Europese Grondwet of overdracht nationale bevoegdheden aan Brussel
  • Samenwerking EU vooral economisch, terugbrengen politieke zeggenschap naar nationale parlementen
  • Afschaffen Europees Parlement, sterke beperking Europese Commissie en stoppen met jaarlijkse Nederlandse miljardenafdrachten aan Brussel
  • Minder Nederlandse militaire bijdragen aan internationale (vredes)operaties, alleen nog deelname aan NAVO-operaties
  • Meer prioriteit voor mensenrechten in buitenlands beleid
  • Verhoging efficiency krijgsmacht
  • Verbetering zorg en nazorg thuisfront uitgezonden en teruggekeerde militairen
  • Steun voor strijd tegen internationaal terrorisme zoals Al-Qaida, Hezbollah en Hamas

IX.      Dierenrechten/dierenwelzijn

  • Rechten van het dier in de Grondwet
  • Minimumgevangenisstraf voor dierenmishandelaars
  • Na veroordeling dierenmishandeling: levenslang verbod op houden van dieren
  • Meer prioriteit bij politie en justitie voor opsporing en vervolging dierenmishandeling (animal cops)
  • Introductie nationaal alarmnummer voor dieren: 113
  • Strenger naleven verbod op ritueel ‘thuisslachten'

Plan Partij voor de Vrijheid voor een effectieve aanpak van de criminaliteit

Een klein groepje hele actieve criminelen pleegt in verhouding veel criminaliteit.
Een kleine 5% van de daders is verantwoordelijk voor meer dan 30% van het totale aantal veroordelingen.
(uit: Criminele carrieres en carriere criminelen; een studie naar de criminele carrieres van 5000 personen die in een jaar voor de rechter kwamen; Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving 2006; zie www.nscr.nl )

Partij voor de Vrijheid (PVV) wil dat deze 5% afdoende wordt aangepakt. Alleen al daardoor kan de criminaliteit in Nederland met ca. 1/3e worden verminderd. Onze ambities gaan echter verder. Goedwillende Nederlanders willen bevrijd worden van de hoge criminaliteit in ons land. Zij willen gevrijwaard worden van het anti-sociale gedrag van criminelen. Zij willen vrij en veilig zijn in hun woning, in het openbaar vervoer, als zij uitgaan, sporten, hun beroep uitoefenen enz. enz.
Het is een kerntaak van de overheid om hiervoor te zorgen. Groep Wilders / PVV vindt dat die overheid niet tevreden moet zijn met een beperking van de groei van de criminaliteit , maar wil dat de criminaliteit aanzienlijk omlaag wordt gebracht. Dat is wat goedwillende Nederlanders verwachten en verlangen van Justitie en Politie en zij hebben daar recht op. De ambities van Justitie moeten gericht zijn op forse criminaliteitsvermindering. Wij staan een pakket maatregelen voor waarmee de criminaliteit in Nederland binnen 4 jaren gehalveerd moet worden.

In dat pakket maatregelen staan niet langer de daders centraal maar de slachtoffers alsook het verlangen naar vrijheid en veiligheid van goedwillende Nederlanders.

In een vrije en veilige samenleving moet de burger er op kunnen vertrouwen, dat zijn medeburgers hem niet naar het leven staan en zijn eigendommen respecteren.
De crimineel die een misdrijf pleegt, schendt dat maatschappelijk vertrouwen en tast het vrijheids- en veiligheidsgevoel van de burgers aan. De consequentie daarvan dient te zijn dat de samenleving het vertrouwen in die misdadiger opzegt. Dat moet gebeuren op een manier, die effectief is om het gevoel van vrijheid en veiligheid in onze maatschappij te herstellen. Dit is het centrale thema in de aanpak van de criminaliteit, zoals wij die voorstaan:
Vrijheid en Veiligheid voor goedwillende burgers herstellen .

Met de resultaten van de aanpak van de afgelopen 40 jaar, waarin de dader grotendeels centraal stond, worden wij dagelijks geconfronteerd.
Dat kan en moet veel beter. Als het gaat om criminaliteitsbestrijding is er maar een zekerheid: de misdadiger die gevangen zit kan gedurende die periode in de samenleving geen nieuwe misdrijven plegen. Groep Wilders / PVV wil daarom, dat deze zekerheid de kern gaat vormen van de criminaliteitsbestrijding in de komende tijd. Wij willen dat deze zekerheid in een pakket van maatregelen wordt uitgewerkt, waarmee enerzijds een wezenlijke vermindering van de criminaliteit wordt bereikt en anderzijds de kwaliteit en de geloofwaardigheid van de rechtspleging is gediend.

Vaker straffen maar niet strenger. Daarmee zijn de afdoeningen door het Openbaar Ministerie en de strafoplegging door rechters in de periode 1996-2003 samen te vatten.
(uit: Vaker straffen maar niet strenger; Centraal Bureau voor de Statistiek 10 jan 2005)

Groep Wilders / Partij voor de Vrijheid is van mening dat de toegenomen inspanningen om vaker straffen op te leggen waardering verdienen maar dat een aanzienlijke vermindering van criminaliteit alleen bereikt kan worden door strenger te straffen. Voor zware misdadigers moet geen begrip worden getoond; “zero tolerance” dient de kernwaarde te zijn van de aanpak van de criminaliteit. De rechtspleging moet alleen voor de slachtoffers begrip en compassie tonen. Hun belangen moeten  - meer dan thans het  geval is -  een centrale plaats krijgen in de strafrechtspleging. In dat opzicht, kan en moet nog veel vooruitgang geboekt worden.

50% reductie van de criminaliteit door “zero tolerance” – aanpak

Wij maken v.w.b. de daartoe te treffen maatregelen onderscheid  tussen verschillende vormen van criminaliteit:

1e. Geweldsmisdrijven en andere misdrijven die door hun aard  en uitwerking een ernstige bedreiging vormen voor
individuele burgers en/of voor onze samenleving

Geweldpleging en andere de samenleving ernstig bedreigende criminaliteit, moet effectief worden tegengaan. Deze misdrijven veroorzaken vaak onbeschrijflijk en onherstelbaar leed. Daders die door het plegen van een dergelijk misdrijf het vertrouwen van hun medeburgers hebben beschaamd, moeten gedurende lange tijd uit de samenleving worden verwijderd.

Dit is ook de wens van de Nederlandse burgers:

In gelijke gevallen  - realistische strafdossiers van ernstige delicten -   zegt het publiek in groter meerderheid te willen besluiten tot aanzienlijk zwaardere straffen dan rechters.
(Uit: Op de stoel van de rechter; research memorandum nr 2. Jaargang 2, 2006 van de Raad voor de rechtspraak (auteurs: J.W. de Keijser, P.J. van Koppen, H. Elffers).

Het is voor de categorie plegers van ernstige misdrijven daarom noodzakelijk en ook maatschappelijk gewenst dat wordt overgegaan tot de volgende maatregelen:

- invoering van onvoorwaardelijk op te leggen minimumstraffen  die er niet om  liegen en een substantiele verhoging van de maximumstraffen. Met name bij delicten die ernstig gevaarzettend zijn voor de fysieke integriteit van personen, de volksgezondheid, het functioneren van vitale onderdelen van de overheid, de openbare orde en de ongestoorde werking van vitale functies van de samenleving (bijv. energievoorziening), is er alle reden om de daders gedurende zeer lange tijd uit de samenleving te verwijderen. Er is in die gevallen geen reden om de burgers in de samenleving betrekkelijk snel weer het risico te laten lopen van invrijheidstelling van hen die zich hebben vergrepen aan het leven van anderen enz. of daartoe een poging hebben ondernomen.

Enkele voorbeelden van noodzakelijke minimumstraffen voor first offenders:

- illegaal bezit van een vuurwapen of explosief: 2 jaar gevangenisstraf;
- gewapende overvallen zonder fysiek letsel: 5 jaar gevangenisstraf;
- witwassen van crimineel geld: 5 jaar gevangenisstraf
- zware mishandeling: 5 jaar gevangenisstraf;
- verkrachting  (zonder fysiek letsel): 10 jaar gevangenisstraf;
- deelneming aan een criminele organisatie: 8 jaar gevangenisstraf;
- doodslag : 10 jaar gevangenisstraf;
- in- of uitvoer van drugs: 10 jaar gevangenisstraf;
- leiding geven aan een criminele organisatie: 15 jaar gevangenisstraf;
- moord: 20 jaar gevangenisstraf.

- in geval van 1e recidive binnen een periode van 15 jaren na het uitzitten van
 de vorige straf, opgelegd voor een misdrijf in deze categorie:
 - een verdubbeling van de minimumstraf.

- in geval van 2e recidive binnen een periode van 15 jaren na het uitzitten van
 de vorige straf, opgelegd voor een misdrijf in deze categorie:

• een verdubbeling van de minimumstraf die gold voor de 1e recidive;
• maar voor zware geweldsmisdrijven geldt bij 2e recidive: zonder pardon verplichte oplegging van een levenslange gevangenisstraf
• oplegging van taakstraffen dient voor deze categorie van misdrijven niet meer mogelijk te zijn.

2e. Misdrijven die door hun aard en/of uitwerking ernstige
overlast veroorzaken voor individuele burgers en/of
onze samenleving

Deze categorie vormt de bulk van het aantal misdrijven dat jaarlijks in ons land wordt gepleegd. Hiertoe rekenen wij bij voorbeeld: diefstal, vernieling, openlijke geweldpleging  en mishandeling zonder zwaar lichamelijk letsel, oplichting, verduistering en bedreiging.

Voor dit soort misdrijven, pleegt de rechter relatief vaak taakstraffen op te leggen, ook bij recidive (het komt voor dat criminelen  meer dan 5x achtereen een taakstraf opgelegd kregen). Het is ook in deze categorie, dat recidive het vaakst voorkomt. Recente cijfers van het CBS over de jaren 2004 en 2005 laten zien dat het aantal gevangenisstraffen het sterkst daalde en het aantal taakstraffen het sterkst toenam .

Groep Wilders / PVV vindt dat deze ontwikkeling niet bijdraagt aan een wezenlijke vermindering van het aantal misdrijven uit deze categorie. Wij willen dat alleen aan first offenders de mogelijkheid van het verrichten van een taakstraf moet worden geboden. Daarna moet dat afgelopen zijn. De recidivist moet de zekerheid hebben dat hij de gevangenis in gaat.

Het is voor de categorie plegers van dit soort misdrijven daarom noodzakelijk en ook maatschappelijk gewenst, dat wordt overgegaan tot de volgende maatregelen:

- bij first offenders van misdrijven uit deze categorie, staat het de rechter vrij om te kiezen voor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, een geldboete of een taakstraf. Hij dient daarmaast echter altijd een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De minimum-duur van deze voorwaardelijke gevangenisstraf dient 3 maanden te zijn en de proeftijd dient 4 jaren te zijn.

- in geval van 1e recidive binnen een periode van 8 jaren na de eerste veroordeling ter zake van een misdrijf uit deze categorie of na het uitzitten van een vrijheidsstraf opgelegd ter zake van een misdrijf uit de 1e categorie:

- moet de rechter de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf bevelen (de daartoe strekkende vordering van het OM, kan uiterlijk binnen 3 maanden na het einde van de proeftijd, bij de rechter worden ingediend);
- en moet de rechter een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen met inachtneming van in de wet vast te leggen strafminima.

Enkele voorbeelden van dergelijke strafminima zijn:

- diefstal en vernieling: 3 maanden gevangenisstraf
- mishandeling: 6 maanden gevangenisstraf
- diefstal met braak: 12 maanden gevangenisstraf.
- openlijke geweldpleging: 12 maanden gevangenisstraf

-   in geval van 2e recidive binnen een periode van 8 jaren na het uitzitten van de
     vorige vrijheidsstraf:
     - een verdubbeling van de minimumstraf die gold voor de 1e recidive.

-   in geval van 3e recidive binnen een periode van 8 jaren na het uitzitten van de
     vorige vrijheidsstraf:
     - moet de rechter de maximumstraf opleggen.

 

Groep Wilders / PVV wil voorts de geloofwaardigheid van het strafrecht en de strafrechtspleging verhogen, door de volgende maatregelen:

A. ook de tenuitvoerlegging van straffen, dient geheel in het teken te staan van
“zero tolerance” en vergroting van de geloofwaardigheid van justitie:

De gevangenissen in Nederland, dienen zo veel mogelijk versoberd te worden.
Het mag niet zo zijn, dat gedetineerde criminelen het beter hebben dan
mensen in bejaardenhuizen, verpleeghuizen en verzorgingstehuizen. Dit
betekent niet dat het gevangenisregime “ontmenselijkt” moet worden  maar wel
dat op alle mogelijke manieren de kosten daarvan omlaag gebracht moeten
worden. Voor het jaar 2007 is in de Rijksbegroting opgenomen dat een afgestrafte gedetineerde per dag Euro 185,-- aan de schatkist kost en een TBS-gestelde
kost zelfs Euro 463,-- per dag. Deze bedragen moeten omlaag en niet (zoals in
de meerjarige begroting tot 2011 is voorzien) omhoog.

Luxe voorzieningen (bij voorbeeld: televisie; keuze uit verschillende soorten maaltijden; airconditioning; verwarming boven 18 ï‚°C ; toegang tot internet) dienen te worden afgeschaft. Het overplaatsen van gedetineerden dient nog slechts plaats te vinden als daarmee kosten voor de overheid bespaard kunnen worden.
Meerdere gedetineerden op een cel, dient de regel te worden. Een cel voor slechts een gevangene moet de uitzondering worden (bij voorbeeld voor ernstig zieken of uitzonderlijk zwakke personen). Gedetineerden die er blijk van geven zich niet correct of zelfs agressief tegenover het gevangenispersoneel of medegevangen te gedragen, dienen niet beloond te worden met opsluiting in een cel voor zichzelf maar met beperking van hun bewegingsvrijheid binnen meermanscellen.

Als de noodzakelijke kostenbeperking in het gevangeniswezen tot gevolg heeft
dat het ondergaan van een gevangenisstraf zwaarder wordt, dan moet die
consequentie niet uit de weg worden gegaan. Het is geen schande als het
nederlands gevangenisregime een van de zwaarste van de Europese Unie wordt.
Door werk te verrichten en zich correct te gedragen moeten gevangenen enige verbetering in hun leefomstandigheden kunnen verdienen. De gevangene die niet werken wil, moet een  zo sober mogelijk regime ondergaan.
Op de veiligheid van gevangenissen mag niet worden bezuinigd. De overheid die 
mensen hun vrijheid ontneemt, is volledig verantwoordelijk voor hun veiligheid.
Dat betreft niet alleen zaken als brandveiligheid van gevangenissen maar ook 
bescherming van gevangenen tegen medegedetineerden en de veiligheid van
het personeel. De omvang van het personeelsbestand dient zodanig te zijn, dat
deze veiligheid te allen tijde in redelijke mate verzekerd is.

Het is niet vanzelfsprekend dat de kosten van detentie volledig voor rekening van
de belastingbetaler komen. Er dient een systeem te worden ontwikkeld, waarbij
het financiele vermogen van de gedetineerde volledig wordt uitgeput om zijn 
detentiekosten te voldoen.
Dit betekent bij voorbeeld ook dat de uitkering van aow-ers die een straf uitzitten, moet worden aangewend om de kosten daarvan te bestrijden. Het moet afgelopen zijn met de aanwezigheid van drugs in de gevangenissen. Het is op zichzelf al een schandaal dat dit in overheidsgebouwen voorkomt. Het is bizar als daar gevangenispersoneel bij betrokken is. Het is onaanvaardbaar dat de corrumperende werking van het drugsgebruik tot in de gevangenissen doorziekt. De inzet van drugshonden in de gevangenissen moet een standaardpraktijk worden en bezoek moet altijd gescand worden op de aanwezigheid van drugs. Nadat hij bezoek heeft gehad, dient de gevangene geheel gestript te worden in een onderzoek naar de aanwezigheid van drugs en alcohol.

Verder willen wij dat de tenuitvoerlegging van straffen zo spoedig mogelijk gebeurt en in ieder geval aanvangt binnen 3 maanden nadat het veroordelend vonnis onherroepelijk is geworden. De nog ten uitvoer te leggen straf, moet zo kort mogelijk boven het hoofd van de veroordeelde hangen. Hoe eerder de straf ten uitvoer is gelegd, hoe eerder de afgestrafte ook weer de kans krijgt om zijn verdere leven op een goede wijze gestalte te geven. Ook voor de slachtoffers is het bevredigender, als zij er van op aan kunnen dat justitie snel handelt na de veroordeling van de daders.

De regeling van de taakstraffen dient versoberd te worden. Op dit moment kan de rechter een taakstraf van maximaal 240 uren opleggen. Een taakstraf van 240 uren dient dan ter vervanging van een gevangenisstraf van 6 maanden.
Deze verhouding is onbegrijpelijk en onaanvaardbaar. In een fulltime baan worden 240 uren gewerkt in 6 a 7 weken. De veroordeelde misdadiger kan dus 6 maanden gevangenisstraf ontlopen, door het werk te doen wat een goedwillende burger in 6 a 7 weken pleegt te doen. Dit zou nog enigszins begrijpelijk zijn in geval van een veroordeelde die een volledige baan heeft en de taakstraf in zijn beperkte vrije tijd dient te verrichten. Veel veroordeelden hebben echter helemaal geen of geen volledige betrekking. Op hun bestaan van doelloos gelanterfant, is 240 uren werkstraf een te geringe inbreuk om te rechtvaardigen dat daarmee dan 6 maanden gevangenisstraf kan worden ontgaan.

In die gevallen zou 240 uren werkstraf niet meer dan 3 maanden gevangenisstraf moeten kunnen vervangen. Bovendien dient de veroordeelde zelf verantwoordelijk te worden gesteld voor een goede en tijdige uitvoering van zijn taakstraf. De wet moet zodanig worden aangepast, dat justitie en de reclassering niet meer de veroordeelde achter zijn broek moeten zitten om ervoor te zorgen dat hij zijn taakstraf begint en afmaakt. Alle mogelijkheden tot chicanes, dienen uit de regeling van de taakstraffen te worden gehaald.

De straffen worden in Nederland in volstrekte anonimiteit ten uitvoer gelegd. De privacy van de crimineel wordt ook in deze fase volledig gerespecteerd.
Groep Wilders/PVV wil dat met deze traditie wordt gebroken, omdat de
afschrikwekkende werking van straffen aanzienlijk vergroot kan worden door
aan de tenuitvoerlegging daarvan een beschamend element toe te voegen. Niet de privacy van de schaamteloze crimineel maar het recht van de goedwillende burger om vrij te zijn van criminaliteit, dient centraal te staan.

 

Er dient een website van justitie te komen, waar informatie wordt verstrekt aan het publiek over de stand van de tenuitvoerlegging van straffen bij concrete misdrijven  - inclusief de namen van de veroordeelden  -  en voorts over de voortgang in algemenere zin van de tenuitvoerleggingen van alle straffen. Op dit moment is het publiek daar helemaal niet over geinformeerd en dat zou, om het vertrouwen in justitie te herwinnen, wel zo moeten zijn. Het moet concreet zichtbaar worden dat de strafwet ten uitvoer wordt gelegd. Daarnaast dienen de slachtoffers van zedendelicten en van ernstige geweldsmisdrijven ook actief te worden ingelicht over (al of niet tijdelijke) invrijheidstelling of ontsnapping van de verdachte c.q. veroordeelde.

Bovendien zouden criminelen die een (werk)straf hebben gekregen, deze
moeten ondergaan op een manier die hen publiekelijk te kijk zet. Het feit dat
zij, zichtbaar en herkenbaar voor hun kornuiten en het algemene publiek, hun
straf moeten uitvoeren, is afschrikwekkend. Er is niets op tegen als zij bij
voorbeeld gestoken in kleding die hen herkenbaar maakt als veroordeelden
(boevenpakken), werkzaamheden in de publieke ruimte moeten uitvoeren. Bij 
voorkeur werkzaamheden die herstel van de gevolgen van criminaliteit impliceren, al was het maar  het verwijderen van graffiti en het herstel van vernielde publieke goederen.

Ook voor criminelen die tot vrijheidsstraffen zijn veroordeeld, is er niets op tegen
als zij zichtbaar en als gevangene herkenbaar voor het publiek hun werk moeten
uitvoeren. Gedacht kan worden aan het spic en span schoonhouden en het
onderhouden van alle openbare ruimtes die met mobiliteit te maken hebben: trein- en busstations, bus-, tram- en metrohaltes en de bermen van wegen. Voorts kunnen zij worden ingezet voor het onderhoud van groenvoorzieningen bij bejaarden- en verzorgingshuizen, ziekenhuizen, scholen, voor het schoonmaken van monumentale gebouwen (cultureel erfgoed), voor het onderhoud en schoonmaken van sloten, vaarten, bos- en duingebieden en de stranden. Op deze manier ziet de goedwillende burger nog iets terug van zijn belastinggeld en wordt publiekelijk zichtbaar gemaakt dat er recht gedaan wordt.

Het beschamend element van de tenuitvoerlegging van straffen dient zich, bij
minderjarige daders, ook uit te strekken tot de ouders die, ondanks dat zij
eerder zijn gewezen op hun tekortschieten in hun toezichthoudende taak, hulp
en bijstand van en samenwerking met jeugdwerkers/leraren/politie hebben
geweigerd. Aan hun weigering om zich in te spannen hun zich misdragende
kind te corrigeren en de daaruit resulterende veroordeling van dat kind wegens
misdrijven, zou publiekelijk bekendheid moeten worden gegeven met
vermelding van naam en toenaam. In dergelijke gevallen zou ook het recht op kinderbijslag ingetrokken moeten kunnen worden.

B. afschaffing van de huidige regeling van vervroegde invrijheidstelling nadat 2/3e deel van de vrijheidsstraf is uitgezeten. Met deze regeling is geen enkel zinnig doel gediend en zeker de criminaliteitsbestrijding is er niet mee gediend.

Een voorbeeld:
Huidige regeling: de misdadiger die tot 15 jaar gevangenisstraf is
veroordeeld, wordt standaard na 10 jaar in vrijheid gesteld.
Regeling van Groep Wilders / PVV: 15 jaar gevangenisstraf = 15 jaar gevangenisstraf

C. afschaffing van de korting op de maximumstraf in geval van poging tot misdrijf. Thans geldt bij poging een wettelijke vermindering met 1/3e deel ten
opzichte van de maximumstraf voor een voltooid misdrijf. Omdat Groep Wilders / PVV van oordeel is dat de vertrouwensbreuk die de dader pleegt ten opzichte van zijn burgers dient te worden bestraft, dient bij voorbeeld een poging tot moord met dezelfde maximum straf te worden bedreigd als een voltooide moord.
Dat het bij een moordpoging is gebleven is een gevolg, dat niet van de
wil en intentie van de dader afhankelijk is. Deze beoogde een voltooide
moord. Die intentie moet dus worden bestraft.

D. het financieel plukken van criminelen, dient (behoudens uitzonderingen) een
wettelijke verplichting voor de politie en het OM te zijn. De vrijblijvendheid moet er af. De verwerkingscapaciteit van deze instanties moet daarop worden aangepast .
Groep Wilders / PVV wil dat het financieel plukken van criminelen wordt
uitgebouwd van "ontnemen van wederrechtelijk verkregen voordeel van een bewezen misdrijf"  naar het "afnemen van onverklaard vermogen". Het is van belang dat van bekende criminelen met onverklaard vermogen, dat vermogen zo veel mogelijk wordt afgepakt door hen te vervolgen voor het witwassen van dat vermogen en het in rekening brengen van de kosten van de gevangenisstraf.
De financiele draagkracht van de veroordeelde crimineel mag geen maatstaf meer zijn bij de beoordeling van de vraag of en voor welk bedrag hij geplukt moet worden.
De crimineel heeft uit winstbejag schade toegebracht aan individuele burgers
en/of aan de samenleving als geheel. Net zo min als een schadevordering van een individueel slachtoffer op de crimineel, door de rechter kan worden gematigd omdat de crimineel geen financiele draagkracht zou hebben, dient er een mogelijkheid te bestaan om de vordering van de samenleving op de crimineel te verminderen omdat diens draagkracht onvoldoende kan worden aangetoond. De opbrengsten van het plukken van criminelen, kunnen deels worden aangewend om slachtoffers van misdrijven een schadevergoeding te bieden. Een overschot moet aan de kosten van de strafrechtspleging ten goede komen.

E. de veroordeelde crimineel, dient zelf mee te betalen aan de kosten van zijn
berechting. Naast de schade die zijn misdrijf heeft veroorzaakt, veroorzaakt hij
ook nog schade doordat hij opgespoord en berecht moet worden.
Het gaat niet aan om dit volledig ten laste van de belastingbetaler te brengen.
Het is redelijk de veroordeelde crimineel een forfaitair bedrag in rekening te
brengen als bijdrage in de door hem veroorzaakte kosten.
Voor de misdrijven van categorie I:  Euro 5.000.
Voor de misdrijven van categorie II:  Euro 1.000. 

Sinds 11 sept 2001 zijn belangrijke stappen gezet om tot een betere bestrijding van het terrorisme te komen. Ook voor deze categorie misdrijven, dienen minimumstraffen te gelden. Daarnaast is het niet aanvaardbaar, dat ons land leeft onder de permanente terreurdreiging van een groep van een paar honderd potentiele terroristen die door de AIVD continue in de gaten moet worden gehouden. Nog afgezien van de bestaande twijfels over de vraag of de AIVD wel in staat is om alle leden uit deze groep voortdurend zodanig scherp in de gaten te houden dat met zekerheid tijdig kan worden ingegrepen voordat vanuit deze groep terroristische misdrijven worden gepleegd, moet de ontwrichtende werking die van deze permanente terreurdreiging uit gaat zwaar wegen bij beantwoording van de vraag hoe de overheid moet omgaan met deze situatie. Het vrijheidsideaal van Groep Wilders / Partij van de Vrijheid bepaalt ons standpunt over deze kwestie: de goedwillende burger heeft er recht op om in rust en vrijheid te kunnen leven.
D.w.z. dat de burger er ook recht op heeft om zo veel mogelijk vrij te zijn van terreurdreiging en dat deze dreiging het normale leven van de goedwillende burger zo min mogelijk moet kunnen verstoren. De overheid streeft ernaar om met tv-spotjes de burger in een constante staat van alertheid te brengen en te houden, op alles wat kan duiden op een aanstaande terroristische aanslag.

Meermalen is het al voorgekomen dat het treinverkeer ernstig ontregeld werd door incidenten die de vrees voor een terroristische aanslag opriepen. De veiligheidsmaatregelen die noodzakelijk zijn in het luchtvaartverkeer, blijken keer op keer aangescherpt te moeten worden, tot een welhaast bizar niveau . Het is opmerkelijk hoe ver in dit opzicht de duimschroeven voor de gewone burger aangedraaid kunnen worden, zonder dat er een maatschappelijke discussie ontstaat over de vraag of we (de goedwillende burgers) dit allemaal maar moeten pikken.

We mogen niet verwachten, dat dit allemaal weer weg zal ebben. Sinds de eerste aanslagen op passagiersvliegtuigen in de jaren ’70 van de vorige eeuw, heeft het islamitisch terrorisme de westerse overheden telkens weer verrast met nieuwe terreurvormen waar men niet op voorbereid was. Er is geen enkele reden om te veronderstellen dat deze kwaadaardige inventiviteit zal opdrogen. We weten dat zich in ons land een reservoir bevindt van een paar honderd potentiele terroristen en de dreiging en ontwrichting die van die aanwezigheid uit gaat, laten we rustig voortduren? Niet de goedwillende burger dient in vrees te leven maar de groep van potentiele terroristen die zich in ons land bevindt. Het is ongepast dat de vrijheid van de normale burgers wordt ingeperkt om de vrijheid van de potentiele terroristen te garanderen. Deze situatie moet worden omgedraaid. Groep Wilders / PVV is voorstander van de invoering van vrijheidsbeperkende maatregelen (bij voorbeeld meldingsplicht bij politie; electronisch huisarrest; contactverbod met andere potentiele terroristen) en – zo nodig -   administratieve detentie voor personen die door hun woorden en/of gedrag te kennen geven zich te willen vereenzelvigen met het plegen van terroristische daden in ons land of in andere landen. Dit dient te gebeuren, nog voordat zij tot terrorisme of de strafbare vorbereiding daarvan overgaan. Administratieve detentie  is in deze een preventieve maatregel.      

De voorwaarden waaronder vrijheidsbeperkende maatregelen resp. administratieve detentie kan worden toegepast moeten wettelijk worden vastgelegd  en de toepassing ervan moet door de rechter kunnen worden getoetst.
Organisaties en religieuze instellingen die zich inlaten met het aanmoedigen
of ondersteunen van werkzaamheden gericht op de ondersteuning of de
goedkeuring van terroristische activiteiten (waar ook ter wereld), bij voorbeeld
door het inzamelen van geld daarvoor of het werven van “jihad-strijders”, of
dergelijke activiteiten binnen hun organisatie of instelling toelaten, dienen door
de overheid te worden ontbonden c.q. gesloten.

F. de aandacht voor verkeerscriminaliteit mag niet verslappen.
Sinds 2000 is het aantal verkeersdoden in ons land gedaald van ruim 1000 naar
circa 800 doden per  jaar. Sinds 2004 stagneert deze daling echter bij 800 doden
per jaar. Hierin mag niet berust worden; niet alleen komen jaarlijks 800 mensen om het leven in het verkeer maar daardoor wordt een veelvoud van mensenlevens  (nabestaanden) verwoest. Het leed is onpeilbaar. Iedere verkeersdode is er een teveel. Een deel van dit leed wordt veroorzaakt door misdadig gedrag in het verkeer, In het bijzonder door roekeloos rijgedrag en deelnemen aan het verkeer onder invloed van stoffen die de rijvaardigheid beinvloeden. Groep Wilders/PVV wil ook in die gevallen minimum straffen ingevoerd zien: In het bijzonder willen wij dat bij alcoholverkeersdelicten e.d. altijd een ontzegging van de rijbevoegdheid van tenminste een jaar moet worden opgelegd. Tevens moet bij alcoholverkeersdelicten in alle gevallen het rijbewijs worden ingenomen en ingehouden door politie/justitie. Het moet niet meer mogelijk zijn dat de rechter het rijbewijs voortijdig teruggeeft op enige andere grond dan vrijspraak van de verdachte.

De berechting van deze delicten dient binnen 6 weken plaats te vinden. In geval van het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel of de dood door roekeloos rijgedrag of door rijgedrag met een lichtere schuldvorm maar onder invloed van alcohol e.d., dient een minimum gevangenisstraf te gelden van drie jaren (bij zwaar lichamelijk letsel) resp. 8 jaren (wanneer iemand daardoor om het leven is gekomen).

De bijbehorende ontzegging van de rijbevoegdheid dient tenminste 5 resp 10 jaren te bedragen. Bij recidive, dient de minimumstraf verdubbeld te worden overeenkomstig het systeem dat hierboven onder ten 1e  is beschreven voor ernstige misdrijven.

G. Jeugdcriminaliteit is vaak de start van een criminele loopbaan.
Groep Wilders/PVV wil dat ook hier “zero tolerance” het motto zal zijn.
Ieder misdrijf, gepleegd door een jongere, moet leiden tot een justitiele reactie.
Daarbij dient natuurlijk rekening worden gehouden met de jeugdige leeftijd van
de dader. Van kinderen tot 15 jaar mag niet verwacht worden dat zij de
consequenties van hun gedragingen op dezelfde wijze overzien als volwassenen.
Het is van belang dat zij in de justitiele reactie op een pedagogische wijze
aangesproken worden n.a.v. hun misdragingen. Groep Wilders/PVV wil dat meer aandacht wordt besteed aan een consequente en effectieve aanpak van de groep jeugdige potentiele veelplegers. Er moet niet worden gewacht tot een jongere is uitgegroeid tot veelpleger.
    
In het algemeen kan gesteld worden dat in de diverse aangeboden trajecten aan deze potentiele veelplegers te laat wordt begonnen en de aandacht naar de verkeerde groep  - namelijk de zgn Harde Kern Jeugd - uitgaat. Vaak zijn deze personen echter al te ver gevorderd op de criminele ladder en zal zorg, trajectbegeleiding en trajecten van diagnostiek weinig soelaas meer bieden. Onze aandacht voor de jeugdige veelpleger dient juist uit te gaan naar de potentiele jeugdige veelpleger. Dat betekent dat:

- Juist de zorgtrajecten (functionele gezinstherapie, trajectconsulten en zorgconsulten) voor de groep potentiele jeugdige veelplegers moeten gelden.
- Juist ook de nazorgtrajecten voor potentiele jeugdige veelplegers moeten worden opengesteld. Doel van deze intensieve begeleiding is het voorkomen van recidive.

De aanpak van de Harde Kern Jeugd, dient meer op repressie gericht te zijn.

V.w.b. de 15- tot 18-jarige plegers van ernstige criminaliteit geldt dat het maatschappelijk niet aanvaardbaar is, dat aan hun ernstige misdragingen geen zware consequenties worden verbonden. Daders uit deze leeftijdscategorie, die
bij voorbeeld een automobiliste om het leven brengen door vanaf een viaduct een steen op haar auto te gooien, mogen er niet met een werkstraf van af komen. Dat is niet te verteren. Op hen zal voor dergelijke zaken het volwassenenstrafrecht in volle omvang (zoals hierboven beschreven onder ten 1e ) moeten worden toegepast.

Wat ook veel zorgen baart is het wapenbezit onder jongeren. Scholen en horecagelegenheden, dienen verplicht te worden elk geconstateerd wapenbezit aan de politie te melden. Wapens moeten Nederland uit, te beginnen uit de scholen.

Overigens is Groep Wilders / PVV ervan overtuigd dat m.b.t. jeugdcriminaliteit,
voorkomen beter dan genezen is en dat de overheid en overigens alle bij de
jeugd betrokken personen en organisaties zich moeten inspannen om
jongeren niet van het rechte pad af te laten dwalen. Een belangrijk aspect daarbij is ervoor te zorgen dat jongeren niet doelloos en stuurloos door het leven gaan. In de eerste plaats is dit de verantwoordelijkheid van de ouders, die op hun tekortschieten in dit opzicht ook aangesproken moeten worden.
Het totale gebrek aan ouderlijk toezicht op wat jongeren op straat uitvreten komt in alle sectoren van de nederlandse samenleving wel voor maar is bijzonder manifest bij bij voorbeeld de marokkaanse straatjeugd. Deze jeugd voedt elkaar op op een zodanig buitengewoon ruwe wijze , dat een garantie voor gedragsproblemen verzekerd mag worden geacht. Het is van het grootste belang dat de ouders van deze kinderen er door de jeugdwerkers toe worden gebracht om hun verantwoordelijkheid in te zien en hun gedrag en dat van hun kroost te verbeteren.

Maar ook het onderwijs kan bijdragen aan het voorkomen van jeugdcriminaliteit.
Er zijn immers onmiskenbaar verbanden tussen spijbelen, voortijdig schoolverlaten en criminaliteit . Uit een oogpunt van het voorkomen van criminaliteit moet er dan ook alles aan worden gedaan om jongeren zo lang mogelijk in het onderwijs te houden. In ieder geval tot zij 18 jaar oud zijn of met succes de arbeidsmarkt op kunnen gaan .

Bijzondere aandacht verdient de problematiek van criminaliteit door groepen jongeren (straatterroristen en andere terroristen) voor wie het plegen van criminaliteit in Nederland een uitingsvorm is van hun verachting voor en verzet tegen de Nederlandse samenleving en cultuur. Jongeren die de Nederlanders haten omdat ze in hun ogen heidenen zijn. Jongeren die van Nederlanders gestolen goed beschouwen als oorlogsbuit. Jongeren die in die zienswijze worden aangemoedigd door hun vaders, hun islamitische leraren en hun criminele vriendjes. 
Waar deze jongeren criminaliteit plegen zullen zij door de strafrechter aangepakt dienen te worden als eenieder die dezelfde criminaliteit pleegt. Het is echter de taak en verantwoordelijkheid van de regering om in dergelijke gevallen   - ter bescherming van goedwillende burgers in de Nederlandse samenleving -   ook verdergaande maatregelen tegen deze overtuigingsdaders te nemen.

Aan hen die naast de Nederlandse nationaliteit ook een buitenlandse nationaliteit bezitten moet   - als zij blijken te recidiveren na een eerdere veroordeling -    de bestuurlijke maatregel van ontneming van de Nederlandse nationaliteit worden opgelegd, gevolgd door uitzetting uit Nederland. Het opleggen van deze maatregel mag in die gevallen geen mogelijkheid zijn; het moet een zekerheid zijn dat dit zal gebeuren. De maatregel dient te worden opgelegd voordat zij uit de hen door de rechter opgelegde vrijheidsstraf worden ontslagen. Aansluitend aan hun gevangenisstraf moeten zij het land uit gezet worden.

H. Er dient een zwaardere strafbedreiging te worden ingevoerd voor
beschadiging/vernieling enz. van ons cultureel erfgoed.
Wie op dit moment een belangrijk kunstwerk als bijv. de Nachtwacht vernielt
of beschadigt, kan ten hoogste 2 jaar gevangenisstraf (met inachtneming van
de thans geldende regeling van vervroegde invrijheidstelling is dat
feitelijk niet meer dan 16 maanden) en een geldboete van ten hoogste
Euro 16.750 verwachten.

De PVV wil dat het Nederlands cultureel bezit in dit opzicht beter beschermd wordt door de invoering van minimum- en maximumstraffen voor dergelijke gevallen:
- minimumstraf: 1 jaar gevangenisstraf;
- maximumstraf: 15 jaar gevangenisstraf.

I. efficiency in de opsporing en vervolging.

De aanpak van de criminaliteit dient uiteraard gericht te zijn op een snelle en zorgvuldige afhandeling van misdrijven. Snelheid en zorgvuldigheid moeten allebei kenmerken van de kwaliteit van de strafrechtsketen zijn. Om dat te realiseren, achten wij de volgende maatregelen noodzakelijk:

- de organisatie van de politie en de uitoefening van de beheers- en gezagstaken over de politie, moet dienstbaar zijn aan de effectiviteit van het opsporingswerk en de ordehandhaving en daarvoor niet een bureaucratisch obstakel vormen. De leiding over de politie moet krachtdadig en dus niet versnipperd zijn en de politieke verantwoordelijkheid moet helder zijn; inachtneming van de verwachtingen van de burgers m.b.t. de openbare orde en veiligheid moet gewaarborgd zijn. De politie is er voor de burger, niet voor de politiek.

Dat betekent dat de PVV voorstander is van:

I. vereenvoudiging van de politie-organisatie door het huidige aantal van
    26 regiokorpsen terug te brengen naar 4 Regiokorpsen onder handhaving
    van het Korps Landelijke Politiediensten voor die politietaken die niet
    regionaal van karakter of bijzonder specialistisch zijn;
II. samenvoeging van de ministeries van Justitie en van Binnenlandse 
    Zaken en Koninkrijksaangelegenheden in een nieuw ministerie van  
    Veiligheid .
 
Met invoering van deze organisatie van de politie worden een aantal nadelen van de huidige situatie (inefficiency, versnippering, teveel overhead) tegen gegaan.      De minister van Veiligheid is politiek verantwoordelijk voor de gehele politie. De democratische controle hierop dient volledig bij de Tweede Kamer te liggen. 
De minister van Veiligheid stelt jaarlijks de financiele middelen voor de politie 
beschikbaar, kan richtlijnen en aanwijzingen aan de Korpschefs geven en stelt  
tevens jaarlijks de prestatiedoelen voor de politie.

De minister stelt deze richtlijnen, aanwijzingen en prestatiedoelen, gehoord de Korpschefs van de Politie, het College van Procureurs-Generaal en vier burgemeesters als gekozen vertegenwoordigers van alle burgemeesters in de 4 regio’s . 

Het Openbaar Ministerie staat tot de minister van Veiligheid in dezelfde
verhouding als thans tot de minister van Justitie en oefent het gezag over de politie uit v.w.b. de opsporing, met inachtneming van de door de minister voor
de politie gestelde richtlijnen, aanwijzingen en prestatiedoelen. De burgemeester behoudt de taak van uitoefening van het gezag over de politie v.w.b. de openbare orde maar handelt daarbij eveneens met inachtneming van de door de minister voor de politie gestelde prestatiedoelen en voorts met  inachtneming van door de minister van Veiligheid uit te vaardigen richtlijnen c.q. te geven aanwijzingen. De minister kan te allen tijde in concrete gevallen aanwijzingen (doen) geven of de uitoefening van het gezag over de politie m.b.t. de openbare orde tijdelijk aan zich trekken. De minister van Veiligheid is ook verantwoordelijk voor de AIVD. Binnen de politie worden de taken van de politieman op straat uitgevoerd door politiemensen tot en met schaal 8.

Ook de politiemensen in schaal 9 dienen in uniform op straat hun werk te doen.

- de politie moet makkelijk bereikbaar en toegankelijk zijn voor de burger.
- Het huidige telefoonnummer 0900-8844 voor de niet-urgente gevallen,werkt niet op een bevredigende wijze.
- Het lange wachten en het vele keren doorverbonden worden, zijn veel gehoorde klachten. Elk politiebureau moet weer rechtstreeks  telefonisch toegankelijk zijn voor de burgers om een melding te kunnen doen. Iedere melding dient in een landelijk geautomatiseerd systeem te worden geadministreerd en burgers dienen standaard een afloopbericht te krijgen over de afhandeling van hun  melding.
- er moet een eenduidig beleid bij de politie komen m.b.t. het opnemen van aangiftes. Op grote politiebureaus moet het mogelijk zijn om 24 uur per dag aangifte te doen. Het is ook van groot belang, dat aangiftes terstond kunnen worden gedaan, zonder dat de burger uren moet wachten voor hij aan de beurt is. De politie mag de burger op geen enkele wijze ontmoedigen om aangifte te doen. De burger moet op begrijpelijke wijze en tijdig worden geinformeerd over de wijze waarop zijn aangifte is afgehandeld.
- de mogelijkheden om met een digitaal proces-verbaal en een digitaal zaaksdossier te werken moeten worden uitgebreid. In het digitale tijdperk werken justitie en politie nog met enorme pakken documenten, die ook nog eens vele malen gecopieerd moeten worden om het strafproces te kunnen voeren. Digitale verwerking maakt het ook mogelijk om omvangrijke dossiers makkelijker te kunnen ontsluiten en verbanden te leggen tussen daarin aanwezige informatie.
- het moet standaard praktijk worden, dat iedere verdachte die wordt heengezonden, zo veel als mogelijk is een dagvaarding mee krijgt. Dit komt de snelheid – en daarmee een kwaliteitsaspect - van de rechtspleging   ten goede.
- het systeem van betekening van gerechtelijke stukken (zoals dagvaardingen) dient vereenvoudigd te worden. Op dit moment gaat veel zittingscapaciteit van de strafrechter verloren, doordat stukken niet conform de gedetailleerde voorschriften betekend konden worden. De verdachte die door een opsporingsfunctionaris is gehoord, moet er door de wet zelf verantwoordelijk voor worden gesteld, dat justitie juist en tijdig wordt geinformeerd omtrent zijn adreswijziging.

- bij het instellen van hoger beroep moet altijd een dagvaarding voor de zitting van de appelrechter worden uitgereikt. Deze uitreiking heeft te gelden als: in persoon gedaan.

- misdrijfzaken lopen veel vertragingen op, doordat opgeroepen getuigen niet verschijnen. Hiertegen wordt momenteel nauwelijks opgetreden (anders dan dat de rechter een bevel medebrenging door de politie uitvaardigt). De artikelen 192 en 444 van het Wetboek van Strafrecht (waarin het niet nakomen door getuigen van hun verplichtingen, strafbaar is gesteld) worden momenteel niet of nauwelijks gehandhaafd. Er dient een handhavingsbeleid m.b.t. deze delicten te worden ontwikkeld.

Per kwartaal moeten op een website, de prestaties van de politie, van de parketten van het Openbaar Ministerie en van de Rechtbanken en Gerechtshoven cijfermatig voor de burger inzichtelijk worden gemaakt. De transparantie moet worden vergroot omdat dat het vertrouwen van de burger in de rechtspleging ten goede komt.

J. “Van veel fouten kun je veel leren”  .
De kwaliteit van het politieoptreden envan de strafrechtspleging dient een aanhoudend punt van aandacht te zijn.

- de burger heeft in gevallen van rechtshandhaving vaak in eerste instantie contact met de politie. De politie is dan ook vaak “gezichtsbepalend” voor het beeld dat de burger heeft over de manier waarop het recht in ons land wordt gehandhaafd. Er heeft onmiskenbaar een verruwing in de omgangsvormen in grote delen van de Nederlandse samenleving plaatsgevonden en geconstateerd kan worden dat deze verruwing soms ook aanwijsbaar is in de manier waarop vertegenwoordigers van de overheid zich jegens burgers gedragen. De politie heeft daarbij een grote voorbeeldfunctie. Verwacht mag worden dat politiefunctionarissen zich zonder aanziens des persoons correct en voorkomend gedragen. Daarmee wordt uiteindelijk op de beste manier respect van het publiek voor de politie afgedwongen. Het aantal klachten over politie-optreden zal moeten dalen. De snelheid van behandeling van die klachten zal moeten toenemen . De prestatiedoelen die de verantwoordelijke minister voor de politie in onze zienswijze over de politieorganisatie stelt (zie hierboven onder K), dienen meetbare prestaties van de politie, ook in dit opzicht, te verlangen.

- Bij opsporingsonderzoeken van de politie bij zware delicten die dreigen vast te lopen of zijn vastgelopen, dient een systeem van “review” te worden ingevoerd. D.w.z. dat een ander team het onderzoek gaat herbeoordelen met als doel de mogelijkheden te ontdekken om het onderzoek weer vlot te trekken en verder te brengen.


- Bij het Openbaar Ministerie moet een “vliegende brigade” worden ingesteld voor het leveren van tegenspraak aan de officieren van justitie en advocaten-generaal, die belast zijn met grote en moeilijke zaken. Doel hiervan is te voorkomen dat door “tunnelvisie” het optreden van het O.M. wordt aangetast. Daarnaast moet deze vliegende brigade een taak krijgen bij de analyse van het hoe en waarom van mislukkingen in de opsporing of vervolging in grote en maatschappelijk belangrijke zaken. De bedoeling daarvan is uitsluitend, dat de organisatie uit mislukkingen lering trekt en de geleerde lessen ook worden gedeeld met de gehele organisatie. Fouten maken is menselijk en in veel gevallen vergeeflijk; niet willen leren van de fouten zou onvergeeflijk zijn.

Deze “vliegende brigade” moet bestaan uit ervaren leden van het O.M. die voor deze taak worden vrijgesteld van andere werkzaamheden (het verdient overweging om, voor de analyses achteraf, ook leden van de rechterlijke macht en de advocatuur aan deze “vliegende brigade” deel te laten nemen).

- Voor leden van het Openbaar Ministerie en de Rechterlijke macht, dient permanente educatie verplicht te zijn. Daarbij dienen naast juridische ook relevante maatschappelijke onderwerpen en de wijze waarop deze rechterlijke ambtenaren hun functie uitoefenen, cursusonderwerpen te zijn. Het is van het grootste belang, dat in die cursussen en trainingen alle “vanzelfsprekendheden ” ter discussie worden gesteld om tunnelvisie tegen te gaan. Deze permanente educatie dient in 3-jaarlijke leer- en trainingsplannen voor iedere rechterlijke ambtenaar te worden vastgelegd.

- voor het bereiken van bepaalde niveaus van specialisatie op deelterreinen, dient een extra beloning te worden ingesteld. Het behoud van die beloning moet afhankelijk worden gesteld van het regelmatig uitvoeren van werkzaamheden op die gespecialiseerde terreinen en van toetsing van het behoud van het vereiste specialisatieniveau.

K. Groep Wilders/PVV is voorstander van de audiovisuele registratie van 
 verhoren van verdachten en getuigen in alle zaken van ernstige criminaliteit.
 Dit is noodzakelijk in het belang van de rechtsbescherming, het voorkomen van vertraging van strafprocessen  alsook ter bescherming van verhorende
 politiefunctionarissen tegen mogelijk onterechte aantijgingen. 

Daarnaast dient in alle zaken waarin de verdachte in verzekering is gesteld,
de raadsman bij het politieverhoor te worden toegelaten. Dit mag echter
onder geen beding de voortgang van de verhoren hinderen.

L. Het kraken van panden, dient volledig verboden te zijn. Er is geen reden om rechtens toe te staan, dat woonpiraten het eigendomsrecht van anderen ongestraft kunnen schenden. De huidige situatie op de Nederlandse woningmarkt noopt er niet toe om daar anders over te denken.


Het is voor starters niet gemakkelijk om stante pede aan een droomwoning te
komen maar de wereld is nu eenmaal geen dromenland, zelfs niet in
Nederland .  De ervaring leert, dat een aanzienlijk deel van de panden worden gekraakt om zuiver financiele redenen: de krakers vinden het wel lekker om goedkoop te wonen. vendien is gebleken, dat er een levendige illegale handel bestaat in kraakpanden; d.w.z. dat krakers tegen financiele vergoeding het feitelijk gebruik van een kraakpand naar anderen doorschuiven. Ook worden gekraakte panden door de krakers verhuurd aan voornamelijk illegaal in Nederland verblijvende personen (bijv. Oost-Europeanen). Het is duidelijk dat deze bedoelingen van de krakers volstrekt in strijd zijn met het Nederlands recht en niet gedoogd, laat staan ondersteund mogen worden in een rechtsstaat.

Indien blijkt, dat woningen om speculatieve redenen leeg blijven staan
terwijl dat uit maatschappelijk oogpunt (bij voorbeeld een groot woningtekort)
onwenselijk is, dan mag de overheid het voor een herstel van zo’n
misstand niet aan laten komen op roof door woonpiraten maar zelf met
maatregelen komen om een tekort op de woningmarkt terug te dringen.
In dat kader zijn er voor de overheid ook genoeg mogelijkheden om een
speculant die om financieel gewin een woning leeg laat staan, te dwingen
het pand zo snel mogelijk weer bewoond te krijgen.

Slot
Groep Wilders / PVV wil met bovenstaande maatregelen een aanzienlijke vermindering van de criminaliteit bewerkstelligen binnen een betrekkelijk korte periode. Het is duidelijk, dat daartoe een grote inspanning van allen in de strafrechtsketen gevergd wordt. Daar waar nodig, moet de capaciteit worden uitgebreid. De daartoe vereiste financiele middelen kunnen deels worden gevonden uit in de komende jaren te verwachten financiele meevallers van de overheid alsook het intensiever plukken van criminelen en hen op te laten draaien voor een deel
van de kosten.

Daarnaast is het zo, dat met de criminaliteit op het huidige niveau gigantische maatschappelijke kosten gemoeid zijn. Indien de criminaliteit drastisch wordt verminderd, zullen ook die kosten drastisch afnemen. Daardoor zal er voor de burger en voor bedrijven minder schade zijn. Het is redelijk om, zo nodig, een deel van deze financiele meevaller aan te wenden om de kosten van een strengere en consequentere strafrechtspleging te financieren.

De kosten van de zero tolerance aanpak die wij voorstaan, laten zich niet eenvoudig
begroten. Enerzijds zullen er, op basis van het huidige criminaliteitsniveau, meer personen een gevangenisstraf moeten ondergaan en die straf zal veelal langer
duren dan nu het geval pleegt te zijn. Anderzijds zullen er kostenbesparingen zijn: omdat er meer criminelen langer vast zitten, zal de druk op politie en rechtspraak in de toekomst afnemen. Bovendien is het redelijk om te verwachten dat de “calculerende daders” hun inschatting op grond waarvan zij besluiten een misdrijf te plegen, zullen heroverwegen zodra zij zien dat er beduidend zwaardere straffen worden ten uitvoer gelegd dan nu het geval pleegt te zijn. Omdat het onvoorspelbaar menselijk gedrag betreft, zijn de kosten en de financiele baten niet te begroten.

Wel is voorspelbaar dat de maatschappelijke baten van de door ons voorgestane ingrijpende hervorming van de strafrechtspraktijk, groot zullen zijn:

• minder slachtoffers;
• minder leed voor onschuldige burgers;
• minder overlast voor allen.

Kortom: een leefbaarder samenleving.

(plan van  Partij voor de Vrijheid voor herstel van het onderwijs)

Het vrijheidsideaal van Partij voor de Vrijheid is leidend voor de manier waarop wij willen dat het onderwijs in Nederland wordt verbeterd.

Dat ideaal is voor onze plannen richtinggevend op de volgende wijzen:

  1. ieder kind heeft er recht op om tot een vrije volwassene uit te groeien. Die vrijheid kan alleen tot wasdom komen, als het kind zo goed mogelijk wordt toegerust om de wereld om hem heen te begrijpen en zo goed mogelijk keuzes te maken om zijn weg in het leven te bepalen. Daarmee is gegeven dat het doel van het onderwijs is om het kind tot een daadwerkelijk vrije volwassenheid te laten ontplooien.
  2. de opzet en inrichting van het onderwijs mag uitsluitend aan dat ideaal van ontwikkeling tot vrijheid ten dienste staan. Het onderwijs mag niet in dienst staan van ambtenarij en regelzucht, van het onderwijzend personeel, van de ouders, van het bedrijfsleven en zeker niet van stromingen die de mens tot geestelijke onderwerping willen brengen. Het onderwijs dient alleen tot de vrije ontwikkeling en ontplooing van het kind.
  3. alles wat in het huidige onderwijs in de weg staat aan de optimale ontplooing van het kind tot een mens dat in vrijheid zijn keuzes kan maken, dient te worden opgeruimd. De aanpak daarbij moet doortastend zijn.

Het onderwijs in Nederland is de afgelopen decennia grondig verziekt.
Daardoor is ernstige schade toegebracht aan de ontplooingsmogelijkheden van een hele generatie.

Het kennisniveau van leerlingen en van nieuwe docenten is bedroevend laag.
De leraren worden in hun werk beknot en belemmerd door bijna onbegrensde Haagse bemoeizucht  maar ook door het gebrek aan elan waarmee Den Haag het onderwijs tegemoet treedt. Erkenning van en respect voor de mensen die in het onderwijs werken, is hollend achteruit gegaan. De status en de aantrekkelijkheid van het beroep van leraar is door de overheid ondergraven op een weergaloze manier.
Goede onderwijsvormen gericht op de verscheidenheid van onze jeugd, zijn vervangen door een eenheidsworst die slechts weinigen goed smaakt. Er zijn veel vroegtijdige schoolverlaters en de overheid begrijpt maar niet hoe dat nou toch zo gekomen is.
De leerlingen worden niet goed voorbereid op wat de arbeidsmarkt van hen verlangt.
Begrippen als discipline, doelgerichtheid, vasthoudendheid, voorkomendheid en doorzettingsvermogen  - die voor succes in het leven essentieel zijn -   worden door het onderwijs (maar ook door sommige ouders) nauwelijks aan de kinderen bijgebracht.
Een deel van de jeugd van allochtone herkomst raakt gevangen in onderwijs dat is besmet met het onontwikkelde wereldbeeld van uit de woestijn geplukte imams en de ideologie van madrassageleerden.

 

PVV zegt :   Bevrijd onze jeugd van al die ellende; bevrijd hen van het onderwijs dat hen kansarm maakt. Geef onze jeugd hun recht op een goede toekomst terug.

Bevrijd de jeugd van de nadelige gevolgen van het lerarentekort.
Bevrijd de jeugd van onderwijsvormen als het VMBO waar ze niets aan hebben en waar ze gillend weglopen.
Bevrijd de jeugd van slechte leraren.
Bevrijd de jeugd van slecht leermateriaal.
Bevrijd de jeugd van het kwaliteitsgebrek in het onderwijs.
Bevrijd de jeugd van een gebrek aan lichamelijke oefening en slechte fysieke conditie.
Bevrijd de jeugd van de verleidingen van alcohol, roken en verdovende middelen.
Bevrijd de jeugd van onderwijs dat hen oogkleppen aanlegt.

 

Wij willen het onderwijs hervormen door de jeugd te geven wat ze nodig heeft voor een goede toekomst:

 

I.      BESTRIJDING LERARENTEKORT

Het probleem:
De komende jaren krijgt Nederland te maken met grote lerarentekorten.
Uitgaande van een hoogconjunctuurscenario, zullen zich de volgende tekorten per jaar voordoen:
Leraren primair onderwijs:
2006-2010 een tekort van 620 voltijdbanen per jaar.
Na 2010 een tekort van 1500 voltijdbanen per jaar.
Leraren voortgezet onderwijs:
2006 - 2010 een tekort van 2.250 voltijdbanen per jaar.
Na 2010 een tekort van 5.200 voltijdbanen per jaar.
(bron: Ministerie van Onderwijs, 2006)

Tekorten per vak en niveau:
Er zijn vooral lerarentekorten te verwachten bij de volgende vakken: talen, exacte vakken, economische vakken en maatschappijvakken. Maar ook een vak als techniek is een probleemvak aan het worden.

De oorzaken  van het lerarentekort zijn:

  • Vergrijzing
  • statusdaling van het beroep
  • een grote beloningsachterstand (Het beginsalaris is redelijk, maar veel leraren zitten aan de top van de salarisschaal en hebben geen financiële prikkel meer. Dit verklaart in het bijzonder een deel van de uitstroom van mannelijke docenten).
  • De gevolgen van het naderende lerarentekort zijn:
  • Nog grotere klassen
  • Minder lessen -> gevolg meer zittenblijvers -> gevolg nog grotere vraag naar leraren.
  • Toename vroegtijdige schoolverlaters
  • Drop - outs hebben minder kans op werk en inkomen.

Groep Wilders/PVV wil de volgende drie oplossingen voor het lerarentekort:

  1. Meer carrièreperspectief voor leraren.
  2. Geld vrij uit de bestrijding van de onderwijsbureaucratie opnieuw inzetten in de sector.
  3. Het doorbreken van het gelijkheidsprincipe in het beloningssysteem van leraren.

 

Ad 1) Meer carrièreperspectief voor leraren:
In de loopbaan van de leraar, moet het weer om de kwaliteit van de leraar gaan. Niet om de promotie naar staffuncties binnen het onderwijs. Er moet weer plezier en elan gevonden worden in kennisoverdracht en coachende vaardigheden. Na- en bijscholing van leraren moet verplicht worden.
Vanzelfsprekend moet er een passend salarisperspectief geboden worden voor hen die niet naar staf- en leidinggevende functies gaan. Leraren die plezier hebben in hun werk en daarin excelleren, moeten daarvoor ook uitstekend beloond worden. Het werven van nieuwe leerkrachten moet weer ambitie uitstralen: er moet gemikt worden op het rekruteren van hoger geschoolden.
Uiteindelijk moet een openbaar kwaliteitsregister van scholen en van leraren gevormd worden. Dat geeft kiezende ouders de mogelijkheid om meer te weten te komen over de kwaliteit van de leerkrachten van hun kind.

Ad 2) Geld vrij uit de bestrijding van de onderwijsbureaucratie opnieuw in de sector.
Door te snijden in de overhead in het onderwijs wil de Groep Wilders / PVV € 1,7 miljard winnen. Met dit vrijgekomen geld kunnen tienduizend leraren extra worden ingezet.

Ad 3) Het gelijkheidsprincipe in het beloningssysteem dient te worden doorbroken.
Geen algehele loonsverhoging maar wel:

  1. Toeslagen voor leraren die gaan werken op scholen met specifieke tekorten, zoals in de Randstad (achterstandsscholen), in het speciaal onderwijs (1200 Zeer Moeilijk Opvoedbare Kinderen kunnen nu niet geplaatst worden door een tekort aan leerkrachten) en binnen het (nu nog bestaande) VMBO 1 .
  2. Invoering van een Voltijdbonus: er zijn teveel parttimers in het onderwijs. Degenen die van het onderwijs hun fulltime baan maken, dienen  - in het belang van de kwaliteit van de scholen - beter beloond te worden.
    De individuele loonsverhogingen kunnen aan de scholen zelf worden overgelaten. De stijging van een periodiek of meerdere periodieken wordt afhankelijk van de geleverde kwaliteit van de leerkrachten.
  3. Voor vakken waar een ernstig tekort aan docenten voor bestaat, moet de mogelijkheid van een tijdelijke bonus worden ingevoerd.
  4. Er moet een onderscheid worden ingevoerd in beloning voor leerkrachten in de onderbouw resp. bovenbouw in het basisonderwijs. Bovenbouwdocenten  maken meer uren, moeten beschikken over meer kennis en het handhaven van de orde vergt meer energie. Dat mag in salaris tot uitdrukking komen. (zie ook kwaliteitsverbetering PABO)

 

Financiële onderbouwing: Door het snijden in de aanwezige overhead in de onderwijssector (zie ad2) worden 20.580 FTE’s gecreëerd. In de periode 2006 tot en met 2010 wil de Groep Wilders / PVV het geraamde lerarentekort in het PO en VO te lijf gaan met 11.480 FTE’s (2.480 in het PO en 9.000 in het VO). De overige 9.100 FTE’s (20.580 – 11.480) die door het wegsnijden van de overhead vrijkomt wil de Groep Wilders / PVV gebruiken voor de plannen aangaande het beloningssysteem (zie Ad 3).
Het budget voor de voorgestelde loonsverhogingen bedraagt dan € 376 miljoen (9.100 * € 41.300)

 

II.      KWALITEITSVERBETERINGEN IN HET ONDERWIJS

Het probleem:
Het onderwijs is zo langzamerhand een lege huls aan het worden. Leerlingen van de basisschool gaan met te weinig kennis naar het voortgezet onderwijs en vallen daar uit of haken af. Het VMBO en vele MBO's zijn theoretische vergaarbakken aan het worden, terwijl juist daar ingezet moet worden op praktijkkennis om een goede kans te maken een baan te kunnen vinden.

De oorzaak:
Aankomende PABO studenten zijn minder goed in rekenen en taal, dan de gemiddelde leerling uit groep 8 van de basisschool. Uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau blijkt dat er steeds minder academici in het onderwijs zijn en steeds meer onbevoegde docenten voor de klas worden gezet. Goed gekwalificeerd personeel treedt uit het onderwijs, omdat er elders meer verdiend kan worden.

Groep Wilders/PVV wil de volgende oplossingen voor het kwaliteitsverlies in het onderwijs:

  • Het tekort aan goede leerkrachten moet worden bestreden (hoe dat moet worden aangepakt, is hierboven onder I beschreven)

De scholing van aankomende en van de al werkzame leerkrachten moet verbeterd worden:
Op dit moment heerst er op de PABO opleidingen een cultuur van altijd maar leuk doen naar leerlingen, het gaat teveel op de vorm - de didactiek en veel te weinig om de inhoud - de kennis. Alle PABO studenten worden getraind in knippen, plakken, kleien, lief zijn, voorlezen, het maken van opdrachten, muziek, drama, kleutergym en het leuker maken van lessen. Het gaat dus veelal om de vorm en te weinig om de inhoud. De PABO-studenten worden onvoldoende voorbereid op het geven van goed reken- en taalonderwijs. Aan vakken als geschiedenis, aardrijkskunde, natuur, cultuur en burgerschap wordt nog minder aandacht besteed.

  • In de PABO-opleiding moet een onderscheid worden gemaakt tussen onderbouw en bovenbouw:
    De kennis die nodig is om les te geven in de onderbouw (kinderen van 3 tot 6 jaar) verschilt enorm van de kennis die nodig is om les te geven in de bovenbouw (kinderen van 7 tot 12 jaar). In plaats in 4 jaar PABO-opleiding van alles 'een beetje' te leren, verdient specialisering de voorkeur.
  • Toelatingstest PABO verplicht: Voordat je tot de PABO wordt toegelaten behoort een test te worden afgenomen. Nederlands, rekenvaardigheden, maar zeker ook algemene ontwikkeling en competenties (onafhankelijkheid, sterk in je schoenen staan en uitstraling hebben) die je moet hebben om met kinderen te werken, moeten worden getest. De test moet twee uitslagen bevatten: 1 voor PABO onderbouw en 1 voor PABO bovenbouw. Wie voor de test zakt, moet de gelegenheid krijgen om in een  jaar via de PABO schakelklas (zie het als de voor-PABO) zichzelf alsnog ontwikkelen op die punten waarop hij bij de test faalde. Daarna moet de test opnieuw worden afgenomen en wie dan alsnog slaagt, kan door naar de PABO. Deze PABO-schakelklassen moeten ook toegankelijk zijn voor onderwijsassistenten en zgn. zij-instromers.
  • Er moet een toelatingstest voor de lerarenopleidingen voor voortgezet onderwijs worden ingevoerd: De docent in spe, dient over zijn / haar vakgebied voldoende kennis te hebben om aan de opleiding tot leraar deel te mogen nemen. Ook hier moet natuurlijk op de typisch didactische competenties te worden getest.
  • De lesprogramma's van de PABO's en lerarenopleidingen moeten uitgebreider en beter worden: Studenten dient meer vakinhoudelijke kennis te worden bijgebracht maar er moet binnen de opleidingen ook veel meer aandacht te zijn voor gedragsproblemen, omgang met ouders, vergadertechnieken e.d.
  • Geregeld bijscholing van onderwijzers en leraren dient verplicht te worden: Deze bijscholing leidt tot een hoger niveau van het onderwijs en zorgt ervoor dat de docenten meegroeien met de huidige uitdagingen / ontwikkelingen  in het onderwijs. Het behalen van de bijscholingsstudie en / of specialisatie als vakdocent, moet worden beloond. Het niet behalen of zelfs weigeren van deze bijscholing moet leiden tot bevriezing van het salaris of zelfs ontslag.
  • Primaat bij het bepalen van het curriculum in handen van docenten, ouders en andere belanghebbenden: Leg het bestuur van scholen in handen van ouders en leerkrachten, dit leidt tot een veel grotere betrokkenheid en dus tot een toename van de kwaliteit. Scholen geven zelf inhoud aan het onderwijs, krijgen rechtstreeks budget van de overheid en gaan zelf over het personeelsbeleid (ook over het wel / niet aannemen van bijvoorbeeld conciërges).
    Het Ministerie van OCW kan zodoende worden afgeschaft.
    De onderwijsinspectie krijgt in deze opzet de taak om scholen af te rekenen op het behaalde resultaat (slechte school: deur dicht!) en wordt verantwoordelijk voor het afnemen van de centrale eindexamens. In het kader hiervan worden de LVS (leerling volg) systemen en CITO eindtoetsen op elke basisschool verplicht.
  • Er moeten eisen worden gesteld aan leerlingen en ouders: Nu is het zo dat de basisscholier 1x kan blijven zitten en vervolgens uit kostenoverwegingen altijd overgaat, ongeacht of hij daadwerkelijk het niveau heeft om over te mogen gaan. Het
    komt dan ook voor dat er leerlingen in groep 8 zitten, die functioneren op het niveau van groep 4, 5, 6 of 7. Hoe zouden deze kinderen ooit kunnen slagen binnen het voortgezet onderwijs? De tekorten in het speciaal onderwijs moeten worden opgelost. Indien een basisschoolleerling voor de 2de maal blijft zitten, wordt het doorverwezen naar het speciaal onderwijs.
  • Het VMBO moet worden afgeschaft - MAVO en ambachtsscholen moeten weer worden ingevoerd: Nu zitten veel kinderen in de vergaarbak die het VMBO heet en daar worden hun talenten niet benut.- kinderen die goed zijn met hun handen vinden aansluiting binnen de ambachtsschool en de cognitief sterkere kinderen kunnen via de MAVO de kans krijgen om uiteindelijk door te stromen naar de HAVO of het MBO.
  • Afschaffen 1e (basisvorming) en 2e fase (studiehuis) in het middelbaar onderwijs.
    1e Fase (basisvorming): Alle scholen in het voortgezet onderwijs (VMBO, HAVO en VWO) bieden de leerlingen van 12 tot 15 jaar in principe dezelfde vakken en programma’s aan. Zo is er in Nederland een enorme ‘eenheidsworst’ ontstaan. Ondanks dat er sinds 1 augustus 2006 een nieuwe regeling voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs is en de basisvorming is komen te vervallen, werken veel scholen nog met deze talentverziekende methode. De Groep Wilders / PVV wil dat scholen zelf invulling geven aan de inrichting van het onderwijs en dat talenten worden benut. Via centrale eindexamens worden de scholen op de door hen geboden kwaliteit getoetst.
    2e Fase (studiehuis): Het studiehuis is een vorm van begeleid zelfstandig leren voor de leerjaren 4 en 5 van de HAVO en de leerjaren 4 tot en met 6 van het VWO. Het studiehuis houdt in dat leerlingen in toenemende mate hun eigen studie plannen en meer zelfstandig en in groepjes opdrachten uitvoeren. De rol van de docent verschuift van lesgeven naar begeleiden. De Groep Wilders vindt dat er op deze manier al tijden een inhoudelijke kaalslag plaatsvindt. De docent is de expert die er zorg voor moet dragen dat de leerlingen de kennis vergaren die zij nodig hebben.
  • Afschaffen van de Wet regeling leerlinggebonden financiering ('de Rugzak'): Kinderen met een (ernstige) handicap, gedragsstoornis of psychische problemen horen niet in het regulier onderwijs thuis, maar op het daarvoor bestemde speciaal onderwijs. Er moet geinvesteerd worden in het speciaal onderwijs, waar kinderen de professionele hulp krijgen die zij nodig hebben. Door eerder in gezinnen waar het opvoedkundig misgaat in te grijpen, zal de stroom naar het speciaal onderwijs kleiner worden (zie plan Jeugd).
  • Verruiming van de lestijden in het primair onderwijs, twee uur langer les per dag (lesdag van 8 uur tot 16.00 uur - vrije woensdagmiddag blijft gehandhaafd): Deze verruiming van de lestijd moet achterstanden wegnemen, maar moet ook zorg dragen dat de  talenten van het kind beter ontwikkelen. Bijkomend voordeel is dat voor alle basisschoolkinderen veel minder gratis kinderopvang nodig is. De leerkrachten moeten hun - vaak onnodige -   naschoolse vergadertijd inruilen voor meer aandacht voor en investeren in de kinderen.
  • De normen voor de lestijden moeten daadwerkelijk worden nageleefd: Te vaak worden leerlingen vanwege vergaderingen / studiemiddagen / ziekte / geen adv vervanging e.d. verdeeld over andere klassen (vooral in het basisonderwijs) of  - nog erger -  naar huis gestuurd. Ook duren pauzes veelal langer dan volgens rooster gepland en gaat door problemen met handhaven van de orde in de klas veel lestijd verloren. Dit verlies aan lestijd komt het niveau van de leerlingen niet ten goede. Er moet dus gezorgd worden voor het behalen van effectieve lestijd.
  • Binnen het voortgezet onderwijs, maar zeker ook binnen MBO en HBO opleidingen moet het vak Nederlands een meer belangrijke positie krijgen. Op veel MBO- en gedeelte ook op VMBO scholen is het vak Nederlands verdwenen uit het lesprogramma of wordt het vak slechts summier aangeboden. Dit heeft tot gevolg dat op dit moment een kwart van de leerlingen in het VMBO en 30 procent van de leerlingen in het MBO een taalachterstandheeft. Deskundigen vrezen dat een groeiend aantal leerlingen straks niet meer correct kan schrijven, lezen en spreken in de Nederlandse taal. De Groep Wilders / PVV wil dat het vak Nederlands op zowel VMBO als MBO wordt onderwezen en dat de leerlingen via centrale eindexamens worden getoetst op de verworven kennis.
    Voor toelating op het HBO stelt de Groep Wilders / PVV, voor opleidingen waarbij het vak Nederlands een belangrijke positie inneemt, een toelatingstest Nederlands voor.
  • Binnen scholen mag geen andere taal dan de Nederlandse / Friese taal worden gesproken: Op veel scholen met allochtone kinderen wordt nog steeds getolkt en spreken de kinderen onderling ook vaak in hun eigen taal (onder andere Turks en Marokkaans). Dit komt de taalontwikkeling van het Nederlands niet ten goede (en juist op taalgebied hebben allochtone kinderen de grootste achterstanden). Veelal durven leraren hun leerlingen of ouders niet aan te spreken op dit gedrag en/of zien zij de noodzaak er niet van in!
  • Terug naar de menselijke maat in scholen: De Groep Wilders / PVV wil een directe stop op verdere schaalvergrotingen en zal waar mogelijk streven naar schaalverkleiningen en onderlinge concurrentie tussen scholen.




De controle op de kwaliteit van het onderwijs moet worden verzelfstandigd en moet intensiever worden:

  • De onderwijsinspectie moet centrale eindexamens verzorgen: De onderwijsinspectie neemt vanaf groep 8 (cito) de centrale eindexamens af en waarborgt zo de kwaliteit.
  • Onderwijsinspectie controleert alleen resultaatgericht: slechte school: deur dicht. Scholen mogen geen verbetertraject meer krijgen, dat krijgen leerlingen ook niet!

 

III.      UP TO DATE LESMATERIAAL

Geen goed onderwijs zonder goed lesmateriaal. Ruim de helft van de basisscholen in Nederland werkt met lesmateriaal van minstens elf jaar oud en dat vooral bij wereldoriëntatie- en burgerschapsvakken..
Zomaar wat cijfers (bron TNS NIPO, juni 2005 – aan het onderzoek hebben 5.000 scholen in het primair onderwijs deelgenomen, 63% van het totaal aantal scholen in het primair onderwijs):

  • Ruim drieduizend scholen blijken te werken met methoden van tussen de 11 en 13 jaar oud.
  • Zo’n duizend scholen gebruiken lesmethoden die tenminste 13 jaar oud zijn. Dat betekent dat bijna een miljoen kinderen in het gewoon en speciaal basisonderwijs les krijgen met sterk verouderde methoden.
  • Meer dan 400.000 kinderen leren aardrijkskunde uit boeken waarin de Sovjet-Unie en de DDR nog figureren.
  • Nog altijd 80.000 kinderen leren rekenen met de gulden.

Het gebruik van verouderde lesmethoden doet ook geen recht aan ontwikkelingen in de manier van leren. Lesgeven is tegenwoordig veel meer gericht op het activeren van de leerling en op interactie. Dat heeft natuurlijk consequenties voor de gebruikte lesmethoden.
Ik weet uit ervaring dat het juist de wereldoriëntatievakken zijn die als laatste worden vervangen (deze vakken worden veelal nauwelijks onderwezen). Wij willen als partij juist extra aandacht voor les in sociale en morele verantwoordelijkheid, kennis van het politieke systeem en vaderlandse geschiedenis met de nadruk op de nationale identiteit.
Financiële onderbouwing: De gemiddelde levensduur van lesmethoden op scholen is 8,2 jaar, terwijl de norm tussen de 7 en de 8 jaar moet liggen. Omdat de situatie volgens het TNS NIPO nu evident slecht is en goed lesmateriaal cruciaal is voor hoogwaardig onderwijs, gaan wij uit van 7 jaar. Dit houdt in dat scholen gemiddeld 17% meer budget zouden moeten ontvangen voor de aanschaf van lesmateriaal. De begroting van OC&W voor ‘materiële voorzieningen’ primair onderwijs, bedraagt komend jaar € 1.032 miljoen. De Groep Wilders / PVV wil een bedrag van € 177 miljoen (17%) erbij.

 

 

IV.      VEILIGHEID BINNEN SCHOLEN

In een sfeer van onrust, agressie, gebrek aan discipline en respect en een gebrek aan motivatie en kennis, kan niet geleerd worden. Nog steeds vinden er in Nederland verbale en zelfs fysieke bedreigingen plaats van leerlingen en ouders aan het adres van leraren. Dit kan niet getolereerd worden. De Groep Wilders / PVV pleit voor de herinvoering van tuchtscholen voor leerlingen die een strakkere hand behoeven. Voor leerlingen die zelfs daar nog niet op hun plaats zijn, wil de Groep Wilders / PVV heropvoedingskampen in het leven roepen, waar de jongeren wel leren wat begrippen als respect en fatsoen inhouden. Verder wil de Groep Wilders / Partij voor de Vrijheid sneller boetes opleggen aan ouders van minderjarige leerlingen die zich niet aan de regels houden.
De Groep Wilders / PVV wil ook af van het bij de voornaam noemen van docenten.

 

V.      AANPAK SCHOOLVERZUIM / SCHOOLVERLATERS

De Groep Wilders / PVV vindt dat er een te grote groep ‘drop-outs’ is, bestaande uit spijbelaars en leerlingen die zonder (bruikbaar) diploma school verlaten. De Groep Wilders / PVV wil komen met een diploma- en sollicitatieplicht tot 23 jaar. Met deze plicht voorkom je dat jongeren van onder de 23 zonder (bruikbaar) diploma school verlaten en dus een kansloze positie hebben op de arbeidsmarkt. Het onderwijs moet beter gaan aansluiten bij de talenten van leerlingen (onder andere door herinvoering van de ambachtsschool). De Groep Wilders / PVV wil Brede Scholen, waar een goede samenwerking is tussen de scholen, kinderbescherming, politie, justitie, gezondheidszorg, sportverenigingen, kinderopvang, ouders en kinderen zelf verder uitbouwen. Mocht één van deze instanties problemen in het gezin (in de opvoeding) constateren, dan dient hulp aan ouders verplicht en justitieel afgedwongen te kunnen worden, om zo tijdig hulp op maat te kunnen bieden en problemen op tijd in de kiem te kunnen smoren. De Groep Wilders / PVV wil dus sneller kunnen ingrijpen in gezinnen waar de opvoeding ‘mis’ dreigt te lopen. Daarnaast wil de Groep Wilders / PVV voor de leerlingen die meer discipline en begeleiding behoeven tuchtscholen en heropvoedingskampen in het leven roepen. De tijd van onverantwoordelijk gedrag is voorbij! Naast deze maatregelen wil de Groep Wilders onderwijs bieden dat aansluit bij de talenten van de leerlingen (zie II kwaliteitsverbeteringen in het onderwijs).
   

VI.      BETERE POSITIE VAN DE SPORT IN HET ONDERWIJS

Sport is om een aantal redenen erg belangrijk:

  • Sport vergroot samenhang en binding met de maatschappij (haalt mensen uit een sociaal isolement)
  • Gezondheid
  • Uitlaatklep / voorkomen van overlast
  • Mijn voorstel is om te investeren in:
  • Aanpak dikke kinderen door sport
    Het is slecht gesteld met de fitheid van kinderen, zomaar wat cijfers: (bron Brancherapport preventie, mei 2005, tenzij anders vermeld)
    • 14% van de jongens en 17% van de meisjes is te dik (bron TNO)
    • 11% voldoet niet aan de norm voor fitheid
    • Bijna 50% speelt minder dan een half uur per dag buiten.
    • 10% zit meer dan 2 uur per dag achter de computer (msn / chat, met alle gevaren van dien)

    De pas gestarte campagnes ‘Ga voor gezond’ en ‘scoren voor gezondheid’, zijn een aanzet, maar lang niet voldoende. Een groot deel van deze ‘dikkerds’ gaat in de toekomst een beroep doen op de gezondheidszorg en dan zijn wij duurder uit, dan als wij nu investeren in een aanpak van deze jongeren. Ik kom met de volgende ideeën:
    • Op dit moment is er geen norm voor het aantal uren gymonderwijs op scholen. Op de basisschool gymen leerlingen uit de groepen 3 t/m 8 gemiddeld 1,8 keer (dat is gelijk aan 1,5 uur per week). 56% van de basisscholen heeft een vakleerkracht. Sinds een aantal jaren mag een PABO afgestudeerde geen gym meer geven aan kinderen vanaf groep 3. Er wordt dus steeds minder gesport. Binnen het voortgezet onderwijs wordt gemiddeld 360 uur per jaar besteed aan gym. De GW / PVV wil het aantal gymuren op de basisschool VERDUBBELEN en wil ervoor zorgen dat basisscholen voldoende vakleerkrachten gymnastiek in huis hebben, om de verdubbeling te realiseren.

    Financiële ruimte voor verdubbeling gymuren:
    De Groep Wilders / Partij voor de Vrijheid wil de verdubbeling van het aantal gymuren in het basis- en voortgezet onderwijs ruim € 500 miljoen beschikbaar stellen.

    • Ieder kind de basisschool met een zwemdiploma te verlaten. Op dit moment is schoolzwemmen niet afdwingbaar bij ouders en scholen mogen zelf beslissen of zij schoolzwemmen aanbieden. Dit moet veranderen: Scholen moeten schoolzwemmen in hun onderwijspakket opnemen en het vak zwemmen moet vanaf het 6de levensjaar in het onderwijspakket zitten.
    • Stimuleren scholen in het voortgezet onderwijs om te komen tot sportklassen, waar sporttalent zich verder kan ontwikkelen.

 

VII.      INVOEREN BURGERSSCHAPSPROGRAMMA JONGEREN

De Groep Wilders / PVV wil een burgerschapsprogramma voor scholieren in het basis - en voortgezet onderwijs invoeren. Bij dit programma krijgen kinderen onderwijs in actief burgerschap. Ze krijgen lessen in sociale en morele verantwoordelijkheid, kennis van het politieke systeem en vaderlandse geschiedenis met de nadruk op de nationale identiteit. Vanaf de brugklas voortgezet onderwijs wordt de theorie uitgebreid met het een aantal uren per week doen van vrijwilligerswerk. Aan het einde van het voortgezet onderwijs is er een drie maanden durende verplichte stage, gekoppeld aan het eindexamen. Te denken valt aan een stage in bos- en parkonderhoud, dierenzorg, ouderenzorg, bibliotheken, scholen- en kinderopvang, politie en overige gemeentelijke diensten.
Het burgerschapsprogramma moet de betrokkenheid van jongeren bij de leefomgeving en bij de maatschappij vergroten.

 

VIII.      MEER AANDACHT VOOR SPECIFIEKE VAKKEN

Naast het burgerschapsprogramma, wil de Groep Wilders / PVV een aantal vakken meer nadrukkelijk in het onderwijsprogramma van het primair - en voortgezet onderwijs tot uiting laten komen.
De Groep Wilders / PVV denkt dan aan de volgende vakken:

  • Natuuronderwijs
    Op de meeste PABO’s en scholen is het NME (Natuur en Milieu Educatie) zorgelijk slecht. Kinderen weten niet meer waar groenten en fruit vandaan komen. Sommigen leerlingen denken dat melk als vanzelfsprekend in de supermarktschappen terecht komen, de koe wordt hier helemaal buiten beschouwing gelaten. De Groep Wilders / PVV juicht ook het bezoek aan schooltuinen van harte toe.
  • Digitaal rijbewijs
    Vanaf de basisschool dienen twee domeinen te worden onderwezen:
    1. Het domein computergebruik: Hoe werk ik met de computer en wat kan ik ermee.
    2. Het domein ‘Elektronische Snelweg’: Alle zaken die te maken hebben met Internet, e-mail en aanverwante zaken. Erg belangrijk hierbij is de uitleg over de gevaren van het Internet (mensen met verkeerde bedoelingen op Chat sites) en de gevolgen van pesten via onder andere MSN.
  • Gezondheid
    Hierbij kunnen we denken aan:
    1. Voorlichting over de gevaren van drugs en alcohol.
    2. Onderwijs over gezonde voeding:
      61% van de jongeren eet niet elke dag groente.
      44% van de jongeren eet niet elke dag fruit.
      14% ontbijt niet elke dag.
      (bron Brancherapport preventie, mei 2005)
      Onderwijs over gezonde voeding moet het groeiende aantal dikke kinderen bestrijden.
  • Techniek
    Om het tekort aan bèta leerlingen al vroeg aan te pakken, dient het vak techniek op alle basisscholen te worden onderwezen. Kinderen komen zo veel eerder in aanraking met het vak techniek en zullen bij hun schoolkeuze in groep 8 sneller voor dit vakgebied kiezen.

De invulling van de lessen dient aan scholen zelf gelaten te worden. Leerlingen dienen via centrale eindtoetsen op de verworven kennis getoetst te worden. Dat houdt dus in dat bovengenoemde vakgebieden een prominente plaats moeten krijgen in deze eindtoetsen.

 

IX.      MORATORIUM OP NIEUWE ISLAMITISCHE SCHOLEN

Het zijn voornamelijk de niet westerse allochtonen die een enorme achterstanden in integratie en assimilatie oplopen. De Groep Wilders / PVV vindt het geen goed idee om deze achterstanden op islamitische scholen extra te benadrukken, maar wil juist de integratie en assimilatie van deze groep stimuleren, door onderwijs volgens de Nederlandse normen en waarden. De Groep Wilders / PVV is voor een moratorium van 5 jaar voor de oprichting van nieuwe islamitische scholen.

Richard de Mos
Kandidaat-Kamerlid Groep Wilders / Partij voor de Vrijheid
Portefeuille onderwijs, sport en welzijn.
www.richarddemos.nl

 

 


1 Het VMBO dient overigens vervangen te worden door herinvoering van de oude MAVO en ambachtsscholen.

Wilders: “De vreemdelingen blijven toestromen. De grootste groep wordt gevormd door gezinsvorming en gezinshereniging. Tot en met september van dit jaar zijn dat er al 17.297. Over heel 2006 worden dat er dan 23.000. Stel je eens voor wat dat betekent over tien jaar gezien. Daar komen asielzoekers en andere toestroom nog bij. Plus de illegalen, die letterlijk ontelbaar zijn. Ons opendeurbeleid zorgt ervoor dat we steeds een nieuwe ‘eerste generatie allochtonen’ binnen krijgen – met alle problemen van dien.”
Het PVV-plan komt terwijl de gevestigde partijen in Den Haag besloten hebben dat deze verkiezingsstrijd niet gaat over immigratie en integratie. Daarnaast wekken partijen de indruk dat er nauwelijks nog vreemdelingen naar Nederland komen. Zo brengt minister Verdonk cijfers naar buiten waarop veel valt af te dingen. Er is inderdaad sprake van een daling van gezinsvorming en gezinshereniging, maar die daling stagneert alweer. Daarnaast blijft het aantal van 17.297 veel te hoog. Bovendien stijgt het aantal asielzoekers in 2006 tot maar liefst 14.000. Lees hier het volledige plan.

IMMIGRATIEPLAN

Door: Geert Wilders en Sietse Fritsma


ASIEL

Er dient een quotum te worden ingevoerd. Voor maximaal 5000 vluchtelingen per jaar, waarvoor opvang in de eigen regio aantoonbaar niet mogelijk is, biedt Nederland plaats.

REGULIER

De aandacht moet vooral uitgaan naar het “reguliere” vreemdelingenbeleid; dit omvat alle toelatingsgronden die niet asielgerelateerd zijn. De categorie gezinsvorming- en hereniging is hier qua aantal immigranten de belangrijkste component van. Het aantal immigranten dat in het kader van het reguliere vreemdelingenbeleid Nederland binnenkomt, is overigens vele malen groter dan het aantal immigranten dat in het kader van het asielbeleid Nederland binnenkomt! In het volgende immigratieplan wordt uiteen gezet hoe het reguliere vreemdelingenbeleid op de schop moet, aangevuld met enkele algemene veranderingen die noodzakelijk zijn!

1.) Immigratiestop
Omdat immigratie enorme problemen met zich meebrengt voor de Nederlandse samenleving (integratieproblemen, criminaliteit, een veel te hoog beroep op uitkeringen etc.) is het meer dan gerechtvaardigd om voor een periode van ten minste vijf jaar gezinsvorming- en hereniging voor niet- westerse allochtonen geheel te stoppen.

Om te voorkomen dat na de (tijdelijke) immigratiestop wederom een massale / problematische instroom van migranten plaatsvindt, moet het ernstig tekortschietende vreemdelingenbeleid drastisch worden aangescherpt. Die aanscherping is zo urgent, dat die natuurlijk ook direct dient te worden doorgevoerd in afwachting van een parlementaire meerderheid voor de in te voeren totale immigratiestop voor niet-westerse allochtonen. Hieronder presenteert Groep Wilders / Partij voor de Vrijheid het antwoord op het falende immigratiebeleid:

2.) Ieder persoon mag slechts één niet- westerse partner laten overkomen
Een grote zwakte van het gezinsvormingsbeleid is dat iedereen ongelimiteerd (nieuwe) partners naar Nederland kan halen. Wanneer iemand bijvoorbeeld al negen keer een partner uit zijn / haar land van herkomst over heeft laten komen (hier zijn voorbeelden van), is er geen enkele regel die de overkomst van partner nummer 10 in de weg staat. Misbruik van het toelatingsbeleid is hiermee aan de orde van de dag, en daar moet natuurlijk iets aan gedaan worden. Wij willen een grens stellen van maximaal één niet-westerse partner die elk persoon uit het buitenland over kan laten komen.

Praktijkvoorbeeld 1
V. is uit Marokko afkomstig en woont sinds 1977 in Nederland. Vanaf dat moment heeft hij over laten komen:
Partner 1 in 1977
Partner 2 in 1981
Partner 3 in 1984
Partner 4 in 1987
Partner 5 in 1991
Partner 6 in 1994
Partner 7 in 1999
Partner 8 in 2002
Partner 9 in 2006
Veel van deze partners waren in Marokko met anderen getrouwd, en hebben de uit die andere huwelijken geboren kinderen meegenomen naar Nederland. V. was kennelijk snel verveeld met de aanwezigheid van zijn partners en verbrak de ‘relaties’met hen dus vrij snel. De meeste vrouwen die hij over liet komen bleven echter niet lang alleen, want haalden op hun beurt, na het verkrijgen van onafhankelijk verblijfsrecht, ook partners uit Marokko.

3.) Verbod overkomst van ex- partners
Bijzonder veel vreemdelingen vragen om overkomst van hun ex- partner. Deze vreemdelingen hebben vaak verblijfsrecht in Nederland gekregen via een (schijn)relatie met een in Nederland woonachtig persoon (veelal een oud-landgenoot). Wanneer (na drie jaar) zelfstandig verblijfsrecht is verkregen, wordt deze “relatie” beëindigd, en wordt gesteld dat de relatie met de in het land van herkomst achtergebleven ex-partner ineens weer is opgeleefd. Er wordt dan verzocht om zijn / haar overkomst naar Nederland, waarbij de evt. kinderen ook mee worden genomen. Deze “truc” wordt zo veelvuldig toegepast dat de komst naar Nederland van ex- partners gestopt moet worden.

Praktijkvoorbeeld 2
V., geboren op 15-10-1956 is in Marokko gehuwd en uit dit huwelijk worden vier kinderen geboren. Het huwelijk wordt beëindigd, omdat V. naar Nederland vertrekt. Hij krijgt hier verblijfsrecht omdat hij stelt een relatie te zijn aangegaan met een Marokkaanse vrouw die in Nederland woont. Die relatie is echter niet van lange duur; wanneer V. in het bezit is van een onnafhankelijke verblijfsvergunning, wordt zijn nieuwe relatie beeindigd. Op 3 februari 2004 verzoekt hij vervolgens om overkomst van zijn ex-vrouw, omdat zijn relatie met haar weer zou zijn opgeleefd. De gevraagde verblijfsvergunning wordt afgegeven en zijn eerste vrouw plus de minderjarige kinderen reizen naar Nederland om zich hier bij V. te vestigen.

4.) Geen gezinsvorming- en hereniging bij criminelen
Iemand die een partner of familielid uit het buitenland over wil laten komen moet aan een aantal voorwaarden voldoen, waarvan het hebben van voldoende inkomen de belangrijkste is. De voorwaarde dat de verblijfsgever geen misdrijf mag hebben gepleegd ontbreekt nu ten ene male. In de praktijk verzoeken veel criminelen dan ook om overkomst van een partner / familielid. Maar migranten die zich bij deze criminele verblijfsgevers vestigen, blijken vaak slecht te integreren en raken zelf ook niet zelden op het criminele pad. Hun verblijfsgever geeft immers al niet het goede voorbeeld voor een fatsoenlijke / succesvolle deelname aan onze samenleving. Daarom moet bij het plegen van een misdrijf het recht vervallen om een partner / familielid uit het buitenland over te laten komen.
Omdat niet-westerse allochtonen al fors zijn oververtegenwoordigd in de criminaliteitsstatistieken geldt dit voorstel alleen voor niet-westerse allochtonen die om overkomst van een partner / familielid vragen. Hierbij wordt opgemerkt dat een grote groep criminele vreemdelingen als gevolg van onze plannen de kans al niet meer krijgt om een partner over te laten komen, omdat het verblijfsrecht van vreemdelingen die een misdrijf plegen immers veel sneller moet komen te vervallen. De maatregel blijft echter toch relevant, omdat veel migranten die een partner / gezinslid over willen laten komen inmiddels genaturaliseerd zijn tot Nederlander / geen dubbele nationaliteit hebben, waardoor verwijdering uit Nederland niet mogelijk is. Een zeer belangrijk punt is ook dat potentiële vrouwelijke migranten met deze maatregel worden beschermd. Mishandeling van vrouwen komt bij allochtonen helaas bijzonder vaak voor; de bezetting van “blijf van mijn lijf- huizen” spreekt boekdelen. Mannen die veroordeeld zijn wegens mishandeling van hun partner, kunnen als gevolg van deze maatregel geen andere partner uit het buitenland halen, die anders wellicht ook met (huiselijk) geweld zou worden geconfronteerd.

Praktijkvoorbeeld 3
V., van Marokkaanse nationaliteit, heeft op 20-06-02 om overkomst verzocht van zijn echtgenote en kind.  Deze aanvraag is ingewilligd. Op 20-11-03 verklaart de echtgenote bij de politie dat ze haar echtgenoot vanwege grote problemen wil verlaten. Hierbij vraagt ze hulp van de politie  om haar spullen bij hem op te halen, omdat de echtgenoot een  drugshandelaar is en in het bezit is van een wapen. Dit is gebeurd, en de echtgenote verblijft hierna bij haar zus in Rotterdam. V. eist dat zijn zoon bij hem blijft. Aan deze eis wordt echter niet tegemoet gekomen, omdat de moeder hier geen toestemming voor geeft. Op 12 augustus 2004 dient V. een verzoek in om overkomst van zijn nieuwe echtgenote. Op dat moment is hij volgens Nederlands recht echter nog steeds gehuwd met zijn eerste vrouw. Vanwege deze polygamie is het naturalisatieverzoek van V. overigens afgewezen.

5.) Zelfstandig verblijf pas na 10 jaar (in plaats van na 3 jaar)
Het gezinsvormingsbeleid wordt door vreemdelingen massaal aangegrepen om zich in Nederland te vestigen; van echte duurzame relaties of huwelijken, op grond waarvan dat recht wordt verkregen, is in veel gevallen geen sprake. De verblijfsvergunning die voor verblijf bij een in Nederland wonende partner / echtgenoot wordt afgegeven is voor de eerste drie jaar afhankelijk van het (voort)bestaan van de relatie of het huwelijk. Na drie jaar is deze afhankelijkheid voorbij, en kan een zelfstandige verblijfsvergunning (voor “voortgezet verblijf”), of een Nederlands paspoort, worden verkregen. Het aantal relaties dat (precies) na drie jaar eindigt is onder migranten bijzonder groot. Dit duidt er natuurlijk op dat de relaties / huwelijken veelal gefingeerd zijn om een verblijfsvergunning te bemachtigen en niet gebaseerd zijn op liefde. In veel gevallen haalt de migrant, die net een zelfstandige verblijfsvergunning heeft verkregen, op zijn / haar beurt ook zelf meteen een partner uit het land van herkomst.  Dit “sneeuwbaleffect” heeft (mede) tot de enorme groei van de Turkse en Marokkaanse gemeenschap in Nederland geleid en moet onmiddellijk worden gestopt of vertraagd. Dit kan door de periode waarna een zelfstandige verblijfsvergunning kan worden verkregen te verlengen naar 10 jaar.

Praktijkvoorbeeld 4
V. is naar Nederland gekomen om zich bij haar partner te vestigen. Na drie jaar en een paar dagen is de gestelde relatie voorbij en gaat ze naar de gemeente om een onafhankelijke verblijfsvergunning aan te vragen, waar ze dan ook recht op heeft. Dit is niet de enige aanvraag die ze doet, want ze vult ook meteen papieren in om een Turkse man naar Nederland over te laten komen, wat met haar nieuwe verblijfrecht ook kan. Op dezelfde dag vult ook de man met wie ze drie jaar een ‘relatie’ heeft gehad een setje papieren in; hij laat een nieuwe partner uit Turkije over komen.

6.) Het verstrekken van een waarborgsom bij gezinsvorming
Immigratie kost de Nederlandse samenleving veel meer geld dan het oplevert. Dit komt onder meer door de hoge uitkeringsafhankelijkheid onder allochtonen. Het ligt in de rede dat de rekening van door migranten gemaakte kosten in de eerste plaats betaald moet worden door degenen die deze migranten (in het kader van gezinsvorming) naar Nederland hebben laten overkomen. Daarom stellen wij voor dat iedereen die een partner uit het buitenland haalt, een waarborgsom van € 10.000,- moet betalen. Wanneer de migrant binnen de eerste 10 jaar van zijn / haar verblijf in Nederland -op wat voor wijze dan ook- een beroep doet op publieke middelen (uitkering, huursubsidie e.d.), wordt deze waarborgsom ingehouden. In Denemarken is dit systeem overigens al ingevoerd: Daar moet iedereen die een partner uit het buitenland haalt een waarborgsom van ruim € 7400,-betalen.

7.) Gezinsmigratie alleen mogelijk voor (huwelijks)partners en voor kinderen beneden de 15 jaar
Het Nederlandse vreemdelingenbeleid maakt het mogelijk dat men om overkomst kan vragen van onder meer kinderen (ook van meerderjarige kinderen) en ouderen (van 65 jaar of ouder). Deze reikwijdte van gezinsmigratie is veel te ruim, en moet beperkt worden tot (huwelijks)partners en kinderen van beneden de 15 jaar. Het spreekt immers voor zich dat oudere kinderen, die bijna geheel zijn opgegroeid in een ander land, moeilijker in Nederland kunnen aarden dan jongere kinderen. Ouders die hun kinderen uit het buitenland over willen laten komen, moeten hiertoe dus een aanvraag indienen voordat de kinderen de leeftijd van 15 jaar hebben bereikt.

8.) Gezinsvorming alleen mogelijk voor partners van 24 jaar of ouder
Vóór 1 november 2004 was de minimum- leeftijd om in aanmerking te kunnen komen voor een verblijfsvergunning voor gezinsvorming- of hereniging 18 jaar. Dit gold zowel voor de migrant, als voor degene die deze migrant naar Nederland liet overkomen. Deze leeftijdsgrens is daarna opgerekt naar 21 jaar in geval van gezinsvorming, maar bij gezinshereniging bleef de leeftijdsgrens van 18 jaar gehandhaafd. Dit onderscheid is onzinnig! Wij stellen voor om bij gezinsvorming- en hereniging eenzelfde leeftijdsgrens te hanteren, en wel een grens van 24 jaar (voor beide partners). De kans dat ouders hun kinderen in een huwelijk kunnen dwingen neemt immers af naarmate kinderen ouder en zelfstandiger worden.

9.) Geen EU- beleid op het gebied van gezinsvorming- en hereniging
De allergrootste bedreiging voor het goed reguleren van gezinsvorming en hereniging wordt gevormd door de EU! Het Gemeen¬schapsrecht op het gebied van immigratie is onvoorstelbaar zwak en naïef. Zo moet Nederland zich houden aan de absurde bepaling dat familie- en gezinsleden van EU- onderdanen die in een ander EU-land verblijven dan waarvan ze de nationaliteit bezitten ook ‘automatisch’ worden aangemerkt als EU-onderdaan. Dat betekent dus dat bijvoorbeeld een Algerijn met een Frans paspoort die zich in Nederland vestigt, niet alleen zelf een EU-status krijgt, maar dat ook zijn vrouw en kinderen deze status van EU-onderdaan krijgen. De nationaliteit van de familie- of gezins¬leden speelt dan geen rol en alle ‘normale’ toelatingsvoorwaarden vervallen!

Zo hoeft niet voldaan te worden aan Nederlandse eisen zoals de inkomeneis, het samenwoningsvereiste, het MVV-vereiste etc. De effecten van deze bepaling laten zich natuurlijk niet raden: heel veel vreemdelingen – bijvoorbeeld een tien jaar illegaal in Nederland verblijvende Egyptenaar - die normaliter niet voor een verblijfsvergunning in aanmerking zouden komen, melden zich nu bij de gemeente met bijv. een Egyptische partner die een Duits paspoort heeft. Hiermee is rechtmatig verblijf in Nederland alsnog eenvoudig geregeld! Door deze onvoorstelbaar zwakke immigratieregels, moet (op dit gebied) afstand worden genomen van de EU door de betreffende verdragen op onderdelen te wijzigen danwel voor een opt-out te kiezen.

Praktijkvoorbeeld 5
V. is in 1994 naar Nederland gekomen en heeft een aantal kansloze verblijfsaanvragen ingediend. Op enig moment is hij uitgezet naar Turkije, hetgeen hem er echter niet van weerhield om weer terug te keren naar Nederland. Hij meldde zich recentelijk bij de gemeente met zijn nieuwe vrouw, een Turkse met een Duits paspoort. Deze vrouw heeft hier EU-verblijfsrecht en die status geldt nu dus ook voor V. Hij hoefde daarvoor niet aan alle gangbare verblijfsvoorwaarden te  voldoen, zoals aan de vrij strevige inkomenseis, de eis om een MVV te hebben, de eis om met de partner samen te wonen, de eis om een inburgeringstoets te doen etc.

10.) Betere controle op inkomens- en samenwoningsvereisten
Belangrijke voorwaarden in het vreemdelingenbeleid zijn dat degene die een partner of familielid uit het buitenland over laat komen over voldoende inkomen moet beschikken en feitelijk met die persoon moet samenwonen. Dit wordt echter onvoldoende gecontroleerd. Er vinden geen standaardcontroles plaats bij bijv. de belastingdienst. Resultaat: grootschalige fraude met valse arbeidscontracten en salarisspecificaties. Er zijn legio uitzendbureaus en loonbedrijven die deze valse documenten tegen betaling ter beschikking stellen. Wij stellen voor dat de IND te allen tijde standaard bij de belastingdienst controleert of er ook daadwerkelijk sprake is van het gestelde inkomen. Bovendien zal er ook bij de Gemeentelijke Sociale Diensten moeten worden gecontroleerd of betrokkene geen bijstandsuitkering geniet, want indien dat het geval is wordt niet aan de inkomenseis voldaan. Ook moet actiever door de vreemdelingenpolitie worden gecontroleerd of mensen daadwerkelijk samenwonen.

Praktijkvoorbeeld 6
V. heeft een verblijfsvergunning voor verblijf bij haar echtgenoot, maar is al langer dan een jaar van deze echtgenoot gescheiden en leeft waarschijnlijk nog veel langer al niet meer met hem samen. Dat heeft ze niet aan de IND doorgegeven, zodat ze haar vergunning heeft behouden. Bij gebrek aan controle van IND-zijde is dit ook redelijk makkelijk. Dat is jammer, omdat hierdoor lange tijd ten onrechte een bijstandsuitkering aan V. is verstrekt, hetgeen overigens op zichzelf al een grond is om haar verblijfsvergunning in te trekken.

11.) Valse gegevens bij verblijfsaanvraag: aanvraag altijd afwijzen
Het is in de praktijk aan de orde van de dag dat bij verblijfsaanvragen valse gegevens worden verstrekt. Hier staat op zichzelf geen enkele sanctie op: als je bijvoorbeeld ondanks een leugen toch aan alle voorwaarden voldoet, dan leidt de leugen niet tot afwijzing van het verzoek om een verblijfsvergunning. Maar ook leugens in de asielprocedure hebben nu geen effect op later opgestarte reguliere procedures. Als iemand in een asielprocedure de boel aantoonbaar heeft bedrogen (door bijvoorbeeld te liegen over nationaliteit), kan dit in andere (reguliere) procedures nooit worden tegengeworpen. Het is logisch dat het claimen van een verblijfsvergunning middels leugens en bedrog moet worden ontmoedigd.
Mensen die bewust valse gegevens verstrekken zouden dan ook hun rechten moeten verspelen om ooit nog voor verblijf in Nederland in aanmerking te komen.

Praktijkvoorbeeld 7
V. reist Nederland in en dient een asielaanvraag in. Hierbij geeft ze aan geen papieren te hebben en uit Liberia te komen, alwaar ze onbeschrijflijke oorlogsellende heeft meegemaakt. De aanvraag wordt afgewezen. V. hoeft echter niet uit Nederland te vertrekken, omdat ze een nieuwe verblijfsaanvraag heeft ingediend: ze zegt recht te hebben op een reguliere verblijfsvergunning voor verblijf bij partner. Omdat ze er achter kwam dat voor reguliere verblijfsdoelen altijd het paspoortvereiste geldt, heeft ze haar tijdens de asielprocedure gedane bewering dat ze dat niet heeft (en ook niet kan krijgen) teruggenomen. V. blijkt over een puntgaaf Nigeriaans (!) paspoort te beschikken.  

12.) Nederlandse verblijfsvergunning: in Nederland wonen of intrekking vergunning
Een verblijfsvergunning kan worden ingetrokken als een vreemdeling zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft gevestigd. Dit gebeurt als hard kan worden gemaakt dat iemand tenminste 9 maanden niet meer in Nederland heeft verbleven, of als iemand voor het derde achter¬eenvolgende jaar meer dan zes achtereenvolgende maanden buiten Nederland heeft verbleven. Nog afgezien van het feit dat hier nooit op wordt gecontroleerd, zijn die termijnen natuurlijk veel te lang. Want het hebben van een Nederlandse verblijfsvergunning moet betekenen dat ook in Nederland wordt gewoond. En daarvan is nauwelijks sprake als vreemdelingen jaarlijks (meer dan) de helft van de tijd in hun eigen land van herkomst kunnen vertoeven. En dat gebeurt dan ook veelvuldig; vreemdelingen gaan in groten getale voor vele maanden per jaar naar hun land van herkomst. Hierdoor wordt niet of nauwelijks een bijdrage geleverd aan de Nederlandse samenleving. De focus van migranten blijft gericht op hun bestaan in het land van herkomst. Wie voor een Nederlandse verblijfsvergunning kiest, moet natuurlijk ook voor een bestaan in Nederland kiezen. Daarom stellen wij voor dat het verblijfsrecht van migranten wordt ingetrokken bij een verblijf in het buitenland van langer dan zes weken!

Praktijkvoorbeeld 8
V. is in 2000 vanuit Marokko naar Nederland gekomen en heeft nu een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. In 2005 geeft hij te kennen dat zijn nieuwe echtgenote en haar kinderen ook een Nederlandse verblijfsvergunning willen hebben, nu de kinderen hun schoolopleiding in Marokko hebben afgemaakt. Zij dienen daartoe een aanvraag in (voor verblijf bij V.), waarbij opgemerkt wordt dat V. op dit moment niet in Nederland woont. Hij geeft er de voorkeur aan om zo lang mogelijk (ongeveer de helft van het jaar) in Marokko te verblijven. Daar woonde hij ook bij zijn nieuwe echtgenote, die dus nu de verblijfsaanvraag doet. V. heeft geen werk, voldoet dus niet aan de inkomenseis, maar wil daar vrijstelling van vanwege “arbeidsongeschiktheid”.

13.) Uitzetting per Koninklijke Luchtmacht
Het sluitstuk van een goed vreemdelingenbeleid is een goed terugkeerbeleid. In 2005 waren er volgens een schatting van Minister Verdonk maar liefst 250.000 illegaal in Nederland verblijvende personen. Van dit ongelooflijk grote aantal moeten zoveel mogelijk vreemdelingen uit Nederland worden verwijderd. Topprioriteit moet dan natuurlijk liggen bij criminelen en bezorgers van andersoortig overlast. Zoals alle procedures in het vreemdelingenbeleid, kosten uitzetprocedures ontzettend veel tijd, geld en moeite. Soms vertrekken vreemdelingen zelfstandig uit Nederland. Helaas is echter veel vaker sprake van gedwongen vertrek! Vreemdelingen worden dan, al dan niet onder begeleiding, door de Koninklijke Marechaussee naar een land uitgezet.

Als vreemdelingen onder begeleiding van medewerkers van de Koninklijke Marechaussee worden uitgezet (3 medewerkers per vreemdeling), gebeuren er vaak nare dingen: Veel vreem¬de¬lingen verzetten zich tegen hun uitzetting door de Marechausseemedewerkers te slaan en te schoppen. Ook worden medewerkers gebeten en bespuugd. Vaak gebeurt dat met bloed, dat is vrijgekomen door het stukbijten van de tong of wang. Hierdoor ontstaat het risico op besmetting met ziekten, zoals het hiv-virus. Om uitzetting tegen te gaan smeren veel vreemdelingen zichzelf verder vaak in met hun uitwerpselen. Een woordvoerder van de Marechaussee benadrukte in 2004 nog dat het in ongeveer 10 procent van alle gevallen mis gaat. Bij meer dan de helft van alle geëscorteerde uitzettingen wordt de vlucht afgebroken! Ook weigeren gezagvoerders van vluchten in toenemende mate  uit te zetten vreemdelingen, die problemen veroorzaken, aan boord te nemen. Door dit problematische karakter van uitzettingen, moeten deze niet langer per (KLM) lijn- of chartervlucht worden uitgevoerd. De overlast van uitzettingen kan eenvoudig worden tegen¬gegaan door toestellen van de Koninklijke Luchtmacht in te zetten! De luchtmacht heeft immers al geschikte (grote) toestellen beschikbaar voor deze taak. Waarschijnlijk zijn de vluchten met deze toestellen ietwat soberder dan de gebruikelijke lijn- of chartervluchten, maar dat is alleen maar een voordeel.

Praktijkvoorbeeld 9
Uitzettingen maken niet altijd evenveel indruk op vreemdelingen. Zo ook niet op V., van Egyptische nationaliteit. Deze crimineel is op grond van zijn gepleegde misdaden recentelijk tot ongewenst vreem¬de¬¬ling verklaard en per lijnvlucht, onder begeleiding van medewerkers van de marechaussee, uitgezet naar Cairo. Vier weken later dook hij weer op in Nederland, zodat hij opnieuw op de nomi¬natie staat om uitgezet te worden. De kosten die dit met zich meebrengt zijn natuurlijk bijzonder hoog!

14.) Zonder inreistoestemming (MVV) géén verblijfsaanvraag in Nederland afwachten
Vreemdelingen die voor een regulier verblijfsdoel naar Nederland willen komen, moeten vantevoren in het bezit zijn gesteld van een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV). Zo’n MVV wordt in het land van herkomst afgegeven als is vastgesteld dat aan alle toelatingsvoorwaarden wordt voldaan. Eenmaal in Nederland wordt vervolgens de verblijfsvergunning aangevraagd en de beslissing daarop mag hier worden afgewacht. Maar vreemd genoeg mogen ook vreemdelingen die géén MVV hebben de beslissing op een verblijfsaanvraag in Nederland afwachten. Dit resulteert in het ongewenste feit dat jaarlijks duizenden vreemdelingen illegaal Nederland inreizen en op kinderlijk eenvoudige wijze (voor maandenlang) rechtmatig verblijf regelen door een (vaak kansloze) verblijfsaanvraag in te dienen. Deze vreemdelingen zijn vervolgens moeilijk uitzetbaar.

Een ander probleem is dat vele uitgeprocedeerde vreemdelingen massaal hun uitzetting traineren door simpelweg een nieuwe verblijfsaanvraag in te dienen, waarop de beslissing hier (dus) mag worden afgewacht. Deze problemen zijn eenvoudig op te lossen door alleen vreemdelingen die een MVV hebben gekregen de beslissing op hun verblijfsaanvraag in Nederland af te laten wachten.

Praktijkvoorbeeld 10
Namens V. is tot drie keer toe een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) aangevraagd voor “verblijf bij vader”. De aanvragen zijn echter steeds door de IND afgwezen. Ook de rechter bepaalde vervolgens dat niet aan de toelatingsvoorwaarden werd voldaan. Desondanks reist de inmiddels meerderjarige V. toch naar Nederland en vraagt hier een verblijfsvergunning aan voor verblijf bij zijn vader. Hij geeft hierbij aan dat hij vrijstelling van het MVV-vereiste wil, omdat hij gezinslid is van een EU-onderdaan, hetgeen echter onzin is. Later geeft hij aan dat hij vrijstelling wenst van het MVV-vereiste vanwege medische klachten. V. mag de aanvraag in Nederland afwachten en n.a.v. zijn verzoek om vrijstelling van het MVV-vereiste wordt een onderzoek opgestart bij het Bureau Medische Advisering van de IND. In de bezwaarfase van de procedure vindt ook een hoorzitting plaats, waarbij -zoals gebruikelijk is bij dit soort zaken- een tolk ter beschikking is gesteld. Uit het rapport van de medisch adviseur komt naar voren dat de medische klachten van V. geen aanleiding geven om hem vrij te stellen van het MVV-vereiste: hij kan gewoon reizen en zijn behandeling plus medicijnen zijn beschikbaar in Turkije. Het bezwaarschrift wordt dan ook ongegrond verklaard. Terwijl V., gelet op de meerdere afwijzingen op zijn MVV-aanvragen, geen toestemming had om zich in Nederland te vestigen, heeft hij de Nederlandse samenleving met zijn komst toch voor een voldongen feit gesteld, hetgeen beloond is met het feit dat hij hier lange tijd (tijdens zijn verblijfsprocedures) rechtmatig verblijf en medische behandelingen kreeg. Het is niet bekend of V. is teruggekeerd naar Turkije.

15.) Eén verblijfsaanvraag per vreemdeling
Omdat geen grens is gesteld aan het aantal verblijfsaanvragen dat kan worden ingediend, houden veel vreemdelingen zichzelf (veelal met kansloze aanvragen) eindeloos in procedure. Naast het feit dat deze vreemdelingen (hierdoor) niet kunnen worden uitgezet, brengt dit vele andere nadelen met zich mee. Denk bijvoorbeeld aan de werkcapaciteit van de IND en rechtbanken die hierdoor wordt opgeslokt en de zeer hoge kosten die onderzoeken / tolken e.d. met zich mee brengen. Een grens stellen van maximaal één aanvraag om een (reguliere) verblijfsvergunning per vreemdeling is daarom meer dan gerechtvaardigd.

Op voorstel van Groep Wilders is dit punt op donderdag 28 september door de Tweede Kamer overgenomen! De betreffende motie werd aangenomen met steun van onder meer CDA, VVD en LPF.

Praktijkvoorbeeld 11
Samengevat procedure-overzicht van V., van Turkse nationaliteit:
- asielprocedure (aanvraag om toelating als vluchteling) 1; t/m beroep afgewezen.
- aanvraag om een reguliere verblijfsvergunning voor ‘medische behandeling’ 1; t/m beroep afgewezen.
- aanvraag om een reguliere verblijfsvergunning o.g.v. ‘klemmende redenen van humanitaire aard’ 1; t/m beroep afgewezen.
- aanvraag om een reguliere verblijfsvergunning voor ‘verblijf bij minderjarig kind’; t/m beroep afgewezen.
- aanvraag om een reguliere verblijfsvergunning o.g.v. ‘klemmende redenen van humanitaire aard’ 2; t/m bezwaar afgewezen.
- asielprocedure (aanvraag om toelating als vluchteling) 2; t/m beroep afgewezen.
- aanvraag om een reguliere verblijfsvergunning voor ‘arbeid in loondienst’; t/m bezwaar afgewezen.
- verblijfsaanvraag o.g.v. een zogenaamde witte illegalenregeling; t/m bezwaar afgewezen.
- aanvraag om een reguliere verblijfsvergunning voor ‘medische behandeling’ 2; t/m beroep afgewezen.
- aanvraag om een reguliere verblijfsvergunning o.g.v. ‘vreemdeling die buiten zijn schuld Nederland niet kan verlaten’; t/m bezwaar afgewezen.
- aanvraag om een reguliere verblijfsvergunning voor ‘verblijf bij partner’; in eerste aanleg afgewezen.
- aanvraag verblijfsvergunning o.g.v. de door Nawijn geintroduceerde ‘14-1 regeling’; afgewezen!
- Aanvraag reguliere verblijfsvergunning ‘bijzonder individueel geval’; loopt nog!
Naast al deze procedures die IND en rechtbanken nu al jarenlang bezighouden worden er tientallen brieven geschreven en klachten ingediend. Ook komen er steunbetuigingen van moskeeën e.d. binnen.

Als een reactie hierop iets te lang uitblijft, schakelt de advocaat van V. meteen de nationale ombudsman in, die de IND vervolgens aanspoort sneller te reageren. De advocaat van V. wil alle gevoerde procedures het liefst nog eens over doen, en dient dus herhaaldelijk ‘verzoeken om heroverweging’ in.

16.) Criminele immigranten het land uit
Criminele vreemdelingen worden onder het huidige beleid te veel  in bescherming genomen. Zo kan iemand die langer dan 5 jaar geleden (bijvoorbeeld tijdens illegaal verblijf in Nederland) een misdrijf heeft gepleegd “gewoon” worden toegelaten tot Nederland, omdat het delict dan is verjaard. Wij stellen voor deze periode op te rekken naar 10 jaar. Een ander probleem is dat criminele vreemdelingen, eenmaal toegelaten tot Nederland, hun verblijfsvergunning niet snel genoeg kwijt raken na het plegen van een misdrijf, ook niet na de laatste aanscherpingen van het kabinet. Groep Wilders / Partij voor de Vrijheid vindt dat alle criminele migranten, die niet de Nederlandse nationaliteit bezitten, na het plegen van een misdrijf binnen de eerste 10 jaar van hun verblijf in Nederland, hun verblijfsrecht moeten verliezen! Dit sluit overigens goed aan op ons voorstel om vreemdelingen pas na 10 jaar rechtmatig verblijf in Nederland in aanmerking te laten komen voor naturalisatie.

Praktijkvoorbeeld 12
V. is vanuit Marokko naar Nederland gekomen en heeft hier enige verblijfsprocedures doorlopen. Hij pleegt in de tussentijd een ernstig geweldsdelict, waar hij vijf en een halve maand gevangenisstraf voor krijgt. Na deze gevangenisstraf meldt hij dat hij een verblijfsvergunning voor ‘verblijf bij partner’ wil hebben. Deze eveneens uit Marokko afkomstige partner is zelf ook Nederland binnengekomen op grond van een (eerdere) partnerrelatie, en heeft inmiddels de Nederlande nationaliteit verkregen. Het feit dat V. een veroordeelde geweldspleger is, is geen reden om  de verblijfsvergunning te weigeren. Hij mag zich dus bij zijn partner vestigen, maar dient nog wel een bezwaarschrift in, omdat hij het niet eens is met de ingangs¬datum van zijn verblijfsvergunning; hij wil per eerdere datum rechtmatig verblijf in Nederland toegekend krijgen, zodat met terugwerkende kracht aanspraak gemaakt kan worden op meer huursubsidie e.d.! Maar omdat hij de verblijfsaanvraag nu eenmaal niet eerder dan de ingangsdatum van de vergunning heeft ingediend, wordt het bezwaarschrift ongegrond verklaard.
P.S. bovenstaande situatie kon plaatsvinden tot 15-2-05. Het openbare orde beleid is inmiddels enigszins aangescherpt.

17.)  Assimilatiecontract voor immigranten
Een noodzakelijke eis aan de (toekomstige) migrant is het tekenen van een ‘assimilatie¬contract’ met de Nederlandse overheid. Hiermee geeft de migrant te kennen dat hij de Nederlandse dominante waarden en normen zal gaan delen. Het niet tekenen van dit contract zal een directe afwijzingsgrond zijn van de verblijfsaanvraag en een intrekkings¬grond van de verblijfsvergunning van vreemdelingen die hier al zijn. Dit laatste gebeurt ook als vast komt te staan dat het contract niet wordt nageleefd. Het contract zal onder meer toe gaan zien op: gelijkheid tussen man en vrouw, het niet accepteren van gebruik van fysiek geweld tegen vrouwen, het principe van scheiding tussen kerk en staat en de vrijheid van homoseksuelen om een relatie aan te gaan met iemand van hetzelfde geslacht.


18.) Remigratie naar het land van herkomst bevorderen
In plaats van immigratie kan beter de (vrijwillige) remigratie van vreemdelingen naar hun land van herkomst worden bevorderd. Niet alleen omdat Nederland vol is, en immigratie zeer veel problemen met zich meebrengt (integratieproblemen, criminaliteit etc.), maar ook omdat dit vanuit economisch oogpunt beter is: Onderzoek van Regioplan beleidsonderzoek heeft aan het licht gebracht dat elke vreemdeling, die in het kader van de remigratiewet vrijwillig terugkeert naar het land van herkomst, de schatkist over een periode van 10 jaar maar liefst € 33.531 oplevert! Zelfs met de betaling van zeer forse terugkeer¬premies aan deze vreemdelingen, wordt er dus enorm veel geld bespaard op uitgaven voor zaken als uitkeringen, huursubsidie, gezondheidszorg en onderwijs. Deze uitgaven zouden wel moeten worden gedaan als de remigrerende vreemdelingen in Nederland zouden zijn gebleven.

Groep Wilders / Partij voor de Vrijheid wil structureel 250 miljoen euro investeren om de vrijwillige remigratie van vreemdelingen verder te stimuleren. Voorwaarde voor deze extra financiële injectie is wel dat de terugkeeroptie, zoals die nu nog bestaat voor remigranten, dan vervalt. Want nu gebeurt het te vaak dat mensen die gebruik maken van de riante remigratieregelingen in een later stadium weer terugkeren naar Nederland.

Modern onbehagen
Wij leven in een moderne, liberale samenleving. En de meeste mensen zijn daar eigenlijk best tevreden mee. In de gedachte van velen heeft de geschiedenis zelfs haar voltooiing gevonden in het type samenleving dat wij nu met elkaar vormen. De Duitse filosoof Hegel was in 1806 getuige van Napoleons overwinning op de Pruisische legers bij Jena, en stelde in extase vast dat de geschiedenis haar einde had bereikt: de Franse Revolutie met haar grote idealen van de rechten van de mens bleek zich onoverwinnelijk te verbreiden.

Nederland heeft dringend behoefte aan verandering. Onbehagen en onzekerheid moeten worden overwonnen en plaats gaan maken voor trots en een zelfbewust elan. Nederland moet weer een vrij, vitaal en fatsoenlijk land worden, met sterke burgers, hechte gezinnen, goed onderwijs, een kleine, weerbare overheid, en een sterke economie.
Dat is de inzet van de politieke strijd die bij de volgende verkiezingen zal worden beslecht.

De komende periode zal in de politiek hoogst enerverend zijn. Er is een lange en taaie politieke strijd op komst, en de uitslag van die strijd zal zo goed als zeker het politieke beeld in Nederland voor de komende tien jaar bepalen. Keren we definitief terug naar de oude politiek van pappen en nathouden, het verdelen van een steeds kleiner wordende koek, en van een lafhartig multiculturalisme – met een kabinet-Bos waarin Ahmed Aboutaleb minister van integratie, Jan Marijnissen minister van sociale zaken, Wijnand Duivendak minister van justitie, Harry van Bommel minister van economische zaken en Klaas de Vries hoofd van de AIVD zal zijn – of zorgen we voor een rechtse kentering door te kiezen voor duidelijkheid en daadkracht, voor groei en welvaart, en voor het benoemen en verdedigen van onze culturele identiteit?

De Nederlandse overheid smijt met geld. Met ons zuur verdiende belastinggeld. De overheid is ontzettend duur geworden, zo merken we aan het einde van iedere maand. Ons loonstrookje maakt iedere keer weer duidelijk welk een groot deel van ons inkomen maandelijks wordt afgeroomd. Via directe en indirecte belastingen en premies betaalt de gemiddelde Nederlander gedurende zijn gehele werkzame leven - volgens een schatting van het CPB - ongeveer 60 procent van zijn inkomen aan de overheid.

Dat betekent dat we bijna de helft van het jaar voor de staat werken, en pas vanaf 15 juni ons geld zelf mogen houden. Waar gaat al dat geld dat de overheid inhoudt eigenlijk naar toe? Zijn alle uitgaven die met ons belastinggeld worden gefinancierd wel zo zinvol en belangrijk? En als de doelen al zinvol zijn, is de overheid dan wel de aangewezen instantie om die doelen te realiseren?

Geert Wilders presenteert zijn brede programma voor een beter Nederland. Doel: het land teruggeven aan de burger en een frontale aanval starten op de elite. Wilders bepleit in zijn onafhankelijkheidsverklaring een aantal stevige maar faire maatregelen, die Nederland weer moeten maken zoals ons land bedoeld is: vrij, welvarend en onafhankelijk. 

steun ons ideal

donaties

doneer

Nederland
English