Hieronder de inbreng van Martin Bosma tijdens een algemeen overleg over het gebruik van vreemde talen in het onderwijs.

De taal is gansch het volk
Vz, de Onderwijsraad heeft het in het eerste hoofdstuk, ja zelfs de eerste zin, over de internationale economie en dat Nederland daarin moet meekomen en dat we daarom onze talen moeten spreken. Dat klopt allemaal wel. Maar er is iets waar de Onderwijsraad over zwijgt. Taal heeft ook nog een andere waarde dan een vulgair-economische. Taal, het Nederlands, is ook de drager van onze cultuur. Een cultuur die gedeeld wordt door 22 miljoen mensen. De taal is gansch het volk.

Daar hoor je dit kabinet een stuk minder over en de Onderwijsraad al helemaal niet. Sterker nog, de positie van onze taal holt achteruit. De minister van onderwijs is ook de minister van cultuur. Nu deze duobaan dan toch bestaat zeg ik: laat de minister van cultuur waken over de positie van het Nederlands in dat onderwijs. En dat gebeurt niet. Drie voorbeelden.

1. De teloorgang van het Nederlands in het hoger onderwijs. Steeds meer vakken worden daar gegeven in het Engels. Dat brengt geld in het laatje doordat buitenlandse studenten naar hier kunnen komen. Maar doordat het Nederlands steeds meer verdwijnt uit de academische wereld verwordt het Nederlands tot een boerendialect. De taal van onze volksgenoten in Vlaanderen werd pas serieus genomen toen er hoger onderwijs in werd gegeven. Universiteit van Gent, 1930. Het hebreeuws werd een echte taal toen het Technion in Haifa overschakelde op de tale Kanaans. Twee voorbeelden van talen die promoveerden dankzij het gebruik ervan in het hoger onderwijs. Maar: talen kunnen ook degraderen en dat gebeurt met het Nederlands dankzij minister Plasterk. Het is het Nederlands dat een vreemde taal wordt op onze universiteiten. Minister van cultuur, doe iets.

De oorzaak is niet de internationalisering, maar de weg-met-ons-cultuur. Dat kan ik (het gaat om wetenschappelijk onderwijs) ook wetenschappelijk bewijzen. In de zuidelijke Nederlanden doen ze hier namelijk helemaal niet aan mee. En let wel: Vlaanderen is de meest welvarende regio van Europa. Dus zonder uitverkoop van je eigen cultuur kun je toch geld verdienen, onderwijsraad.

In NRC Handelsblad lazen wij recentelijk een alarmerend artikel over de ver-engelsing van het hoger onderwijs. Is de minister bereid tot een onderzoek dat nou eens in kaart brengt hoe erg het is? En (gezien het steenkolenengels dat nu in de collegezalen gebezigd wordt) ook de antwoord op vraag: how do you underbuild that?

2. Engels in het basisonderwijs. Dat er Engels als vak wordt gegeven is wat de Partij voor de Vrijheid betreft prima. Maar dat er tweetalig onderwijs ontstaat draagt opnieuw bij tot de degradatie van het Nederlands. De organisatie Taalverdediging voert hier actie over, onder andere bij de rechter. In Rotterdam gaan de scholen van de BOOR maar liefst 15 procent van hun tijd les geven in het Engels. Dus ook veterstrikken in het Engels, de handstand in het Engels en wellicht staartdelen in het Engels. En 15 procent, dat zal wel snel meer worden. Immers, scholen kunnen op deze manier bewijzen dat ze progressief zijn en kosmopolitisch en dat de leiding niet bestaat uit van die enge Wilders-aanhangers. Het heet een proef, maar niets is zo permanent als een overheid die een proef doet. Mijn fractie vreest dan ook voor een olievlek-werking.

Denkt de minister nog wel eens aan het advies van de commissie Dijselbloem die voorstelde dat het onderwijs zich concentreert op taal en rekenen? Ik kan u uit de eerste hand verklappen: met ‘taal’ werd niet bedoeld Engels.

En is de minister bekend met ontwikkelingspsycholoog Ewald Vervaet die zegt dat taalonderwijs op al te jonge leeftijd verkeerd is. Kinderen zijn er nog niet aan toe. Het betekent hoge kosten en lage opbrengsten.

En kent de minister de wet? De Wet Primair Onderwijs artikel 9, lid 8 luidt: “Het onderwijs wordt gegeven in het Nederlands.” Vraag aan de minister. Geldt de wet ook voor Rotterdam?

3. De opkomst van het Turks en het Marokkaans als talen die op scholen informeel worden gebruikt. Bijvoorbeeld op schoolpleinen, maar ook binnen het gebouw. Ik ontving een mailtje van iemand die veel op scholen komt en bericht over een bezoek aan een crèche hier in Den Haag. (Ik citeer:)
Er zaten op die peuterspeelzaal veertig k inderen en alle veertig bleken van Turkse of Marokkaanse afkomst. (…) Ze spraken geen van alle Nederlands. En of dat nog niet erg genoeg was waren er daar vijf leiderster die gewoon met die kinderen in de eigen taal spraken.
De schrijver ziet deze zaken ook op veel scholen en vraagt zich af waarom dit gebeurt met Nederlands belastinggeld.

Vraag aan de minister: op hoeveel scholen en peuterspeelzalen in Nederland is het Nederlands een vreemde taal aan het worden. Wil zij zich daartegen uitspreken en op welke manier wil hij bevorderen dat scholen in Nederland weer Nederlandse scholen worden?

Engels in het basisonderwijs kan prima gegeven worden. Bijvoorbeeld vanaf groep 6. Dat is vroeg genoeg en geeft nog voldoende gelegenheid, ook met het oog op de drukke periode later rondom de Citotoets. En, voorzitter, moet het ook niet worden vastgelegd in de kerndoelen, referentieniveaus of hoe we dat ook noemen.

Als het dan op de basisschool wordt gegeven, moet het vak Engels dan geen verplicht vak worden op de Pabo. Nu is het een keuzevak maar gezien het groeiende belang zou dat moeten niet moeten worden opgewaardeerd tot een verplicht vak? Graag hier antwoord op.