De Partij voor de Vrijheid is geschokt over de wetenschappelijke fraude van het Nexus Instituut, gelieerd aan de Universiteit van Tilburg. Het gaat om Rob Riemen. Hij heeft in een rede Menno ter Braak citaten toegedicht die in het geheel niet door Ter Braak zijn gedaan.

Martin Bosma: “Riemen voert Menno ter Braak consequent op als iemand die al voor de Tweede Wereldoorlog commentaar leverde op Geert Wilders. Riemen “citeert” steeds zo dat het lijkt alsof Ter Braak iets zegt over de PVV en haar ideeën. Dit is keiharde wetenschappelijke fraude. Zoiets mag niet zonder gevolgen blijven. Onbegrijpelijk dat het Nexus Instituut van meneer en mevrouw Riemen meer dan een miljoen per jaar toucheert, terwijl de core-business ervan haat tegen de PVV lijkt te zijn. Het wordt tijd voor grote schoonmaak in Tilburg. Zeker na de fraude-gevallen die vorige week aan het licht kwamen.” 

Het is niet de eerste keer dat Riemen Menno ter Braak postuum inzet voor zijn strijd tegen de PVV. De pseudo-wetenschapper deed dat al eerder in zijn boek De eeuwige terugkeer van het fascisme. “De Universiteit van Tilburg had gewaarschuwd moeten zijn. Riemen misbruikte Menno ter Braak al eerder. OCW moet haar subsidie aan het Nexus Instituut van meneer en mevrouw Riemen onmiddellijk staken.” 

Vragen van de leden Bosma en Beertema aan de minister van OCW inzake nieuwe gevallen van wetenschappelijke fraude aan het Nexus Instituut, gelieerd aan de Universiteit Tilburg

 

12 september 2011 

1) Heeft u kennisgenomen van de recente rede van Rob Riemen op het Lowlands Festival? Bent u tevens bekend met ‘Het nationaal-socialisme als rancuneleer’ van Menno ter Braak uit 1937(1)? 

2) Stelt u met mij vast dat Riemen Menno Ter Braak een aantal letterlijke citaten in de mond legt, onder andere door het gebruik van de dubbele punt (na de zin ‘Ter Braak constateert, met stijgende verbazing en verontrusting:’), alsmede door af te sluiten met “aldus Menno ter Braak”, en door het gebruik van de woorden “ik citeer”, die Riemen letterlijk uitspreekt en zijn terug te horen op de audioweergave van de rede(2)? 

3) Deelt u de waarneming dat deze “citaten” nergens zijn terug te vinden in ‘Het nationaal-socialisme als Rancuneleer’? Deelt u de mening dat Riemen evenmin parafraseert en dat deze “citaten” vooral gecreëerd lijken om de Partij voor de Vrijheid in een kwaad daglicht te stellen? 

4) Deelt u de mening dat de Universiteit Tilburg gewaarschuwd had moeten zijn aangezien Riemen in zijn pamflet De eeuwige terugkeer van het fascisme Menno ter Braak ook al tendentieus nep-citeert met de bedoeling Ter Braak in te zetten voor Riemen’s pseudo-wetenschappelijke blinde haat tegen de PVV(3)? 

5) Deelt u de mening dat wetenschappelijke fraude de fundamenten aantast van het aanzien van de universiteiten in Nederland en dus nooit onbestraft mag blijven? Bent u bereid de subsidie aan het Nexus Instituut per onmiddellijk te staken? 

 

(1)‘Het nationaal-socialisme als rancuneleer’ in ‘De Draagbare Menno ter Braak’, Uitgeverij Prometheus, 1992, Amsterdam, pagina 171. Ook te vinden op http://www.dbnl.org/tekst/braa002verz03_01/braa002verz03_01_0033.php 

 

De speech van Riemen: http://coolpolitics.nl/projecten/Rob%20Riemen De relevante passage luidt:

Angst voor vrijheid is een oud verhaal.
In 1937 is er een Nederlandse cultuurcriticus, Menno ter Braak, die ziet dat er in ons land een beweging in opkomst is die de angst voor vrijheid en de rancune in de samenleving politiek gaat gebruiken.
Ter Braak constateert, met stijgende verbazing en verontrusting:
‘Er is nu een politieke beweging aan het groeien die voortdurend boos is en de boosheid en agressie in de samenleving aanwakkert!’
‘Zij zijn niet in echte oplossingen geïnteresseerd, want ze hebben de misstanden nodig om te kunnen blijven schelden.’
‘Dat is ook het enige waar ze echt verstand van hebben: schelden en haten. Ze hebben geen enkel positief idee, het enige wat ze willen is het uitleven van het ressentiment.”
‘Het meest haten ze joden, want ALLE problemen in het land komen door de joden. De joden zijn de zondebok! Jaag ze weg, en alles komt weer goed.’
‘Jodendom is voor hun geen religie. Het is een politieke ideologie die hun Nederland zal vernietigen.’
‘Opvallend aan de nieuwe politieke beweging is, dat ze beweren dat zij ALTIJD SLACHTOFFER zijn. Altijd zijn zij het die achtergesteld worden, de anderen hebben het altijd beter.’
‘Ook opvallend: ze haten intellectuelen, ze haten kunstenaars, ze haten cultuur, ze haten alles wat niet net zo gewoon is als zij zijn.’
‘Opvallend is dat de leider steeds roept: vroeger was het beter! Gooi alle buitenlanders eruit, als wij weer EEN volk zijn, komt alles goed.’
‘Opvallend is dat de beweging een heilig geloof heeft in een leider – zonder wie Nederland geen toekomst heeft – maar die man heeft nooit bewezen een leider te zijn.’
‘Niet opvallend, volstrekt logisch, is dat de leider een populist is die alles vertelt wat de massa wil horen en waarmee hij de massa voor zijn eigen belangen kan mobiliseren.’
Aldus Menno ter Braak in 1937.

Titel van zijn essay: HET NATIONAAL-SOCIALISME ALS RANCUNELEER.

(2)zie de audio-weergave op http://inlog.org/2011/09/05/why-deny-fascism-conversation-with-rob-riemen-added-to-incubate-program/ (op minuut 30) 

(3)Op pagina 24 van De eeuwige terugkeer van het fascisme citeert Riemen Menno ter Braak al eerder volledig onjuist:

‘Ter Braak constateert midden in de jaren dertig dat een politieke beweging Europa in haar greep begint te krijgen die niets anders doet dan het ressentiment exploiteren. Volgens Ter Braak is deze beweging alleen maar bezig met het stimuleren van agressie en boosheid, is zij niet werkelijk geïnteresseerd in oplossingen, heeft zij ook geen ideeën en wil ze eigenlijk ook geen oplossing vinden voor maatschappelijke problemen omdat ze de misstanden nodig heeft om te kunnen blijven schelden en haten. Want dat is de belangrijkste karakteristiek: schelden om te schelden en haten om te haten. Het maatschappelijk ressentiment wordt gebotvierd op een zondebok die de schuld krijgt van alles: de Joden. Tegelijk beschouwt deze beweging zichzelf als het eeuwige slachtoffer van “links” en “de elite”, en koestert ze een diepe weerzin jegens intellectuelen, kosmopolieten en iedereen die en alles wat “anders is”. Deze politiek wordt volgens Ter Braak niet zozeer gevoed door domheid, maar door halfbeschaving, te herkennen aan het voortdurend gebruik van slogans en frasen. Het is een reactionaire politiek die stelt dat alles weer beter wordt als het eigen volk gezuiverd is van volksvreemde elementen die alles verpesten.’