Na de moord op Pim Fortuyn – vijf jaar geleden – werd de journalistiek verweten te demoniseren, schaamteloos tegen het establishment te leunen en het volk te weinig stem te geven. Hebben media iets opgestoken van die kritiek? We vroegen het aan fractievoorzitter Geert Wilders van de PVV. Lees ook het artikel op Nieuws.nl.

In het zitje voor Wilders’ werkkamer in het Kamergebouw zitten twee fors uitgevallen bewakers met ‘oortjes’. Ze spreken soms; niet tegen elkaar, maar blijkbaar in een in hun kleding verborgen microfoontje. De Metro op het tafeltje voor hen kopt opzichtig: ‘Kans op terreuraanslag in Nederland afgenomen’. Op de opmerking: ‘Geen goed nieuws voor jullie’, antwoordt één van hen: ‘Mwah, er kan morgen zomaar iets gebeuren waardoor het helemaal anders is.’
In zijn met nostalgische meubels ingerichte vertrek dat uitkijkt op een binnenplaats, steekt Wilders even later zonder omhaal van wal. ‘Ik merk er niks van dat de media iets hebben geleerd van de periode-Fortuyn. Het is alleen maar erger geworden. We hebben een verschrikkelijke pers in Nederland. Nog steeds even links en multicultureel gedreven. Uitzonderingen daargelaten is er sprake van een soort Noordkoreaanse journalistiek.
Natuurlijk hoeven journalisten het niet met je eens te zijn. Ze mogen je ook de grond in schrijven, dat is allemaal prima. Maar ze moeten je wel een faire kans geven en dat gebeurt vaak niet.
Ik ben geabonneerd op de Financial Times, de Wall Street Journal en de Herald Tribune. Die zijn soms ook gekleurd, maar het gaat de diepte in. En de analyses zijn vaak veel feitelijker. Dat is een genot. Als ik in het buitenland ben koop ik altijd kranten. Om te vergelijken. In Nederland is het allemaal zó onder de maat.’

U gaat zelf soms opportunistisch om met journalisten.
‘Journalisten zijn angsthazen. Het zijn bange mensen, dat zie ik vaak aan hun ogen. Ze schurken tegen de macht aan, want ze willen ook morgen weer een goed nieuwtje hebben van die regeringspartij of een belangrijke oppositiepartij. Daarnaast is er angst om politiek incorrecte standpunten in te nemen. Als ze dat wel doen – of kritisch zijn – krijgen ze minder snel informatie. Ik heb het gezien toen ik bij de VVD zat, eerst als fractiemedewerker, later als Kamerlid. Journalisten werden gewoon gestraft als ze iets vervelends schreven. Het gebeurt bij andere fracties ook. Ze hoefden de eerste drie weken niet aan te komen. En het is niet leuk als je naar je hoofdredacteur moet om uit te leggen dat jij dat nieuwtje niet hebt.’

U zei in Elsevier dat er een hetze tegen de PVV wordt gevoerd; kruipt u daarmee niet bewust – net als Fortuyn – in de electoraal zeer lucratieve rol van underdog?
‘Het is absoluut een hetze en ik zit er niet op te wachten. Liever een paar zetels minder. Ik wil gewoon geen fascist genoemd worden of met een Hitlersnor worden afgebeeld. De PVV wordt in dag- en weekbladen – vooral door columnisten – nogal eens gekoppeld aan xenofobie en fascisme.
Helaas ben ik ook een beetje afhankelijk van de media: zij en politici hebben elkaar nu eenmaal nodig. Maar ik ben geen slaaf van de pers. Ik zeg soms keihard nee. Zoals tegen Pauw & Witteman. Ik vind het een verschrikkelijk programma met die twee linkse gasten als presentatoren. Of Rondom Tien: dat gaat in tegen al mijn genen. Echt een ver-schrik-ke-lijk programma. Zo’n hele grote groep die dan met z’n allen gaan zitten praten – ik háát groepen. Ik heb tegen Cees Grimbergen gezegd: als je ooit vragen wilt stellen voor een uitzending, prima. Maar ik ga niet in zo’n multiculti-zaal zitten. Dat doe ik gewoon niet.
Journalisten zijn dan vaak ontzettend beledigd; hoe dúrft u nee te zeggen? Maar ik mag dat toch zelf bepalen. Want ik heb wel eens bij Nova gezeten, en dan komt er zo’n verschrikkelijk extreem-rechts filmpje waarover niks is afgesproken, met daarna de suggestieve vraag: “zo meneer Wilders, u zult hier wel sympathie voor kunnen opbrengen?” Wham!, een stempel erop. Dan krijg je geen faire kans, vind ik.
Ik geloof niet in complotten. Alhoewel. Een vrijwilliger die ons bij de campagne hielp zit op de School voor Journalistiek in Utrecht. Hij vertelde me dat hij wel eens de klas is uitgestuurd omdat hij zei dat ie de ideeën van de PVV zo slecht niet vond. Mijn oren vielen er bijna af toen ik dat hoorde. Zo is de sfeer dus bij die docenten. En zoals het er op de scholen gaat zal het er op redacties ook toegaan. Ik heb een hekel aan dat journalistenwereldje, hoewel ik zelf ooit journalist wilde worden. En eigenlijk wil ik dat nog steeds – als correspondent in het Midden-Oosten lijkt me leuk.’

Wordt u door journalisten anders benaderd dan pakweg Pieter van Geel of Jacques Tichelaar?
‘Ja, het is voor de PVV moeilijker om voor andere thema’s dan de Islam aandacht te vragen. Ik zit nu met acht fantastische collega’s in de Kamer, en zie graag dat de woordvoerders in de media terecht kunnen met onderwerpen op het gebied van justitie, volksgezondheid of infrastructuur. Maar laatst presenteerden we een plan over politie en Justitie waar we drie maanden aan hebben gewerkt. Er was een zaal gehuurd in Nieuwspoort, met drank en weet ik het allemaal. Er kwamen slechts twee journalisten: één stagiaire van het Dagblad van het Noorden en iemand van Novum Nieuws. Verder een héle lege zaal.Als wij mondelinge vragen stellen wordt dat ook minder in de media geregistreerd dan bij andere partijen. De Kamer doet hetzelfde. Waar anders tien mensen aan de interruptiemicrofoon staan, staat er bij ons niemand als er een vraag wordt gesteld. De houding naar ons lijkt te zijn: laat ze maar.’

Draagt u vrije nieuwsgaring een warm hart toe; bent u voor een wettelijk recht op verschoning voor journalisten?
‘Ik ben voor vrije nieuwsgaring dus ik snap ook dat je op zijn tijd aan bronbescherming moet doen – anders droogt het nieuws op. Zo simpel is. Maar de wet is ook de wet. Bij strafbare feiten ligt de drempel wat mij betreft hoger. De rechter moet dat per geval bekijken.’

Wat vindt u van het zelfreinigend vermogen in de journalistiek?
‘Ik houd niet van juridificeren via de Raad voor de Journalistiek. Collega Martin Bosma heeft recent een zaak aangespannen tegen de Volkskrant die beweerde dat hij bepaalde functies niet verricht zou hebben die wel op zijn CV staan. Dat is een goede individuele keuze, en hij gaat dat glorieus winnen. Maar ik zie geen voordeel om als partij de Raad in te schakelen. Dan zou ik iedere week op de stoep kunnen staan. En ook al levert het misschien publiciteit op, daar is het me niet om te doen.’

donaties

doneer

Nederland
English