Op het Spuiplein, voor het Haagse stadhuis, vond vandaag de herdenking plaats van 100 jaar Armeense genocide. Diverse sprekers riepen op om deze vreselijke gebeurtenis nooit te vergeten, en om de genocide steeds bij naam te noemen. Kamerlid Harm Beertema was de eerste politieke spreker.

Het is een grote eer voor mij op deze belangrijke gedenkdag, tot u te mogen spreken.

Tussen 1915 en 1917 werden, op het hoogtepunt van de Ottomaanse jihad tegen de Christenen, bijna anderhalf miljoen mensen vermoord in wat nog altijd heel versluierend 'de Armeense kwestie' wordt genoemd. Tot de dag van vandaag spreekt ook onze regering van 'de kwestie van de Armeense genocide" in plaats van kortweg 'de Armeense genocide'. Vorige week nog riep ik namens mijn partij, als Tweede kamerlid van de Partij voor de Vrijheid, in het debat over de Armeense genocide de regering op om te stoppen met dit eufemisme, met dit versluierende taalgebruik, en eindelijk recht te doen, ook in het parlementair taalgebruik, aan het leed van het Armeense volk, aan de nagedachtenis van anderhalf miljoen mannen, vrouwen en kinderen.

Anderhalf miljoen mensen, elk van hen met een eigen leven, een eigen verhaal van liefde, van streven naar geluk, van vreugde en verdriet. Anderhalf miljoen levens, voltooid, maar nog veel meer onvoltooide levens, want te jong gefnuikt en in de knop van de jeugd gebroken. Zonder onderscheid des persoons, zonder respect voor de eeuwenoude Armeense cultuur, zonder waardering voor het bijzondere gegeven dat Armenië de eerste Christelijke natie ooit werd, zonder respect voor de oude rijke tradities van de Arameeërs, de Pontische Grieken en de Syrisch Orthodoxen trok de allesvernietigende jihad van de Ottomanen door het land.

Wat was het doel van deze jihad? Het doel was niet om alleen de mensen weg te vagen; nee, met de mensen moest een hele cultuur worden vernietigd, zodanig dat niets nog herinnerde aan de rijke eeuwenoude geschiedenis van het Christelijke gebied; de mooie Christelijke cultuur van lijden, van vergeving en liefde. Op planmatige wijze moest zelfs de herinnering eraan worden weggevaagd. Daarvoor werden plannen gemaakt, er werd een infrastructuur van moord en haat in het leven geroepen, zoals de nazi's dat later in dezelfde eeuw herhaalden.

De 20e eeuw, de eeuw van de dubbele holocaust, die van de Armeniërs, de Arameeërs, de Syrisch orthodoxen en de Pontische Grieken. De 20e eeuw, waarin we als burgers van de vrije westerse wereld elkaar beloofden: nooit weer. De 20e eeuw, waarin de haat van de jihad tegen de Christelijke wereld vorm kreeg in de Volkerenmoord tegen de Armenen, de Syrisch orthodoxen en de Pontische Grieken en 20 jaar later tegen de Joodse cultuur in Europa. De 20e eeuw, de eeuw van haat en schande, die pas zin krijgt op het moment dat we de geschiedenis in al haar grimmigheid, in al haar gruwelijkheid onderkennen.

Geschiedschrijving is niet gemakkelijk. Het is een pijnlijk proces van waarheidsvinding waarbij integriteit voorop dient te staan. Integere geschiedschrijving doet pijn, aan alle betrokken partijen. Maar het moet wel gebeuren. We zijn dat verschuldigd aan de nabestaanden van de slachtoffers van nog maar 100 jaar geleden. Van nog maar enkele generaties terug.

Mijn oproep aan de regering is om te stoppen met het versluierende taalgebruik, die twee woordjes, schijnbaar zo betekenisloos maar tegelijkertijd alleszeggend voor de nabestaanden van de slachtoffers van de eerste holocaust van de 20e eeuw, die twee woordjes 'kwestie van' die de gruwelen van de genocide relativeren waar niets te relativeren valt. Ze zijn respectloos naar de nabestaanden in Armenië zelf en naar alle Armeniërs in de diaspora wereldwijd. Respectloos naar alle Armeniërs die overal de rijke Armeense traditie en geschiedenis in ere houden, in Frankrijk, in de VS, in Twente, in Jerevan zelf. Ze ontkennen de waterscheiding die zich voltrok voor alle Christenen in het Ottomaanse rijk tussen de jaren 1915 en 1917, de jaren van verdriet en duisternis, waarin een cultuur bijna werd vernietigd.

Bijna, niet helemaal. Want intussen kunnen we vaststellen: uw cultuur is helemaal niet vernietigd, God zij dank daarvoor. Uw cultuur is springlevend, wereldwijd en dat is iets om trots en blij over te zijn. Laten we dat vieren vandaag. Laten we hier uw doden en uw leed herdenken, in de wetenschap dat de kinderen en de kleinkinderen van de vermoorde onschuldigen van toen, hier en overal ter wereld bijeen zijn om hun eigen bezielde verband te beleven, samen met hun ouders en hun kinderen en kleinkinderen. Daar ligt de zingeving, de zingeving van het schrijnende verleden, met de blik op de toekomst. Zingeving van het groet verdriet van het Armeense volk, van de Arameeërs, van de Pontische Grieken kan pas ten volle tot haar recht komen als ook overheden, als ook onze overheid, onverkort overgaat tot erkenning, erkenning van het grote lijden. Die erkenning bestaat er ondermeer in om afscheid te nemen van die twee schandwoorden 'kwestie van'. Er is geen kwestie; er is slecht het verdriet en de schande van de genocide. Laat ook onze Nederlandse overheid dat onverkort erkennen. Het zou zoveel goed doen, honderd jaar na dato? Ja, 100 jaar na dato. En tegelijkertijd alsof het gisteren was.
Laten wij nooit vergeten.

Dankuwel

 

Klik hier om het artikel te lezen op NOS.nl

Klik hier om het artikel te lezen op NU.nl

Klik hier om het artikel te lezen op DenHaagfm.nl

Klik hier om het artikel te lezen op AD.nl

Klik hier om het artikel te lezen NRC.nl

 

 

donaties

doneer

Nederland
English