Vragen van het lid De Roon (PVV) aan de minister van Justitie n.a.v. vernietiging van gemeentelijk verbod op verkoop softdrugs aan buitenlanders:

1.)
Heeft u kennis genomen van het bericht “ook buitenlander mag drugs kopen” (1)  ?

2.) 
Is het u bekend dat de inwoners van Maastricht en andere grensgemeenten (bij voorbeeld Venlo, Roosendaal, Terneuzen) van ons land, buitengewoon veel overlast ondervinden van buitenlandse drugsgebruikers op zoek naar drugs? Bent u het met mij eens dat het een taak van de overheid is om hier een eind aan te maken? Zo nee, waarom niet?

3.) 
Bent u het met mij eens dat het gedoogbeleid m.b.t. de verkoop van softdrugs er toe strekt om Nederlandse ingezetenen te behoeden voor de verleidingen van harddrugs? Of vindt u dat het de taak van de Nederlandse overheid is om zoveel mogelijk niet-ingezetenen te behoeden voor de verleidingen van harddrugs en dat daarom ook niet-ingezetenen zoveel mogelijk de gelegenheid moeten krijgen om softdrugs in Nederland aan te schaffen?

4.) 
Bent u het met mij eens dat het oordeel van de rechter (2) , inhoudende dat het Maastrichts verbod op verkoop van softdrugs aan niet-ingezetenen in strijd is met het discriminatieverbod, heeft geleid tot de onwenselijke uitkomst dat Nederland een magneet blijft voor softdrugsgebruikers uit de hele wereld? Ziet u hierin aanleiding om het discriminatieverbod zodanig aan te passen, dat een dergelijk onzinnige uitkomst niet meer mogelijk zal zijn? Zo neen, wat gaat u dan doen om buitenlandse drugsgebruikers nu eindelijk eens effectief uit ons land te weren?

(1)  NRC Handelsblad, 1 april 2008
(2)  Uitspraak Rechtbank Maastricht LJN: BC 8198